“We merken dat de aantallen kinderen die onterecht een vermoeden van TOS krijgen en in het speciaal onderwijs terechtkomen, eigenlijk best schrikbarend zijn”, zei Bouckaert tijdens het webinar Inclusief en Meertalig, hoe nu verder? “Terwijl zij meertalig zijn en er geen sprake is van TOS.” Het webinar maakt deel uit van het Inclusive Education Program, dat mede mogelijk wordt gemaakt door ASML. Gespreksleider was Anne van Buul, lerarenopleider en onderzoeker bij Hogeschool De Kempel.
Veel vooruitgang, maar ook uitdagingen
Bouckaert benadrukte dat er al veel positiefs gebeurt. Nederland telt ongeveer dertig taalvriendelijke scholen binnen een internationaal netwerk van zeventig Language Friendly Schools. Ook in de nieuwe kerndoelen is meer aandacht voor taalvariëteit en voor het waarderen en benutten van thuistalen.
Tegelijkertijd ervaart 95 procent van de onderwijsprofessionals die deelnamen aan een regionaal onderzoek van Brainport Development uitdagingen rond internationalisering. “Het zijn ook wel lastige vraagstukken vaak. Dus het is niet gezegd dat we er al zijn, als we er al ooit kunnen komen.”
Een knelpunt is dat opgeleide regisseurs meertaligheid of andere voorlopers niet altijd hun hele schoolteam meekrijgen. Het Z-model, oorspronkelijk bedoeld voor curriculumontwikkeling, kan daarbij helpen. “Als jij dus die voorloper bent, maar je wil je schoolteam meekrijgen, moet je eigenlijk die beweging terugmaken.” Dat betekent dat een team opnieuw begint bij vragen als: waarom is meertaligheid een kracht, welke plek geef je talen in het onderwijs en hoe kun je ze in de klas benutten?
Warme overdracht
Bouckaert besprak drie afgeronde onderzoeken naar taalbewust leren. In het eerste werkten professionals uit het primair en voortgezet onderwijs samen aan een betere overgang voor meertalige leerlingen. Daarbij vormden een basisschool en een middelbare school waar veel van haar leerlingen naartoe gaan zogenoemde ‘gouden duo’s’. Zij onderzochten onder meer hoe zij te lage inschattingen kunnen voorkomen en de warme overdracht kunnen verbeteren.
“Wij maakten de grap in de laatste bijeenkomst: we hadden ook gewoon zes keer koffie kunnen gaan drinken met elkaar. Maar we hebben het wel iets systematischer aangepakt.” Het traject leverde een flyer op met een gezamenlijke begrippenlijst en praktische tips voor beide onderwijssectoren.
Daarna werkte een innovatieteam aan een middel waarmee informatie over taalvaardigheden, taalontwikkeling en ondersteuningsbehoeften met een leerling kan meereizen. Het resultaat werd een website met een theoretisch kader en praktische werkbladen, waaronder een talenportret. Een activiteit op de website is gebaseerd op het Europees Referentiekader voor talen en helpt scholen onderscheid te maken tussen bijvoorbeeld lees-, schrijf- en spreekvaardigheid.
Zo kan blijken dat een leerling al Russisch kan lezen en schrijven. Het voortgezet onderwijs kan die kennis benutten, bijvoorbeeld door de leerling te stimuleren examen te doen in het Russisch. Bouckaert hoopte dat de website rond het congres Grenzeloos Goed Opgroeien op 18 november openbaar kon worden gemaakt.
Het derde onderzoek bracht docenten Duits, Nederlands en Engels uit het voortgezet onderwijs en het mbo samen. Zij onderzochten ieder een eigen praktijkvraag, van leesvaardigheid voor het eindexamen tot het zichtbaar maken en benutten van alle talen in de klas. Daarbij kwam ook de hiërarchie tussen talen aan de orde. “We vinden het heel waardevol als kinderen Engels, Duits, Frans, Spaans op school leren. Maar het feit dat ze inderdaad al Pools of Arabisch spreken, dat is dan even wat minder waardevol.” Over de opbrengsten is een artikel ingediend bij het tijdschrift Levende Talen.
TOS tussen de talen
In het nieuwe project TOS tussen de talen werkt Fontys in een consortium samen met partijen uit het speciaal en primair onderwijs, de Radboud Universiteit en Kentalis. Een promovendus van de Radboud Universiteit onderzoekt vier jaar lang de signalering en diagnostiek van TOS. Fontys organiseert per deelnemende stichting een ‘learning design studio’: een professionele leergemeenschap waarin wordt onderzocht wat scholen en onderwijsprofessionals nodig hebben om meertalige kinderen in het reguliere basisonderwijs een goede plek te geven.
De ervaringen van leerlingen worden vooral via praktijkproeven betrokken. “Dat is misschien nog een beetje een nadeel”, erkende Bouckaert over die indirecte rol. Het uiteindelijke doel is de instroom in het speciaal onderwijs terug te dringen. Volgens Van Buul is die instroom onder meertalige kinderen in de Brainportregio groter dan in andere regio’s; Bouckaert bevestigde dat.
Samen blijven leren
Fontys wil daarnaast drie schooloverstijgende professionele leergemeenschappen starten voor onder anderen regisseurs meertaligheid en taalcoördinatoren. Ook werkt de Fontys-lector aan een reflectie-instrument op basis van Oog voor Kleur van Farah Ramazani en het model Power Flower. Daarmee kunnen leraren nagaan welke stemmen in hun materialen dominant zijn en welke perspectieven ontbreken.
Bouckaert ziet ook het aanpassen van bestaand lesmateriaal als professionalisering: “Waarom zou je dat niet meteen benutten om ook zelf te leren?” Ondersteuning van meertalige leerlingen moet volgens haar geen extra taak zijn, maar deel uitmaken van het gewone didactische handelen. Over de benodigde tussenstappen, oftewel scaffolding, zei ze: “Dat zou onderdeel moeten zijn van jouw handelingsrepertoire in de klas.”
Samenwerking is daarbij het sleutelwoord: binnen scholen én tussen scholen. Er zijn geen definitieve oplossingen, omdat instroom, behoeften en kennis blijven veranderen. Juist door kleine interventies uit te proberen, de effecten te bespreken en ervaringen te delen, kan inclusief en meertalig onderwijs zich verder ontwikkelen.