Dat blijkt uit onderzoek onder 1467 kinderen uit 70 Nederlandse basisschoolklassen. De gevonden verbanden tonen geen oorzaak en gevolg. Het is dus niet vast te stellen of de relatie met de leraar het gedrag van leerlingen beïnvloedde, of dat het gedrag in de klas ook van invloed was op de relatie met de leraar.
De klas als oefenplaats
De wetenschappers onderzochten hoe relaties tussen leraren en leerlingen samenhangen met wat zij ‘burgerschapsgedrag’ noemen. Daarmee bedoelen zij vier gedragingen: naar anderen luisteren, samenwerken, anderen bij de groep betrekken en conflicten vreedzaam oplossen.
De onderzoekers beschouwen de klas als een omgeving waarin kinderen kunnen oefenen met vreedzaam en verantwoordelijk samenleven. Naast lessen over burgerschap kunnen de dagelijkse omgang tussen leerlingen en hun relatie met de leraar daarbij een rol spelen.
Het onderzoek verscheen in het Journal of School Psychology. De deelnemende klassen kwamen van 33 scholen en bestonden hoofdzakelijk uit groep 6 tot en met 8. De scholen stonden in gemeenten waar meer dan 15 procent van de inwoners een niet-Europese migratieachtergrond had.
Leerlingen beoordelen hun klasgenoten
In het najaar van 2021 wezen leerlingen via een vragenlijst klasgenoten aan van wie zij dachten dat de leraar hen het aardigst of juist het minst aardig vond. De onderzoekers gebruikten deze antwoorden als maat voor de door leerlingen waargenomen nabijheid en het conflict tussen de leraar en de klas.
In de eerste maanden van 2022 gaven de kinderen aan welke klasgenoten goed konden samenwerken, ervoor zorgden dat iedereen erbij hoorde, goed naar de mening van anderen luisterden en een ruzie goed konden uitpraten. Zij mochten zoveel klasgenoten noemen als zij wilden.
De onderzoekers berekenden vervolgens per klas hoe vaak leerlingen voor deze gedragingen werden genoemd en hoe gelijkmatig de vermeldingen over de kinderen waren verdeeld. In 65 klassen werd daarnaast ongeveer twee uur les gefilmd. Daarbij werden uitingen van nabijheid, conflict en neutraal gedrag van de leraar gecodeerd.
Nabijheid vertoont het sterkste verband
In klassen waar leerlingen vonden dat meer klasgenoten een nabije relatie met de leraar hadden, werden halverwege het schooljaar meer burgerschapsgedragingen genoemd. De gestandaardiseerde samenhang bedroeg β = 0,61.
Ook de verdeling van de nabijheid hing samen met de verdeling van het gedrag. Wanneer leerlingen vonden dat de leraar zijn of haar nabijheid ongelijk over de klas verdeelde, waren de verschillen tussen kinderen in burgerschapsgedrag eveneens groter (β = 0,46). De samenhang tussen nabijheid en burgerschapsgedrag verschilde niet naar de etnische samenstelling van de klas.
Verschillende patronen bij conflict en diversiteit
Voor conflict vonden de onderzoekers een ander patroon. In klassen met geen of weinig kinderen met een niet-Europese achtergrond ging meer door leerlingen waargenomen conflict met de leraar samen met minder burgerschapsgedrag. In klassen met een hoog aandeel kinderen met een niet-Europese achtergrond was de samenhang positief.
Elf klassen van vier scholen hadden een aandeel van 63 tot 100 procent kinderen met een niet-Europese achtergrond. Toen deze klassen buiten de analyse werden gelaten, bleef een lineair interactie-effect bestaan: naarmate het aandeel kinderen met een niet-Europese achtergrond toenam, werd de samenhang tussen conflict en burgerschapsgedrag positiever. Conflict kwam in de onderzochte klassen over het algemeen weinig voor.
De etnische samenstelling werd op twee manieren gemeten: als het aandeel kinderen met een niet-Europese achtergrond en als de mate waarin verschillende achtergronden in de klas vertegenwoordigd waren. In een lineair model hing een hoger aandeel kinderen met een niet-Europese achtergrond samen met meer genoemd burgerschapsgedrag (β = 0,21) en een gelijkmatigere verdeling daarvan (β = −0,39). De maat voor etnische verscheidenheid leverde niet dezelfde resultaten op. Volgens de onderzoekers was het aandeel kinderen met een niet-Europese achtergrond in deze studie de informatiefste maat.
Video-opnamen laten geen verband zien
De gecodeerde video-opnamen leverden geen verband op tussen het gedrag van de leraar en het latere burgerschapsgedrag in de klas. Ook de beoordelingen van leerlingen en de videometingen hingen niet met elkaar samen.
De onderzoekers wijzen erop dat leerlingen hun oordeel baseren op een langere geschiedenis met de leraar. De video-opnamen bestreken ongeveer twee uur en vormden daardoor een momentopname. Bovendien maten de twee methoden niet hetzelfde: de video legde afzonderlijke gedragingen vast, terwijl de vragenlijsten algemene indrukken van leerlingen weergaven.
Geen conclusies over oorzaak en gevolg
Hoewel de metingen op twee momenten plaatsvonden, kan het onderzoek geen oorzakelijke of wederzijdse verbanden aantonen. Daarvoor waren de analyses op klasniveau niet krachtig genoeg. Verder waren klassen met meer dan 60 procent kinderen met een niet-Europese achtergrond ondervertegenwoordigd.
Andere vormen van diversiteit, zoals sociaaleconomische, culturele, taalkundige en gedragsverschillen, zijn niet onderzocht. Daarnaast zijn de door leerlingen waargenomen nabijheid en het conflict elk met één vraag gemeten. Met meerdere vragen hadden deze metingen volgens de auteurs betrouwbaarder kunnen zijn.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor leraren laten de resultaten zien dat het zinvol kan zijn om bij te houden welke kinderen veel of weinig positieve aandacht krijgen. Daarbij gaat het niet alleen om de hoeveelheid positieve interacties, maar ook om de verdeling daarvan over de klas.
Voor schoolpsychologen en begeleiders biedt het onderzoek aanknopingspunten om samen met leraren zichtbaar te maken welke kinderen meer of minder aandacht ontvangen en welke leerlingen meer of minder bij positieve burgerschapsgedragingen betrokken zijn.
Voor scholen betekent dit dat burgerschapsonderwijs niet uitsluitend uit lessen hoeft te bestaan. Ook reflectie op de dagelijkse relaties en sociale verhoudingen in de klas kan daarvan deel uitmaken. Het onderzoek geeft geen aanwijzing dat etnische diversiteit burgerschapsgedrag belemmert.
Bron: Krijnen, M.A., Wansink, B.G.J., Van Vemde, L., Van den Berg, Y.H.M. & Mainhard, T. (2026). Teacher closeness and conflict shape citizenship behaviors in ethnically diverse classrooms, Journal of School Psychology, 119, 101615. DOI: https://doi.org/10.1016/j.jsp.2026.101615