Wat DNA ons vertelt over pestgedrag en vriendschappen op school
Waarom wordt het ene kind gepest en het andere niet?
Waarom wordt het ene kind gepest en het andere niet?
Basisschoolleerkrachten die storend gedrag van leerlingen beschrijven, doen dat meestal vanuit hun eigen perspectief en leggen de verantwoordelijkheid voor verandering vooral bij de leerling zelf.
Wie in een klas populair is, bepaalt vaak ook wat normaal is.
Kinderen van migranten met een sociaal netwerk waarin relatief veel mensen van dezelfde herkomst voorkomen, behalen gemiddeld lagere scores op het taalonderdeel van de eindtoets in groep 8.
Nederland laat de begeleiding van startende leraren grotendeels over aan afzonderlijke schoolbesturen.
De Provinciale Staten van Fryslân hebben besloten dat het Fries vanaf komend schooljaar weer verplicht en actief gebruikt moet worden op alle basisscholen en in het voortgezet onderwijs.
Populaire leerlingen in de klas hebben meer invloed op het gedrag van hun klasgenoten dan je zou denken.
Leerlingen uit hogere sociale milieus kiezen minder vaak voor scholen die uitsluitend vmbo aanbieden.
Leerlingen die in groep 3 relatief hoog of laag scoren op lezen, spelling of rekenen, behouden die positie in grote mate tot en met groep 8.
Kinderen hebben baat bij een liefdevolle, veilige relatie met hun leraar.
Startende docenten in het voortgezet onderwijs verschillen sterk in hoe zij zichzelf als leraar waarderen, blijkt uit een analyse van Nederlandse dagboeken van 91 beginnende docenten.
Het preciezer afstemmen van onderwijs op individuele leerlingen wordt volgens onderzoekers van onder andere de EUR en de VU en verschillende Chinese en Britse universiteiten mogelijk doordat kunstmatige intelligentie en complexe-systeemtheorie de kijk op leren veranderen.
Een op de vijf vijftienjarigen in de OESO-landen geeft aan minstens enkele keren per maand te worden gepest.
De fysieke inrichting van schoolgebouwen hangt samen met concentratie, stressniveaus en ervaren leerprestaties van zowel leerlingen als docenten.
Langdurige en pedagogisch goed geïntegreerde interventies kunnen de motivatie van jongeren voor wetenschap, technologie, engineering en wiskunde vergroten.