It’s the economy, stupid: waarom sociale ongelijkheid in de klas buiten beeld blijft
Kinderen krijgen op school veel vaker uitleg en gesprekken over culturele verschillen dan over sociale ongelijkheid.
Kinderen krijgen op school veel vaker uitleg en gesprekken over culturele verschillen dan over sociale ongelijkheid.
Samenwerking in professionele netwerken vergroot het werkplezier en het gevoel van verbondenheid onder leraren, maar leidt niet vanzelf tot betere onderwijspraktijken of duurzame professionalisering.
Docenten en leerlingen in het Nederlandse voortgezet onderwijs erkennen unaniem het belang van digitale onderzoeksvaardigheden, maar ervaren dat de ondersteuning om deze vaardigheden daadwerkelijk te ontwikkelen tekortschiet.
Klimaatverhalen worden in het onderwijs vaak ingezet om leerlingen bewust te maken van klimaatverandering en hen aan te moedigen tot duurzaam gedrag.
Gezinnen met een universitaire opleiding en een hoger inkomen verhuizen vaker naar wijken met scholen die als goed bekendstaan, maar deze strategische woonkeuzes leiden niet tot betere schoolprestaties van hun kinderen.
Nederlandse verpleegkundigen en leraren zijn in principe bereid om meer uren te werken, maar alleen wanneer hun arbeidsomstandigheden verbeteren.
Vriendschappen spelen een doorslaggevende rol bij de vraag of pesten zich voortzet na de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs.
Samenwerking tussen universiteiten en scholen wordt steeds vaker gepresenteerd als sleutel tot meer kansengelijkheid in het onderwijs.
Nederlandse leraren kunnen meer grip krijgen op het gebruik van generatieve kunstmatige intelligentie in het onderwijs, mits die technologie expliciet wordt ontworpen met docenten als medeontwerpers en medebeslissers.
Kinderen tussen acht en twaalf jaar ervaren hun online wereld als een omgeving die tegelijkertijd mogelijkheden biedt voor ontwikkeling en verbondenheid, maar ook gepaard gaat met concrete risico’s en dagelijkse frustraties.
Niet een grondwetsherziening is nodig, betoogde Stefan Philipsen, maar een herwaardering van de flexibiliteit die het onderwijsartikel al in zich draagt.
Pogingen van leraren om zich actief te verplaatsen in het perspectief van leerlingen vergroten vaak het zelfvertrouwen van docenten, maar leiden niet automatisch tot een accurater begrip van wat leerlingen daadwerkelijk denken en voelen.
Docenten in Nederland en Duitsland zien schooluitwisseling niet primair als een instrument voor taalverwerving, maar als een leeromgeving die bijdraagt aan brede persoonlijke ontwikkeling, intercultureel bewustzijn en wereldburgerschap.
Hoewel het Nederlandse onderwijsstelsel leerlingen al rond hun twaalfde jaar definitief indeelt in hiërarchisch gerangschikte onderwijsroutes, ervaren veel leerlingen hun traject als een kwestie van persoonlijke keuze, inzet en verantwoordelijkheid.
Uit ervaringen van Amsterdamse schoolprofessionals blijkt dat vooral het dagelijks aanbieden van maaltijden op school wordt geassocieerd met duidelijke positieve effecten op het welzijn en functioneren van leerlingen.