Voortgezet onderwijs

Onderzoekswerkplaats vergroot onderzoeksvaardigheden van docenten, maar school profiteert niet altijd mee

Docenten in de Werkplaats Onderwijsonderzoek Amsterdam (WOA) ontwikkelen hun onderzoeksvaardigheden en reflectief vermogen en melden meer werkplezier. De opbrengsten voor collega’s en de school blijven wisselend, ook na de overstap op participatief actieonderzoek. Dat blijkt uit een terugblik op acht jaar WOA door André Koffeman (HvA en UvA) en Daphne van Weijen (UvA).
Universiteit van Amsterdam

De WOA is in 2017 opgezet door de UvA, de HvA en een aantal Amsterdamse scholen voor voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Jaarlijks nemen tien tot vijftien docenten deel. Zij beginnen met een urgent vraagstuk uit hun lespraktijk of schoolorganisatie en voeren gedurende een schooljaar praktijkgericht onderzoek uit.

Onderzoekers van de twee kennisinstellingen bieden methodologische begeleiding en helpen om praktijkervaring te verbinden met wetenschappelijke inzichten. De deelnemers komen doorgaans maandelijks bijeen en krijgen daarnaast individuele begeleiding. Aan het einde van het jaar presenteren zij hun bevindingen tijdens een openbaar symposium. De combinatie van docenten uit het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs is een vast onderdeel van de werkplaats.

Met deze opzet wil de WOA ruimte bieden voor onderzoek en reflectie buiten de dagelijkse drukte van de school. De auteurs plaatsen dat doel tegenover de moeite die scholen hebben om professionele ontwikkeling duurzaam te organiseren. Werkdruk, losse projecten en het vaak geïsoleerde werk van docenten kunnen gezamenlijk leren belemmeren.

Persoonlijke groei, weinig gedeeld eigenaarschap

Uit de evaluatie van de eerste fase kwamen vooral opbrengsten voor de deelnemende docenten naar voren. Zij rapporteerden dat hun onderzoeksvaardigheden en reflectief vermogen waren gegroeid en dat zij hun lespraktijk systematischer konden verbeteren. Ook kregen zij naar eigen zeggen meer zicht op de leerprocessen van leerlingen en konden zij hun handelen beter onderbouwen. Voor veel deelnemers droeg de werkplaats bij aan hernieuwd werkplezier en hun professionele identiteit.

De invloed op de school als geheel bleef echter beperkt. Het onderzoek bleef vaak vooral van de individuele docent. Collega’s hoorden geregeld pas laat over de resultaten, waardoor weinig gedeeld eigenaarschap ontstond. De ambitie om onderzoek en ontwikkeling breed in de school te delen, werd in deze fase niet gerealiseerd.

Collega’s vanaf het begin betrokken

Vanaf 2022 koos de werkplaats daarom voor participatief actieonderzoek. Daarbij zijn collega’s van de docentonderzoeker vanaf het begin betrokken bij het onderzoeksproces. De aanpak combineert participatie, concrete verandering in de praktijk en systematisch, navolgbaar onderzoek.

De WOA verdeelde dit proces in drie stappen. ‘Voor de poort’ worden collega’s betrokken bij het verkennen van het probleem, bijvoorbeeld via interviews of focusgroepen. ‘Door de poort’ bedenken zij samen oplossingen, delen zij tussenresultaten en vragen zij om feedback. ‘Voorbij de poort’ worden de opbrengsten ingevoerd in de schoolpraktijk en gezamenlijk geëvalueerd.

De auteurs beschrijven een docent Nederlands die onderzocht hoe taalvaardigheid een schoolbrede plaats kon krijgen. Hij sprak eerst met de taalcoördinator en voorzitters van verschillende vakgroepen. Vervolgens ontwierp hij met collega’s bouwstenen voor taalbeleid en verzamelde hij tijdens een studiedag feedback met Post-its. Dit traject leidde tot gezamenlijk taalbeleid dat volgens de auteurs door de hele school werd gedragen.

