Primair onderwijs

Groenterijke schoollunch werkt pas als kinderen hem ook willen eten

Alleen gratis gezonde maaltijden aanbieden is niet genoeg om kinderen meer groente te laten eten. Schoollunches moeten ook lekker, gevarieerd en vertrouwd zijn, concluderen Ilse van Lier, Edgar van Mil en Remco Havermans van de Universiteit Maastricht. In hun eigen proef met warme, groenterijke lunches vonden zij geen aantoonbaar effect op de groente- en fruitinname, concentratie of het welzijn van basisschoolkinderen. Slechts 40 procent van de kinderen zei de maaltijden lekker te vinden.

De onderzoekers adviseren daarom om kinderen geleidelijk te laten wennen aan warme lunches of groenten te combineren met vertrouwde lunchproducten, zoals boterhammen. Een andere mogelijkheid is om al op jongere leeftijd met groenterijke schoolmaaltijden te beginnen. Alleen herhaaldelijk dezelfde soort maaltijd aanbieden bleek in hun onderzoek niet voldoende om de acceptatie te vergroten.

Eerst zorgen dat kinderen het eten

De onderzoekers wijzen vooral op een eenvoudig probleem: een gezonde maaltijd heeft weinig effect als kinderen hem laten staan. Ook tijdens een eerdere proef voorafgaand aan het onderzoek bleef veel eten over. Gemiddeld aten kinderen toen 139 gram van een portie van 300 gram. Voor het hoofdonderzoek werden daarom slecht gewaardeerde maaltijden vervangen door gerechten die vooraf door andere kinderen beter waren beoordeeld.

Dat voorkwam niet dat de waardering tijdens het twaalf weken durende programma laag bleef. Van de kinderen die de schoolmaaltijden kregen, zei uiteindelijk 40 procent dat ze die lekker vonden.

Volgens de kinderen zat het probleem onder meer in de smaak en variatie. Sommigen vonden dat er te vaak pasta werd geserveerd of dat de maaltijden te flauw waren. Ook het uiterlijk speelde mee: kinderen konden een gerecht er onaantrekkelijk uit vinden zien, zelfs wanneer ze de smaak wel acceptabel vonden.

De onderzoekers denken daarom dat smaak, variatie en herkenbaarheid bepalend zijn voor het succes van een schoolmaaltijdprogramma. Ook keuzevrijheid kan volgens de door hen aangehaalde literatuur helpen, terwijl de kinderen in dit programma steeds één maaltijd aangeboden kregen.

Warme lunch is voor Nederlandse kinderen ongewoon

Daarnaast speelt mee dat Nederlandse kinderen niet gewend zijn om tijdens de lunch een warme maaltijd met veel groenten te eten. Groenten worden in Nederland vooral met het avondeten geassocieerd, terwijl de lunch doorgaans bestaat uit koude producten zoals boterhammen.

Daardoor kan een warme groenterijke lunch volgens de onderzoekers zijn overgekomen als, in hun woorden, de juiste maaltijd op het verkeerde moment. Kinderen hebben mogelijk meer tijd nodig om aan zo’n ander lunchpatroon te wennen.

Ook angst of terughoudendheid tegenover onbekend eten bleek van belang. De onderzoekers maten zogeheten voedselneofobie: de mate waarin kinderen nieuwe groenten en fruit liever niet proberen. In de controlegroep nam die terughoudendheid gedurende het onderzoek af. Bij de kinderen die de warme lunches kregen, gebeurde dat niet aantoonbaar.

Een mogelijke verklaring is volgens de onderzoekers dat de vele onbekende gerechten en voedingsmiddelen die kinderen kregen hun terughoudendheid juist in stand hielden. Kinderen met meer voedselneofobie beoordeelden de maaltijden bovendien minder positief.

Hele klas stopte met eten

Niet alleen de maaltijden zelf bepaalden hoeveel ervan werd gegeten. Ook klasgenoten en leraren speelden een rol. In één klas besloot de hele groep tijdens de laatste twee weken gezamenlijk om de maaltijden niet meer te eten.

