“Wanneer je je ergens mee verbonden voelt, wil je er meer over weten”, zegt Arjen Barel, oprichter en directeur van Storytelling Centre in Amsterdam. “Dan duik je ook in de historische feiten. Het persoonlijke verhaal en de geschiedenis staan dus niet naast elkaar. Ze zijn met elkaar verweven.”
Het handboek en het activiteitenboek Creative and Inclusive Heritage Education komen voort uit het Centre for Religion and Heritage van de Rijksuniversiteit Groningen. Barel maakte ze samen met de Groningse hoogleraar Todd Weir en partners in onder meer Spanje, Frankrijk en Hongarije, na vijf jaar samenwerking.
De boeken mikken op “allerlei soorten onderwijsprofessionals”, zegt Weir: docenten in het voortgezet onderwijs, museumconservatoren en mensen in het volwassenenonderwijs. Het handboek biedt een inleiding in erfgoed, het activiteitenboek oefeningen, ijsbrekers en spellen voor in de klas.
Een zwaard wordt meer dan oud ijzer
Hoe zo’n oefening werkt, blijkt uit een eerder project met statushouders. Zij bezochten het Fries Museum, waar het zwaard van Grutte Pier wordt bewaard, en werden uitgedaagd daar een persoonlijke verbinding mee te leggen. “Natuurlijk hebben zij geen Friese geschiedenis”, zegt Barel. “Maar zij konden zich wel met dat zwaard verbinden, omdat het ook een symbool van bevrijding is. Voor iemand uit Syrië was dat eveneens een krachtig symbool.” Pas daarna kwam de belangstelling voor de Friese geschiedenis op gang. “Wanneer mensen die verbinding voelen, beginnen ze het voorwerp ook te waarderen. Daarna kun je vertellen dat het zwaard van een Friese man was en welke geschiedenis erbij hoort. Zonder die verbinding lopen mensen door het museum en denken ze alleen: oké, dit is een stuk oud ijzer.”
Zo werkt ook het activiteitenboek: docenten laten leerlingen werken met een kasteel, een voorwerp of een vorm van immaterieel erfgoed en vragen hun welke hedendaagse betekenis zij daaraan geven. Dat de feitelijke geschiedenis daarmee verdwijnt, bestrijdt Barel: “Het interessante is juist dat mensen door deze aanpak meer belangstelling krijgen voor de geschiedenis.”
Niet alleen kastelen, koningen en kerken
De publicaties zijn mede ontstaan uit onvrede over de manier waarop erfgoed doorgaans wordt gepresenteerd. “Wanneer mensen in Europa aan erfgoed denken, denken ze meestal aan het dominante nationale erfgoed”, zegt Weir. “Aan kastelen, koningen en grote kerken.”
Leerlingen uit kleinere gemeenschappen of uit gezinnen die relatief kort in Nederland wonen, herkennen hun eigen verleden niet altijd in dat nationale verhaal. “Dat vormt een specifieke uitdaging in het klaslokaal en in de samenleving wanneer je van erfgoed iets inclusiefs in plaats van iets uitsluitends wilt maken.” Ook politici dragen volgens Weir bij aan die beperkte opvatting. “We zijn eraan gewend dat politici zeggen dat erfgoed gaat over christelijk erfgoed, Nederlands nationaal erfgoed, de Gouden Eeuw en Amsterdam in de zeventiende eeuw. Dat is geen erg inclusief beeld.”
Barel wil daar geen nieuw verhaal voor in de plaats zetten. Ook een leerling die niet van kasteelbewoners afstamt kan een band met dat gebouw hebben, bijvoorbeeld omdat het in de eigen woonomgeving staat. “Dat verhaal kan naast het historische verhaal worden geplaatst, niet in plaats daarvan.”
Moslimerfgoed in Almere
Een belangrijke werkvorm is het gezamenlijk maken van erfgoedroutes, door een museum, een wijk of een andere openbare ruimte. “Routes zijn een goede manier om mensen mee te nemen in een reeks verhalen”, zegt Barel. “Je kunt mensen daarmee historische feiten meegeven, maar ook persoonlijke verhalen.” Na een eerder project over moslimerfgoed in Amsterdam-Oost worden dezelfde technieken nu gebruikt in Almere, een stad die juist is gekozen omdat zij nauwelijks met traditioneel erfgoed wordt geassocieerd. “Wanneer je over cultureel erfgoed in Almere begint, zie je mensen denken: wat? Vervolgens kun je laten zien dat zelfs een stad die nog maar ongeveer vijftig jaar oud is, al cultureel erfgoed heeft.”
De moslimgemeenschap wordt daarbij niet als één homogene groep behandeld; de deelnemers hebben achtergronden in onder meer Turkije, Marokko, Pakistan, Indonesië en Suriname. “Er zijn mensen die sterk gelovig zijn, maar ook mensen die minder gelovig zijn en zich vooral cultureel moslim voelen. We willen al die groepen betrekken.” Juist omdat Almere zo jong is, maakt de islam vanaf het begin deel uit van de stadsgeschiedenis. “Het is volgens mij de enige stad in Nederland waar moslims vanaf het allereerste begin aanwezig waren.”
De deelnemers leerden verhalen verzamelen, opnemen en publiceren; het resultaat komt in een webapp en een tentoonstelling die de gemeenschap daarna zelf voortzet. “Ik wil niet van bovenaf werken”, benadrukt Barel. “Nu is het aan jullie om het te blijven aanvullen en trots te zijn op jullie aanwezigheid in Almere.”
Van de wijk tot de universitaire master
Studenten van de Groningse master Religie en Erfgoed gingen naar Appingedam, waar een grote Molukse gemeenschap woont, om te werken aan minderhedenerfgoed en routes; ook schreven zij mee aan de richtlijnen. “Het gaat van volwassenenonderwijs met minderheidsgemeenschappen in een lokale omgeving tot universitair onderwijs”, zegt Weir. Erfgoed wordt daarmee niet iets wat studenten moeten onthouden, maar iets waarmee zij zelf betekenis maken. “Mensen moeten erfgoed gebruiken om betekenisvolle identiteiten, gesprekken en inzichten te creëren, zonder dat iemand wordt uitgesloten.”
Barel vat die gedachte samen met de woorden: “Erfgoed is van jou.” Veel mensen denken volgens hem nog altijd dat iets pas erfgoed is wanneer een officiële instelling het als zodanig heeft erkend. “Het maakt niet uit of jouw betrokkenheid anders is doordat jij er een ander gevoel bij hebt dan het historische perspectief voorschrijft. Maak die verbinding door verhalen te delen en mensen de ruimte te geven om hun eigen verhalen aan het erfgoed te verbinden.”
Beide boeken zijn open access ‘vrij toegankelijk’ beschikbaar.