Zij pleiten daarom voor zogenoemde ‘dappere ruimtes’, waarin verschillen niet worden gladgestreken maar gebruikt als bron voor leren. Henrichs en Van Rijswijk dat lerarenopleiders hierbij een dubbele opdracht hebben. Zij moeten aanstaande leraren zelf laten ervaren wat verbondenheid betekent, en hen tegelijk toerusten om dat gevoel later bij hun leerlingen te versterken. Die opdracht is volgens de auteurs extra belangrijk in stedelijke en superdiverse schoolcontexten, waar leraren relatief meer werkstress en minder professionele zelfverzekerdheid ervaren, terwijl leerlingen vaker een kloof voelen tussen thuis en school.
Welbevinden en hun functioneren op school
Henrichs en Van Rijswijk bouwen hun betoog op rond het begrip ‘sense of belonging’. Daarmee doelen zij op het gevoel geaccepteerd, gerespecteerd, betrokken en gesteund te worden binnen de schoolomgeving. Voor leraren hangt dat gevoel nauw samen met hun welbevinden en hun functioneren op school. Het gaat daarbij niet alleen om persoonlijke factoren, zoals het vertrouwen in het eigen kunnen, maar ook om de kwaliteit van relaties met leerlingen en collega’s en om de omstandigheden waaronder leraren werken.
Volgens de auteurs is verbondenheid in de lerarenopleiding op twee niveaus van belang. In de eerste plaats gaat het om de verbondenheid die aanstaande leraren zelf ervaren binnen hun opleiding. Dat raakt aan hun professionele identiteit: wie wil ik zijn als leraar, en welke waarden en idealen wil ik uitdragen?
In de tweede plaats moeten aanstaande leraren leren hoe zij het gevoel van verbondenheid bij hun eigen leerlingen kunnen versterken. Dat is volgens Henrichs en Van Rijswijk een belangrijk middel om het vertrouwen van leerlingen in zichzelf te ontwikkelen. Wanneer aanstaande leraren tijdens hun opleiding zelf ervaren waarom verbondenheid ertoe doet, en tegelijk kennis, instrumenten en vaardigheden krijgen om dat gevoel bij leerlingen te bevorderen, kunnen zij volgens de auteurs met meer vertrouwen en professionele bekwaamheid het beroep instappen.
Leraren in stedelijke contexten ervaren relatief meer werkgerelateerde stress
Onderzoek laat volgens Henrichs en Van Rijswijk zien dat leraren in stedelijke contexten relatief meer werkgerelateerde stress ervaren en zich minder professioneel competent voelen. Ook is het verloop onder leraren in zulke contexten hoger. Tegelijkertijd ervaren leerlingen die opgroeien in stedelijke en superdiverse omgevingen vaker discontinuïteit tussen thuis en school. Dat kan hun gevoel van verbondenheid met school verminderen.
Juist in zulke situaties kunnen uiteenlopende perspectieven de relatie tussen leraar en leerling onder druk zetten. Dat heeft mogelijke gevolgen voor het welbevinden van zowel leraren als leerlingen. Hoewel goede relaties tussen leraar en leerling in alle onderwijscontexten van belang zijn, zijn zij volgens de auteurs extra belangrijk voor leerlingen die onder moeilijke omstandigheden opgroeien.
Henrichs en Van Rijswijk formuleren verbondenheid daarom op twee manieren. Voor de leraar gaat het om de vraag: voel ik mij onderdeel van de gemeenschap die onze school zou moeten zijn? Voor de leerling gaat het om de vraag: is deze school een plek waar ik mijzelf kan zijn en waar mijn perspectief wordt gewaardeerd?
Fundamentele twijfel of iemand ergns bijhoort
Daartegenover staat wat de auteurs verbondenheidsonzekerheid noemen: de fundamentele twijfel of iemand ergens bij hoort. Die onzekerheid treft vooral leden van niet-dominante groepen. Zij kan volgens de auteurs leiden tot een negatieve spiraal, waarin een laag gevoel van competentie de verbondenheid aantast, wat vervolgens weer negatieve gevolgen kan hebben voor prestaties.
Om leraren voor te bereiden op stedelijke en superdiverse scholen is kennis over sociale ongelijkheid en de relatie daarvan met verbondenheid volgens Henrichs en Van Rijswijk noodzakelijk. Het gaat daarbij niet alleen om het bespreken van diversiteit als onderwerp, maar ook om het oefenen met situaties waarin verschillen zichtbaar worden en spanning kunnen oproepen.
