Voortgezet onderwijs

‘Onderwijs in Nederland predikt samenwerking, maar beloont concurrentie’

Het Nederlandse onderwijs draagt volgens emeritus hoogleraar onderwijskunde Wiel Veugelers zelf bij aan de individualisering van jongeren. Door de nadruk op toetsen, selectie en persoonlijke prestaties raakt hun sociale betrokkenheid op de achtergrond. Dat botst met de boodschap van het burgerschapsonderwijs. “Binnen veel burgerschapsprojecten horen leerlingen dat ze moeten samenwerken, maar in het onderwijs moeten ze in feite concurreren met andere leerlingen.”
Universiteit voor Humanistiek in Utrecht

Veugelers, emeritus hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht, sprak hierover in een videogesprek met de Italiaanse onderwijsonderzoeker Francesco Pigozzo, universitair hoofddocent aan de Università degli Studi eCampus.

Veel toetsen en strenge selectie in Nederland

Voor het gebrek aan sociale betrokkenheid ziet Veugelers twee oorzaken. De eerste ligt in de manier waarop het onderwijs is ingericht. “Wat het meest dominant is in het onderwijs, is dat je jezelf moet presenteren. Je moet de toets individueel maken. Je moet steeds laten zien wat je capaciteiten zijn en wat je identiteit is.” Vooral in Nederland krijgen leerlingen volgens hem in het basis- en voortgezet onderwijs veel toetsen en worden zij streng geselecteerd.

Die praktijk staat haaks op de sociale doelen die scholen uitdragen. Zelfs goede prestaties nemen de concurrentie niet weg. “Ook als alle leerlingen goede resultaten halen, is er nog steeds selectie, want er zijn niet genoeg plaatsen op de goede scholen en de goede universiteiten.”

Daar komt de meritocratische gedachte bij dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn resultaten. “Als je faalt, is het je eigen schuld.” Dat legt volgens Veugelers veel druk op leerlingen. Die nadruk op het individu is geen autonomie in positieve zin, waarbij mensen werkelijk sterker worden. “In het Nederlands zeggen we: je werkt met je ellebogen.”

Te veel nadruk op het individuele kind

De tweede oorzaak is volgens hem de populariteit van psychologische theorieën, trainingen en coaching die sterk op het individu zijn gericht. Ook alternatieven voor het reguliere onderwijs ontkomen daar niet aan. Nederlandse critici kiezen vaak voor kindgericht onderwijs, zoals montessori-, dalton-, jenaplan- en vrijeschoolonderwijs.

Hij verwerpt aandacht voor het individuele kind niet, maar waarschuwt dat de maatschappelijke opdracht van onderwijs uit beeld kan raken. “Het is niet zozeer onderwijs dat gericht is op de samenleving en op het opgroeien als lid van een groep, maar heel sterk op het individu.” Dat patroon beperkt zich niet tot school. “Het individu komt in de samenleving, in het onderwijs en in gezinnen veel verder op de voorgrond te staan. We zien een persoon niet meer zozeer als sociaal wezen. De verbondenheid wordt niet zo benadrukt. Er is een sterke focus op individualisme.”

Voor Veugelers horen autonomie en sociale verantwoordelijkheid juist bij elkaar. “We hebben zowel de ontwikkeling van autonomie nodig als de ontwikkeling van een sociale oriëntatie, sociale rechtvaardigheid en zorg. We moeten proberen die bij elkaar te houden.”

Leerlingen een stem geven

Leraren moeten in hun opleiding volgens Veugelers niet alleen kennis opdoen over burgerschap en geschikte werkvormen, maar ook leren hoe zij de schoolcultuur democratischer kunnen maken. “Ze moeten leerlingen meer mogelijkheden geven om een stem te krijgen en hen helpen meer samen te werken.” Hij vindt bovendien dat onderzoekers vaker moeten kijken naar wat er werkelijk in klaslokalen gebeurt. “We hebben veel publicaties over doelen, beleid en theorieën, maar niet zoveel goed onderzoek op klasniveau.”

Burgerschap hoeft daarbij niet tot één afzonderlijk vak beperkt te blijven. Veugelers bepleit een aanpak voor de hele school. “Burgerschapsonderwijs kan onderdeel zijn van één vak, maar het kan ook in alle andere vakken worden opgenomen.” Natuurkunde, geschiedenis, biologie en andere vakken kunnen volgens hem allemaal aan burgerschapsvorming worden verbonden.

Mooie doelen bereiken het klaslokaal niet

In twee studies voor het Europees Parlement onderzocht Veugelers de uitvoering van burgerschapsonderwijs en het onderwijzen van gemeenschappelijke waarden. Zijn conclusie was dat er in veel landen en ook op Europees niveau niet alleen een kloof bestaat tussen theorie en praktijk, maar ook binnen het beleid zelf. “Veel landen hebben heel mooie doelen, maar vertalen die niet naar eisen voor docenten en niet naar het curriculum.”

Onder meer Portugal, Kroatië, Finland en Italië doen dat volgens hem beter. Nederland noemt hij niet in dat rijtje. Wel is hij positief over Europese programma’s als Erasmus en Horizon. “Het is een heel goede ontwikkeling dat verschillende universiteiten kunnen samenwerken en dat studenten en docenten de kans krijgen naar het buitenland te gaan, daar rond te kijken en soms les te geven of te studeren.”

AI legt nieuwe tegenstrijdigheid bloot

De snelle opkomst van kunstmatige intelligentie roept volgens Veugelers in Nederland nieuwe vragen op. Hij verwijst naar de recente discussie over politici die AI gebruiken voor hun communicatie. De Volkskrant onthulde in september dat honderden berichten van premier Rob Jetten en zijn partij D66 op sociale media door AI waren geschreven. Kort daarna meldde Nieuwsuur dat ook toespraken van defensieminister Dilan Yeşilgöz (VVD) vrijwel volledig door AI leken te zijn geschreven. Yeşilgöz ontkende dat.

“Er is discussie over de vraag of mensen dit zo moeten doen en of ze het moeten vermelden”, zegt Veugelers. Tegelijkertijd maken docenten zich zorgen over het AI-gebruik van hun studenten. Juist die gelijktijdigheid maakt de kwestie lastig: politieke leiders benutten de technologie zelf, terwijl scholen en universiteiten zoeken naar grenzen voor leerlingen en studenten.

Veugelers waarschuwt ook voor de gedachte dat digitalisering alle bestaande begrippen en verhoudingen achterhaald zou maken. Oude begrippen, zoals autonomie, blijven nodig om te analyseren wat er in de digitale wereld gebeurt, benadrukt hij. Aanvankelijk werd beloofd dat ieder individu zijn eigen computer zou beheersen, maar die belofte is volgens hem niet ingelost. “De digitale wereld wil ons doen geloven dat alles verandert.”

Ontdek meer onderwerpen