Sociale robots in de klas versterken onderwijs, maar vervangen niet de leraar
Sociale robots helpen leerlingen beter leren wanneer ze naast een menselijke docent worden ingezet, maar bieden geen voordeel wanneer zij de leraar volledig vervangen.
Sociale robots helpen leerlingen beter leren wanneer ze naast een menselijke docent worden ingezet, maar bieden geen voordeel wanneer zij de leraar volledig vervangen.
Basisschoolleerkrachten differentiëren in hun lessen wetenschap en technologie vaker dan gedacht, maar kiezen vooral voor lichte vormen: rondlopen, observeren, een groepje extra uitleg.
Weinig Nederlandse scholieren grijpen in wanneer ze homofoob gedrag zien, terwijl ze dat gedrag wel geregeld waarnemen.
“De dingen die soms goed voelen, zijn niet altijd even effectief.
Bezuinigingen op lerarensalarissen uit de jaren tachtig werken nog altijd door in het Nederlandse onderwijs en hebben de status van het leraarsberoep grondig aangetast.
Het coronaherstelplan voor het onderwijs steunde op een menukaart met evidence-based interventies, maar juist die onderbouwing schoot volgens nieuw onderzoek tekort.
Nederland laat de begeleiding van startende leraren grotendeels over aan afzonderlijke schoolbesturen.
Meertalige leerlingen die tijdens de Nederlandse les een boek mogen lezen in hun eigen taal, ervaren dat als waardevol en bijzonder.
Meertalige kinderen die in de klas verschillende talen door elkaar gebruiken, laten daarmee geen verwarring zien, maar juist een verfijnd vermogen om zich aan te passen aan hun sociale en educatieve omgeving.
Waarom wordt het ene kind gepest en het andere niet?
Waarom zet de ene leerling zich actief in tijdens de les, terwijl een andere leerling na een goed cijfer juist achteroverleunt?
Een op de vijf vijftienjarigen in de OESO-landen geeft aan minstens enkele keren per maand te worden gepest.
In de politiek klinkt regelmatig de roep om vaker onaangekondigde schoolinspecties.
Wie leerlingen wil overtuigen van de noodzaak van duurzaamheid, kan botsen met het recht van kinderen en ouders op vrijheid van denken en overtuiging.
Nederlandse kinderen van 10 tot 15 jaar zijn relatief vaardig in het zoeken naar informatie online en in digitale omgangsvormen, maar schieten tekort als het gaat om het kritisch beoordelen van informatie, duurzaam digitaal gedrag en vaardigheden rond kunstmatige intelligentie.