De onderzoekers wijzen daarnaast op het belang van enthousiaste leraren. Leraren konden de maaltijden met hun klas bespreken, maar dat was geen verplicht onderdeel van het programma. Niet alle leraren waren volgens de onderzoekers gemotiveerd om actief mee te doen. Dat kan de houding van kinderen tegenover het eten hebben beïnvloed.

Geen effect op concentratie en welzijn

Aan het onderzoek deden 168 kinderen van zeven tot dertien jaar mee op zes basisscholen in Zuid-Nederland. Op drie scholen kregen kinderen gedurende twaalf weken op drie schooldagen per week een warme maaltijd van 300 gram. Daarin zat 50 tot 150 gram groente, naast een koolhydraatbron en een eiwitbron. Op drie andere scholen bleven kinderen hun eigen lunch meenemen.

Voor en na de twaalf weken maten de onderzoekers onder meer carotenoïden in de huid. Die stoffen worden gebruikt als een aanwijzing voor recente groente- en fruitconsumptie. Daarnaast werden concentratie, welzijn, kennis en vaardigheden rond voeding en voedselneofobie gemeten.

Op de meeste uitkomsten verschilden beide groepen na afloop niet aantoonbaar van elkaar. De concentratiescores gingen bij beide groepen omhoog, maar dat verschil bleek samen te hangen met leeftijd en niet met de schoolmaaltijden. Ook voor welzijn en kennis en vaardigheden rond voeding werd geen effect van het programma gevonden.

Bij de interpretatie daarvan plaatsen de onderzoekers enkele kanttekeningen. De huidmeting is geen directe meting van hoeveel groenten kinderen eten en reageert niet op alle groenten even sterk. Bovendien was de controlegroep met 44 kinderen veel kleiner dan de interventiegroep met 124 kinderen. De scholen waren ook niet willekeurig over beide groepen verdeeld. Wel bleven de uitkomsten bij aanvullende analyses overeind.

Relevantie voor Nederlands schoolmaaltijdbeleid

De studie is volgens de onderzoekers relevant voor de Nederlandse discussie over schoolmaaltijden. De overheid is een proef begonnen met schoollunches op basis- en middelbare scholen met relatief veel leerlingen uit huishoudens met een lage sociaaleconomische positie.

Nederland behoort tot de weinige Europese landen zonder nationaal schoolmaaltijdbeleid. Nederlandse basisschoolkinderen eten tijdens de lunch gemiddeld ongeveer 8 gram groente. Minder dan de helft van de kinderen onder de twaalf haalt de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid groenten.

De Maastrichtse studie laat volgens de auteurs zien dat alleen toegang bieden tot gratis en voedzaam eten niet automatisch leidt tot meer groenteconsumptie of verbeteringen in concentratie en welzijn. Kinderen moeten de maaltijden ook daadwerkelijk willen eten. Daarom adviseren zij toekomstige programma’s om vanaf het begin rekening te houden met smaak, variatie, vertrouwdheid en terughoudendheid tegenover onbekend voedsel.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor scholen die een lunchprogramma invoeren betekent dit onderzoek dat alleen een gezonde maaltijd neerzetten waarschijnlijk niet genoeg is. Kinderen moeten de maaltijd ook lekker vinden en vertrouwd raken met een andere manier van lunchen.

Voor leraren en schoolleiders is van belang dat de sociale omgeving invloed kan hebben op wat kinderen eten. De onderzoekers wijzen zowel op groepsgedrag van leerlingen als op de betrokkenheid van leraren bij de maaltijden.

Voor toekomstige schoolmaaltijdprogramma’s adviseren de onderzoekers om kinderen geleidelijk aan warme lunches te laten wennen, al op jongere leeftijd met groenterijke maaltijden te beginnen of groenten te combineren met vertrouwde lunchproducten zoals boterhammen. Smaak, variatie en terughoudendheid tegenover onbekend eten moeten daarbij worden meegenomen.

Bron: Van Lier, I., Van Mil, E. & Havermans, R.C. (2026). Growing appetites: the impact of vegetable-rich school meals on child nutrition, cognition, and well-being, Appetite. DOI: https://doi.org/10.1016/j.appet.2026.108739

Ontdek meer onderwerpen