Voortgezet onderwijs

Samenwerkende leraren staan zekerder voor de klas

Leraren die vaker met collega’s samenwerken, voelen zich zekerder over hun klassenmanagement, instructie en het motiveren van leerlingen. Ook de samenstelling van de school speelt een rol. Op scholen met veel leerlingen met een migratieachtergrond hebben docenten minder vertrouwen in hun klassenmanagement, terwijl een beperkt aandeel leerlingen met een lage sociaaleconomische status juist samenhangt met meer vertrouwen. Dat blijkt uit onderzoek van Sabine Severiens, Kim Ouwehand en Marieke Meeuwisse van de Erasmus Universiteit onder 1.884 leraren op 116 middelbare scholen.

De onderzoekers bekeken hoe samenwerking tussen leraren en de samenstelling van de leerlingenpopulatie samenhangen met het vertrouwen dat docenten hebben in hun eigen professionele kunnen. In het Engels wordt dit teacher self-efficacygenoemd. Het gaat om de overtuiging van leraren dat zij de taken die bij hun beroep horen goed kunnen uitvoeren.

Dat vertrouwen werd op drie terreinen gemeten: het handhaven van orde in de klas, het geven van instructie en het betrekken en motiveren van leerlingen. Bij docenten die ervaring hadden met etnisch-cultureel diverse klassen werd daarnaast gemeten hoeveel vertrouwen zij hadden in hun vermogen om in multiculturele klassen les te geven.

Samenwerking in verschillende vormen

Voor de studie gebruikten de onderzoekers de Nederlandse gegevens uit de Teaching and Learning International Survey van 2018, een grootschalig onderzoek van de OESO. De vragenlijsten leverden informatie op over onder meer professionele ontwikkeling, samenwerking, werkbeleving, vertrouwen in het eigen kunnen en de samenstelling van de leerlingenpopulatie.

Samenwerking werd breed opgevat. Daaronder vielen bijvoorbeeld het uitwisselen of gezamenlijk ontwikkelen van lesmateriaal, het bespreken van de ontwikkeling van leerlingen, het afstemmen van beoordelingsnormen en het bijwonen van teamvergaderingen. Ook gezamenlijk lesgeven, feedback geven aan collega’s en deelnemen aan gezamenlijke professionalisering telden mee.

Uit de analyses blijkt dat leraren die vaker zulke activiteiten ondernemen, meer vertrouwen rapporteren in hun klassenmanagement, instructie en vermogen om leerlingen te betrekken. Zij achten zichzelf bijvoorbeeld beter in staat om storend gedrag te begrenzen, uiteenlopende beoordelingsvormen te gebruiken en weinig gemotiveerde leerlingen bij de les te betrekken.

De gevonden verbanden zijn bescheiden, maar statistisch significant. Het onderzoek laat echter niet zien dat samenwerking het grotere vertrouwen veroorzaakt. De gegevens zijn op één moment verzameld. Het is daardoor ook mogelijk dat leraren die al veel vertrouwen in hun eigen kunnen hebben, eerder geneigd zijn intensief met collega’s samen te werken.

Ander beeld bij diverse klassen

Bij de 1.074 docenten die aangaven ervaring te hebben met etnisch-cultureel diverse klassen, werd grotendeels hetzelfde patroon gevonden. Meer samenwerking hing bij hen samen met meer vertrouwen in instructie, het betrekken van leerlingen en het lesgeven in multiculturele klassen. Voor klassenmanagement was het verband in deze groep niet statistisch significant.

De onderzoekers bekeken daarnaast of de samenstelling van de school samenhing met het vertrouwen van leraren in hun eigen kunnen. Schoolleiders schatten daarvoor welk aandeel van hun leerlingen een lage sociaaleconomische status had en welk aandeel een migratieachtergrond had.

