Primair onderwijs

Gemeenten kunnen zich geen losse aanpak van kansenongelijkheid veroorloven

Gemeenten kunnen scholen, natuurorganisaties, culturele instellingen en welzijnsorganisaties samenbrengen in lokale leerecosystemen. Zo’n samenhangend netwerk kan kinderen toegang geven tot leerervaringen binnen én buiten school. Dat staat in het beleidsadvies Van losse initiatieven naar een leerecosysteem van onderzoekers Sofia van Santen en Judith Ligtvoet van de Hogeschool Leiden.

Gemeenten kunnen scholen, natuurorganisaties, culturele instellingen en welzijnsorganisaties samenbrengen in lokale leerecosystemen. Zo’n samenhangend netwerk kan kinderen toegang geven tot leerervaringen binnen én buiten school. Dat staat in het beleidsadvies Van losse initiatieven naar een leerecosysteem van onderzoekers Sofia van Santen en Judith Ligtvoet van de Hogeschool Leiden.

Het advies is geschreven het Lectoraat Natuur en Ontwikkeling Kind. Aan het onderliggende onderzoeksproject Kansrijk om de hoek werkten ook onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en Naturalis Biodiversity Center mee. Het project is mede gefinancierd door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Leerervaringen zijn ongelijk verdeeld

De ontwikkelkansen van kinderen hangen volgens de onderzoekers mede samen met hun sociaaleconomische achtergrond, migratiegeschiedenis en leefomgeving. Kinderen die opgroeien in wijken met minder voorzieningen hebben vaak minder toegang tot rijke leerervaringen buiten school. Juist buiten het klaslokaal doen kinderen kennis, vaardigheden en ervaringen op die belangrijk zijn voor hun ontwikkeling.

In wijken waar kinderen een grote kans op onderwijsachterstand hebben, is het buitenschoolse aanbod vaak minder stabiel en van lagere kwaliteit. Soms zijn er wel activiteiten, maar bereiken die niet de beoogde kinderen. Mogelijke oorzaken zijn kosten, ontbrekend vervoer en onvoldoende culturele of inhoudelijke aansluiting.

Ook natuurervaringen zijn ongelijk verdeeld. In aandachtswijken is natuur volgens het beleidsadvies vaak schaars, ver weg of niet uitnodigend om in te spelen en op ontdekking te gaan. Tegelijkertijd kan contact met natuur bijdragen aan onder meer sociale interactie, stressherstel, motoriek, taalontwikkeling en cognitieve ontwikkeling.

Drie leerwerelden met elkaar verbinden

Een leerecosysteem is een bewust samengebracht netwerk van mensen, organisaties en plekken die rond een bepaald onderwerp bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. Daarin komen drie leerwerelden samen: de formele leerwereld van de school, de non-formele leerwereld van bijvoorbeeld clubs, musea, bibliotheken en natuurorganisaties, en de informele leerwereld van thuis en de buurt.

Binnen zo’n ecosysteem wordt bestaand aanbod gebundeld en op elkaar afgestemd. Daardoor kunnen leerroutes ontstaan waarin kinderen langere tijd, op verschillende plaatsen en vanuit meerdere invalshoeken met een onderwerp bezig zijn.

Een gastles over vogels op school kan bijvoorbeeld worden verbonden met een leestekst in de klas, een zoekkaart voor thuis en een thematafel in de bibliotheek. Losse activiteiten krijgen zo onderlinge samenhang.

Toegang én erkenning

Leerecosystemen dragen volgens de onderzoekers alleen bij aan kansengelijkheid als toegankelijkheid en inclusie expliciet aandacht krijgen. Toegankelijkheid betekent dat ieder kind krijgt wat nodig is om te kunnen deelnemen. Daarbij kunnen praktische drempels zoals kosten, vervoer en onbekendheid worden weggenomen.