Implementatie blijft de moeilijkste stap

De evaluatie over 2022 tot en met 2024 telde elf respondenten. Zij waren allemaal positief over de invloed van de werkplaats op henzelf. Ze noemden meer werkplezier en nieuwe inzichten in leerlingen en de eigen schoolorganisatie. Drie deelnemers kregen een nieuwe formele of informele rol binnen hun school.

De opbrengsten voor collega’s en de school liepen sterker uiteen. Iets minder dan de helft meldde dat collega’s actief van het onderzoek hadden meegeprofiteerd. Het betrekken van anderen bij de probleemverkenning bleek het toegankelijkst. Het invoeren en verankeren van opbrengsten was moeilijker, omdat daarvoor meer tijd, middelen en beleidsmatige steun nodig zijn. Zeven van de elf respondenten verwachtten wel impact, maar vonden het nog te vroeg om die vast te stellen. Een deel zag weinig of geen invloed op collega’s en schoolontwikkeling.

Ook leerlingen werden in veel onderzoeken nog weinig betrokken, hoewel deelnemers meldden dat leerlingen het waardeerden wanneer hun perspectief serieus werd genomen. Verder verschilden deelnemers sterk in onderzoekservaring, terwijl de opzet weinig ruimte bood voor differentiatie. De werkplaats bleef bovendien afhankelijk van gemotiveerde individuele docenten. Wanneer een docent vertrekt, kan opgebouwde kennis verdwijnen. Meerdere deelnemers vonden de beschikbare uren, ruimte en begeleiding niet altijd toereikend.

Zeven lessen voor een werkplaats

De auteurs vatten hun ervaringen samen in zeven lessen: vertrek vanuit een gedeeld urgent vraagstuk, werk participatief, reserveer tijd en ruimte, betrek de schoolleiding vanaf het begin, veranker opbrengsten in beleid en teamafspraken, werk samen met een kennisinstelling en begin klein terwijl vanaf de start verbinding met de organisatie wordt gezocht.

Zij presenteren de WOA niet als een vaste formule. Volgens hen kan een onderzoekswerkplaats een leeromgeving zijn voor docenten en scholen, maar ontstaat collectieve impact niet vanzelf. Daarvoor moeten de dagelijkse praktijk, collega’s en de schoolorganisatie deel uitmaken van het proces.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor schoolleiders betekent dit dat betrokkenheid bij een onderzoekswerkplaats al bij de start nodig is. Door tijd vrij te maken, leidinggevenden mede-eigenaar te maken en resultaten op te nemen in beleid en teamafspraken, ontstaat meer ruimte om opbrengsten ook na het onderzoek te behouden.

Voor docenten en teams biedt de aanpak ‘voor, door en voorbij de poort’ een werkwijze om collega’s vroeg te betrekken. Begin met een gedeeld vraagstuk, verzamel verschillende perspectieven, ontwikkel oplossingen samen en plan vooraf hoe resultaten worden ingevoerd en geëvalueerd. Ook het perspectief van leerlingen kan daarin bewust worden meegenomen.

Voor lerarenopleiders en onderzoeksbegeleiders laat de WOA zien dat begeleiding zowel methodologische als theoretische ondersteuning kan bieden. Bij de inrichting van een werkplaats is het relevant om rekening te houden met verschillen in onderzoekservaring en om de intensiteit van de begeleiding af te stemmen op de beschikbare tijd en middelen.

Bron: Koffeman, A. & Van Weijen, D. (2026). Hoe bouw je een werkplaats? Lessen uit acht jaar Werkplaats Onderwijsonderzoek Amsterdam (WOA), Tijdschrift voor Lerarenopleiders, 47(3), 16-22. DOI: https://doi.org/10.63379/dd1vrj54

Ontdek meer onderwerpen