Daar komt het concept van de ‘dappere ruimte’ in beeld. De auteurs sluiten aan bij het werk van Arao en Clemens, die een onderscheid maken tussen veilige ruimtes en dappere ruimtes. Waar veilige ruimtes vaak gericht zijn op het voorkomen van ongemak, gaan dappere ruimtes ervan uit dat onzekerheid, spanning en ongemak onderdeel kunnen zijn van leren in een diverse groep.
Mogelijke bron van vernieuwing
In een dappere ruimte worden conflicten niet automatisch gezien als iets wat vermeden moet worden. Conflicten kunnen juist een natuurlijk gevolg zijn van werken met mensen die verschillende perspectieven meebrengen. Meningsverschillen worden dan niet alleen gedoogd, maar gezien als mogelijke bron van vernieuwing en dieper begrip.
Ook het uitgangspunt dat deelnemers zaken niet persoonlijk moeten opvatten, wordt in een dappere ruimte anders benaderd. Deelnemers worden juist aangemoedigd om aan te geven wanneer iets hen persoonlijk raakt. Dat kan een leermoment zijn voor de groep, omdat zichtbaar wordt dat er verschil kan bestaan tussen iemands bedoeling en de uitwerking van diens woorden of handelen.
Daarnaast vraagt een dappere ruimte om een preciezere omgang met respect. Respect wordt niet als vanzelfsprekend begrip gebruikt, maar expliciet besproken. Wat voor de een respectvol is, hoeft dat voor een ander niet op dezelfde manier te zijn. Daarom is het volgens de auteurs van belang dat deelnemers met elkaar verkennen hoe zij onenigheid kunnen uiten zonder elkaar persoonlijk aan te vallen.
Productief en wenselijk
Voor aanstaande leraren betekent dit dat zij leren hun eigen perspectief te delen zonder anderen te willen overtuigen. Tegelijk moeten zij actief ruimte maken voor de perspectieven van medestudenten. Zo leren zij dat verschillen in perspectief niet alleen onvermijdelijk zijn, maar ook productief en wenselijk kunnen zijn.
De auteurs waarschuwen wel dat streven naar verbondenheid ook een risico kent. Wanneer verbondenheid wordt nagestreefd binnen een te sterk normatieve groepscultuur, kan de pedagogische waarde van diversiteit verloren gaan. Studenten met opvattingen die afwijken van de groepsnorm kunnen zich dan minder vrij voelen om hun eigen overtuigingen en pedagogische visie uit te spreken.
Verdriet of boosheid
Dat kan opnieuw verbondenheidsonzekerheid oproepen. Die kan zich uiten in verdriet of boosheid, en leiden tot minder bereidheid om pedagogische verantwoordelijkheid te nemen. Voor lerarenopleiders betekent dit volgens Henrichs en Van Rijswijk dat zij voortdurend pedagogische afwegingen moeten maken en kritisch moeten reflecteren op hun eigen professionele handelen.
Verbondenheid mag volgens de auteurs daarom niet beperkt blijven tot vakken of cursusonderdelen waarin diversiteit expliciet het thema is. Het hele curriculum draagt verantwoordelijkheid om gevoelig te blijven voor vragen rond verbondenheid. Dat vraagt ook binnen de lerarenopleiding zelf om een open en collegiaal klimaat, waarin pedagogische spanningen niet worden weggedrukt maar worden gebruikt als bron van leren en groei.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor leraren in grote steden laat dit hoofdstuk zien dat verbondenheid niet vanzelf ontstaat in klassen waar leerlingen zeer uiteenlopende achtergronden en perspectieven meebrengen. Juist daar is het belangrijk dat leraren leren omgaan met spanning, ongemak en verschillen van inzicht, zonder die onmiddellijk te vermijden of glad te strijken.
Voor lerarenopleiders betekent dit dat zij verbondenheid niet alleen als theoretisch thema kunnen behandelen. Aanstaande leraren moeten binnen hun opleiding ook zelf ervaren hoe een leeromgeving eruitziet waarin zij zich gezien en gehoord voelen, terwijl er tegelijk ruimte blijft voor kritische reflectie, ongemakkelijke gesprekken en uiteenlopende pedagogische opvattingen.
Voor scholen en opleidingen onderstreept het hoofdstuk dat ‘dappere ruimtes’ meer vragen dan een algemene oproep tot respect. Respect, grenzen, conflict en het verschil tussen bedoeling en effect moeten expliciet bespreekbaar worden gemaakt, zodat pedagogische spanningen kunnen worden gebruikt als bron van leren en professionele groei.
Bron: Henrichs, L. & Van Rijswijk, M. (2026). Attending to Sense of Belonging in Teacher Education: A Twofold Necessity, in (Re)Imagining Teacher Education for a Future in Flux, Waxmann Verlag. DOI: https://doi.org/10.31244/9783818851583.15