Museumrondleidingen benutten thuistalen van nieuwkomersleerlingen nauwelijks
Musea kunnen nieuwkomersleerlingen helpen om buiten school nieuwe vakinhoud te leren.
Musea kunnen nieuwkomersleerlingen helpen om buiten school nieuwe vakinhoud te leren.
Leerlingen vooraf indelen naar niveau en hun vervolgens verschillende opdrachten geven, is geen goede vorm van differentiatie.
Werkdruk, te weinig afwisseling en een gebrek aan flexibiliteit zijn belangrijke redenen waarom leraren het Amsterdamse basisonderwijs verlaten.
Vrijwel alle Nederlandse ouders volgen hun kind digitaal op ten minste één terrein.
Kinderen die in virtual reality oefenden met het verdedigen van een gepeste klasgenoot, grepen daarna vaker en duidelijker in.
Nu zij-instromers in Nederland ongeveer een kwart van de instroom in de lerarenopleidingen vormen, groeit de druk om hen snel voor de klas te krijgen.
Ouders van kinderen op islamitische basisscholen zien godsdienstonderwijs vooral als een middel om hun kinderen een islamitische identiteit en een moreel kompas mee te geven.
Een korte kookles met een chef-kok moet basisschoolkinderen enthousiast maken voor koken met gezonde en duurzame ingrediënten.
Vakdidactiek Nederlands verdient een steviger plaats binnen de neerlandistiek, betogen Jimmy van Rijt, Sander Bax, Renske Bouwer, Peter-Arno Coppen, Jacqueline Evers-Vermeul en Erwin Mantingh in een nieuw positiepaper.
Een nieuw instrument maakt het mogelijk om AI-toepassingen in het onderwijs niet alleen technisch, maar ook pedagogisch en ethisch te beoordelen.
Wanneer een leerling een woord in het Fries, Arabisch of Papiaments laat horen, reageren leerkrachten vaak met “knap”, “wauw” of “wat goed”.
Leerlingen met een Nederlandse achtergrond vertrouwen anderen gemiddeld meer dan leeftijdgenoten met een migratieachtergrond.
Kunstmatige intelligentie kan basisschoolleraren helpen om veel preciezer vast te stellen waarom een leerling moeite heeft met lezen.
Tweetalig onderwijs gold lange tijd als iets voor leerlingen op de havo en het vwo.
Kinderen die voor hun dertiende een vader of moeder verliezen, komen in Nederland minder vaak terecht op havo of vwo dan vergelijkbare leeftijdsgenoten bij wie beide ouders nog leven.