Docenten op scholen waar 11 tot 30 procent van de leerlingen een lage sociaaleconomische status had, rapporteerden meer vertrouwen in klassenmanagement en het betrekken van leerlingen dan docenten op scholen waar dit aandeel tussen 1 en 10 procent lag. Bij leraren met ervaring in diverse klassen hing een aandeel van 11 tot 30 procent bovendien samen met meer vertrouwen in het lesgeven in multiculturele klassen.

Voor leerlingen met een migratieachtergrond was het beeld anders. Docenten op scholen waar meer dan 30 procent van de leerlingen een migratieachtergrond had, rapporteerden minder vertrouwen in hun klassenmanagement dan docenten op scholen waar dit aandeel tussen 1 en 10 procent lag. Op scholen met 11 tot 30 procent leerlingen met een migratieachtergrond voelden leraren zich minder zeker over hun vermogen om leerlingen te betrekken.

Tegelijkertijd hing een aandeel van meer dan 30 procent leerlingen met een migratieachtergrond bij ervaren docenten juist samen met meer vertrouwen in het lesgeven in multiculturele klassen. Algemeen vertrouwen in het eigen kunnen en vertrouwen in het omgaan met culturele diversiteit hangen dus niet op dezelfde manier samen met de schoolpopulatie.

Samenwerking verandert verband niet

De onderzoekers gingen ook na of samenwerking de samenhang tussen de schoolsamenstelling en het vertrouwen van leraren in hun eigen kunnen afzwakte. Daarvoor vonden zij geen aanwijzingen. De relatie tussen samenwerking en professioneel zelfvertrouwen verschilde niet naargelang het aandeel leerlingen met een lage sociaaleconomische status of een migratieachtergrond.

Volgens de onderzoekers ondersteunen de resultaten wel het belang van professionele samenwerking. Zij wijzen daarbij op professionele leergemeenschappen waarin leraren niet alleen ervaringen uitwisselen, maar ook samen lessen verzorgen, nieuwe werkwijzen uitproberen, elkaars lessen observeren en feedback geven.

Vooral op scholen met veel leerlingen met een migratieachtergrond kan zulke samenwerking volgens de auteurs relevant zijn, omdat leraren daar op sommige onderdelen minder vertrouwen rapporteren. Die aanbeveling blijft voorlopig voorzichtig. Behalve dat er geen uitspraken over oorzaak en gevolg mogelijk zijn, zijn de uitkomsten volledig gebaseerd op beoordelingen van leraren en schoolleiders zelf. Onderzoek waarbij docenten langere tijd worden gevolgd, is nodig om vast te stellen hoe samenwerking en professioneel zelfvertrouwen elkaar beïnvloeden.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor schoolleiders laat het onderzoek zien dat samenwerking tussen leraren samenhangt met meer vertrouwen in klassenmanagement, instructie en het motiveren van leerlingen. De studie bewijst niet dat samenwerking dit vertrouwen veroorzaakt, maar geeft wel aanleiding om structurele ruimte voor gezamenlijke professionalisering te organiseren.

Voor lerarenteams wijzen de resultaten erop dat samenwerking meer kan omvatten dan overleg en aanmoediging. De onderzoekers noemen onder meer gezamenlijk lesgeven, nieuwe werkwijzen uitproberen, lessen van collega’s observeren en elkaar gerichte feedback geven.

Voor scholen met een diverse leerlingenpopulatie is van belang dat algemeen vertrouwen in het eigen kunnen niet hetzelfde is als vertrouwen in het lesgeven in een multiculturele klas. Leraren op scholen met veel leerlingen met een migratieachtergrond rapporteren op sommige algemene onderdelen minder vertrouwen, terwijl ervaren docenten zich juist zekerder kunnen voelen over hun omgang met culturele diversiteit.

Bron: Severiens, S., Ouwehand, K. & Meeuwisse, M. (2026). Teacher collaboration and teacher self-efficacy in diverse schools, Journal of Professional Capital and Community, 11(3), 373–390. DOI: https://doi.org/10.1108/JPCC-08-2024-0139

Ontdek meer onderwerpen