Inclusie draait om de erkenning en waardering van de taal, cultuur, kennis en ervaringen die kinderen meebrengen. Ook het delen van zeggenschap met kinderen, ouders en verzorgers hoort daarbij. Activiteiten kunnen bijvoorbeeld beter bij hun leefwereld aansluiten wanneer zij bij de ontwikkeling van het aanbod worden betrokken.

Sleutelfiguren, verbindingen en veerkracht

Voor het beoordelen en ontwikkelen van sociaal rechtvaardige leerecosystemen beschrijven de onderzoekers een model met drie kernconcepten: sleutelfiguren, verbindingen en veerkracht. Het model is gebaseerd op literatuuronderzoek naar bestaande leerecosystemen en praktijkonderzoek in Nederland.

Sleutelfiguren zijn mensen die kinderen toegang geven tot kennis, ondersteuning en nieuwe leerervaringen. Zij kunnen programma’s ontwikkelen, kinderen en gezinnen de weg wijzen en duurzame relaties opbouwen.

Verbindingen zijn de overgangen tussen de verschillende leerwerelden. Ze kunnen bestaan uit een fysieke plek, inhoudelijke samenhang tussen activiteiten of een sociaal-culturele brug. Zulke verbindingen moeten het voor kinderen gemakkelijker maken om van de ene leeromgeving naar de andere te bewegen.

Veerkracht heeft betrekking op de organisatie van het netwerk. Een veerkrachtig leerecosysteem is lokaal verankerd, kan zich aanpassen en steunt op samenwerking vanuit gedeelde doelen, vertrouwen en een langetermijnaanpak.

Vijf aanbevelingen aan gemeenten

De onderzoekers adviseren gemeenten allereerst om een integrale strategie te ontwikkelen waarin onderwijs, jeugd, cultuur, natuur- en duurzaamheidseducatie, welzijn en kansengelijkheid met elkaar worden verbonden.

Daarnaast kunnen gemeenten lokale partners samenbrengen, waaronder scholen, natuurorganisaties, musea, bibliotheken, welzijnsorganisaties en vertegenwoordigers van kinderen en hun ouders of verzorgers.

Een derde aanbeveling is om meerjarige financiering te combineren met gedeelde verantwoordelijkheid voor de besteding van middelen. Dat moet de continuïteit van het netwerk ondersteunen.

Ook kunnen gemeenten bestaand aanbod in kaart brengen, bundelen en zichtbaar maken. Vanuit dat overzicht kunnen organisaties samen doorlopende leerroutes ontwikkelen tussen school, vrije tijd en buurt.

Tot slot kunnen innovatie- of ontwikkelsubsidies ruimte bieden aan nieuwe samenwerkingen en initiatieven. Projecten die zich in deze fase bewijzen, kunnen daarna structureler worden ondersteund.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor gemeenten betekent dit dat kansengelijkheid meerdere beleidsterreinen raakt. Door onderwijs, jeugd, cultuur, natuur- en duurzaamheidseducatie en welzijn met elkaar te verbinden, kan de gemeente de voorwaarden scheppen voor een samenhangend lokaal netwerk.

Voor scholen en lokale organisaties biedt een leerecosysteem de mogelijkheid om bestaande activiteiten op elkaar af te stemmen. Daarbij vraagt het onderzoek aandacht voor praktische toegankelijkheid én voor betrokkenheid van kinderen, ouders en verzorgers bij de ontwikkeling van het aanbod.

Voor beleidsmakers en financiers onderstreept het advies het belang van meerjarige, gebiedsgerichte financiering en gedeelde zeggenschap over de inzet van middelen. Daarmee kunnen samenwerkingen en leerroutes langer worden voortgezet en aangepast aan de lokale situatie.

Bron: Van Santen, S. & Ligtvoet, J. (2026). Van losse initiatieven naar een leerecosysteem. Een integrale gemeentelijke strategie voor kansengelijkheid en brede ontwikkeling. Hogeschool Leiden.

Ontdek meer onderwerpen