Primair onderwijs

Gymleraren geven leerlingen verantwoordelijkheid, maar een duidelijke leerlijn ontbreekt vaak

Nederlandse gymleraren vinden het belangrijk dat kinderen leren om zelfstandig onderdelen van de gymles te regelen. Toch lijkt een doelgerichte en systematische aanpak daarvoor vaak te ontbreken. Dat blijkt uit een vragenlijstonderzoek onder 137 bevoegde vakleerkrachten bewegingsonderwijs in het basisonderwijs.

De onderzoekers vatten hun belangrijkste bevinding voorzichtig samen: “Leraren waarderen dit leerdomein en besteden er aandacht aan, maar een systematische aanpak lijkt te ontbreken.”

Van punten tellen tot scheidsrechteren

Het onderzoek van Katrijn Opstoel, Frans Prins, Leen Haerens, Jan van Tartwijk en Kristine De Martelaer draait om wat in het Nederlandse bewegingsonderwijs ‘activiteiten regelen’ heet. Daarbij draagt de leraar bepaalde taken en verantwoordelijkheden over aan leerlingen.

Kinderen kunnen bijvoorbeeld punten tellen, scheidsrechteren, andere leerlingen coachen, hulp bieden, groepjes maken of afspraken maken over de beurtvolgorde. Volgens de onderzoekers houdt dit “een geleidelijke verschuiving van verantwoordelijkheid van de gymleraar naar de leerlingen” in.

Activiteiten leren regelen is een van de drie leerdomeinen van het bewegingsonderwijs op de basisschool. De andere twee zijn beter leren bewegen en leren om bewegingsactiviteiten te waarderen en beleven. Het leren regelen van activiteiten is bedoeld als manier om persoonlijke en sociale vaardigheden te ontwikkelen.

Beleving krijgt de meeste nadruk

De 137 deelnemers verdeelden in de vragenlijst honderd procent over de drie leerdomeinen. Gemiddeld kenden zij 40,35 procent van het belang toe aan het beleven en waarderen van bewegen. Beter leren bewegen kreeg 34,17 procent en activiteiten leren regelen 25,48 procent.

De tijd die leraren naar eigen zeggen aan de drie domeinen besteden, volgde vrijwel dezelfde rangorde: 40,22 procent voor het beleven van bewegen, 35,38 procent voor beter leren bewegen en 24,40 procent voor het leren regelen van activiteiten.

De onderzoekers zagen dan ook een duidelijke samenhang tussen wat leraren belangrijk vinden en waaraan zij zeggen lestijd te besteden. Die samenhang was zeer sterk bij beter leren bewegen (ρ=0,74) en het beleven van bewegen (ρ=0,77). Bij activiteiten leren regelen was de samenhang sterk (ρ=0,60).

“Leraren in dit onderzoek leken tijd te besteden aan de activiteiten die zij naar eigen zeggen waardeerden”, schrijven de auteurs. Zij tekenen daarbij aan dat nog onduidelijk is of leraren deze verdeling bewust kiezen en welke overwegingen precies een rol spelen.

Zelfstandigheid en sociale ontwikkeling

Als belangrijkste redenen om leerlingen activiteiten te leren regelen, noemden de gymleraren “de zelfstandigheid van kinderen” en “de sociale ontwikkeling van kinderen”. Beide kregen gemiddeld een score van 4,35 op een vijfpuntsschaal.

Praktische voordelen voor de leraar wogen minder zwaar. Meer tijd voor het onderwijzen van motorische vaardigheden, didactisch gemak en eigenbelang van de leraar kregen significant lagere scores.

Volgens de onderzoekers laten de antwoorden zien dat leraren op verschillende manieren verantwoordelijkheid overdragen. Leerlingen mogen geregeld keuzes maken binnen een activiteit, materialen opruimen, punten tellen en medeleerlingen helpen. “Leerlingen ruimte geven om beslissingen en keuzes te maken, past bij een leerlinggerichte benadering”, schrijven zij.

Van de elf onderzochte taken kwam keuzes maken binnen een activiteit het vaakst voor. Een deel van de les aan medeleerlingen geven gebeurde het minst. Ruim zeven op de tien leraren vonden dat zij voldoende aandacht besteedden aan het leren regelen van activiteiten. Bijna 29 procent vond dat zij er onvoldoende aandacht voor hadden; één leraar vond dat er te veel aandacht naartoe ging.

Doelen stellen gebeurt nog onregelmatig

Vooral een leerlijn die verschillende leeftijdsgroepen met elkaar verbindt, werd weinig gebruikt. Bijna de helft van de leraren zei dat zo’n schoolbrede leerlijn nooit werd toegepast. De auteurs adviseren daarom “een leerlijn voor en over verschillende leeftijdsgroepen heen” te ontwikkelen. Daarin kan de verantwoordelijkheid stap voor stap verschuiven van leraar naar leerling.

Ook zouden leraren vaker expliciete doelen kunnen stellen en de voortgang daarop kunnen beoordelen en bespreken. Opleidingen en professionalisering kunnen hen volgens de onderzoekers helpen om zo’n aanpak te ontwerpen. Als mogelijke inspiratie noemen zij Sport Education, Cooperative Learning en Teaching Personal and Social Responsibility.

Vervolgonderzoek moet de gymzaal in

De uitkomsten zijn gebaseerd op wat leraren zelf over hun lessen rapporteerden. De onderzoekers observeerden niet wat er daadwerkelijk in de gymzaal gebeurde. Doordat leraren bovendien moesten terugkijken op de voorgaande drie maanden, kunnen hun antwoorden volgens de auteurs “algemene indrukken weerspiegelen in plaats van nauwkeurige beschrijvingen van activiteiten”.

Daarom pleiten de auteurs voor observatieonderzoek naar de manier waarop leraren persoonlijke en sociale vaardigheden onderwijzen. De huidige studie geeft, zoals zij schrijven, “geen inzicht in wat er daadwerkelijk tijdens de lessen gebeurt of in de kwaliteit van het onderwijs”. Ook kan vervolgonderzoek uitwijzen hoe leerlingen de verschillende rollen ervaren en welke leerresultaten daarmee samenhangen.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor gymleraren wijzen de uitkomsten op het belang van expliciete doelen voor taken als coachen, scheidsrechteren en samenwerken. De onderzoekers adviseren om die doelen vaker met leerlingen te bespreken en hun ontwikkeling te beoordelen.

Voor schoolteams betekent een systematische aanpak dat leerlingen niet alleen incidenteel verantwoordelijkheid krijgen. Een leerlijn over verschillende leeftijdsgroepen kan zorgen voor een stapsgewijze overdracht van taken van de leraar naar de leerling.

Voor lerarenopleidingen en nascholing ligt er volgens de auteurs een taak in het ondersteunen van leraren bij het ontwerpen van zulke leerlijnen. Modellen als Sport Education, Cooperative Learning en Teaching Personal and Social Responsibility kunnen daarbij als inspiratie dienen.

Bron: Opstoel, K., Prins, F., Haerens, L., Van Tartwijk, J. & De Martelaer, K. (2026). Teachers’ perceptions and self-reported practices regarding teaching personal and social skills in primary physical education: A survey study, European Physical Education Review. DOI: https://doi.org/10.1177/1356336X261485723

Ontdek meer onderwerpen