Voortgezet onderwijs

Later selecteren gaat samen met meer kansen én goede prestaties

Scholen die de definitieve plaatsing van leerlingen op havo- of vwo-niveau uitstellen, kunnen meer kansen bieden zonder dat dit duidelijk ten koste gaat van de prestaties. Vooral brede brugklassen en scholengemeenschappen met meerdere onderwijsniveaus hangen samen met een gunstige combinatie van doorstroom en diplomering. Dat blijkt uit onderzoek van Per Bles en Rolf van der Velden van de Universiteit Maastricht en Roel Ariës, die tevens verbonden is aan de Onderwijsinspectie.
brugklassers
Brugklassers

De onderzoekers spreken zelf over gemengde niveaus in het eerste of de eerste twee leerjaren. Zulke gemengde of brede brugklassen geven scholen meer tijd om te bepalen welk niveau bij een leerling past. Ook scholengemeenschappen die meerdere onderwijsniveaus aanbieden, maken het eenvoudiger om later van niveau te veranderen.

De uitkomsten verschillen tussen havo en vwo. Bij havo-afdelingen hangt vooral het aanbieden van meerdere niveaus binnen één scholengemeenschap samen met een gunstige combinatie van kansen en prestaties. Bij vwo-afdelingen geldt dat vooral voor scholen met een gemengde brugklas gedurende één of twee jaar.

Vroege selectie op basis van onvolledige informatie

Nederlandse leerlingen worden rond hun twaalfde over verschillende niveaus in het voortgezet onderwijs verdeeld. Voor de onderzochte leerlingcohorten was die plaatsing gebaseerd op het advies van de basisschool, dat mede berustte op een gestandaardiseerde eindtoets.

Zo’n advies voorspelt niet altijd precies welk niveau het beste bij een leerling past. Sommige leerlingen worden hoger geplaatst dan zij aankunnen. Andere leerlingen komen op een lager niveau terecht terwijl zij mogelijk een hoger niveau hadden kunnen volgen. Ook kunnen leerlingen zich na de overstap naar het voortgezet onderwijs anders ontwikkelen dan vooraf werd verwacht.

Scholen kunnen verschillend met die onzekerheid omgaan. Zij kunnen leerlingen direct en vrij definitief op één niveau plaatsen, of de selectie uitstellen door verschillende niveaus in een brugklas te combineren. Een scholengemeenschap kan bovendien ruimte bieden om later binnen dezelfde school naar een ander niveau over te stappen.

Het onderzoek raakt daarmee aan de kern van het Nederlandse debat over later selecteren en brede brugklassen: hoeveel ruimte krijgen leerlingen om na het eerste schooladvies alsnog op een passend niveau terecht te komen, en wat betekent die ruimte voor hun prestaties?

Kansen en prestaties naast elkaar

De onderzoekers onderscheiden twee doelen. Scholen willen leerlingen de kans geven zich op een zo hoog mogelijk niveau te ontwikkelen, maar moeten ook zorgen dat leerlingen zonder vertraging hun diploma behalen.

‘Kansen’ werden gemeten als het aandeel leerlingen dat in het derde leerjaar minimaal een half niveau hoger was geplaatst dan het basisschooladvies. ‘Prestaties’ stonden voor het aandeel leerlingen dat zonder vertraging een diploma behaalde op het niveau waarop zij in het derde leerjaar zaten.

De onderzoekers combineerden deze uitkomsten in een kwaliteitsmaat. Een school scoorde hoger op deze maat als zij relatief veel leerlingen boven hun oorspronkelijke advies plaatste én relatief veel leerlingen zonder vertraging hun diploma liet behalen. Daarnaast berekenden de onderzoekers of een school relatief sterker op kansen of juist op prestaties was gericht.

Drie cohorten en honderden scholen

Voor het onderzoek werden gegevens gebruikt uit de Nationaal Cohortonderzoek Het ging om leerlingen die in de schooljaren 2011 tot 2014 begonnen aan het voortgezet onderwijs. Zij werden gevolgd tot en met respectievelijk 2017 tot 2020.

De analyses hadden betrekking op 382 scholen met een havo-afdeling en 403 scholen met een vwo-afdeling. Vmbo-afdelingen bleven buiten beschouwing, onder meer omdat de gebruikte kansenmaat bij het laagste vmbo-niveau onvoldoende onderscheid kon maken.

De samenhang tussen kansen en prestaties bedroeg -0,151 voor havo en -0,300 voor vwo. Volgens de onderzoekers wijst dit op een geringe tot bescheiden afruil. Scholen die meer leerlingen boven hun basisschooladvies plaatsten, hadden dus niet automatisch veel slechtere prestaties.

Brede brugklassen vooral zichtbaar bij vwo

Bij vwo-afdelingen hingen gemengde brugklassen van één of twee jaar samen met een hogere gecombineerde score voor kansen en prestaties. Deze scholen waren bovendien relatief sterker op kansen gericht.

Categorale vwo-scholen, die slechts één niveau aanbieden, waren juist relatief sterker op prestaties gericht. Voor de gecombineerde kwaliteitsscore vonden de onderzoekers bij deze categorale scholen geen duidelijk verschil.

Bij havo-afdelingen hingen gemengde niveaus in het eerste of de eerste twee leerjaren eveneens samen met een hogere kwaliteitsscore. Het duidelijkste resultaat betrof echter scholengemeenschappen die meerdere niveaus aanbieden. Havo-afdelingen binnen zulke scholen scoorden hoger op de combinatie van kansen en prestaties en waren relatief sterker op kansen gericht.

De resultaten ondersteunen daarmee het uitgangspunt achter later selecteren: als een eerste plaatsingsbesluit nog kan worden herzien, kunnen scholen leerlingen kansen bieden zonder dat dit per definitie gepaard gaat met slechtere prestaties. De studie toont echter geen oorzakelijk effect aan. Het gaat om verbanden tussen schoolstructuren en uitkomsten.

Leerlingenpopulatie speelt eveneens een rol

De onderzoekers hielden rekening met verschillen tussen de leerlingen die een school daadwerkelijk bezoeken en de mogelijke leerlingenpopulatie binnen een straal van vijf kilometer. Daarmee probeerden zij kenmerken van de omgeving te onderscheiden van selectie door scholen, leerlingen of ouders.

Scholen die relatief meer meisjes en leerlingen met een hoge sociaaleconomische status aantrokken dan op grond van hun omgeving werd verwacht, hadden bij zowel havo als vwo een hogere kwaliteitsscore. Een relatief groter aandeel leerlingen met een hoge sociaaleconomische status hing bij beide niveaus ook samen met een sterkere nadruk op prestaties.

Bij havo hing een relatief groter aandeel meisjes juist samen met een nadruk op kansen. Bij vwo waren grote afdelingen vaker relatief op prestaties gericht. De onderzochte kenmerken verklaarden, afhankelijk van het schoolniveau en de uitkomstmaat, 23 tot 45 procent van de verschillen tussen scholen.

Later selecteren vraagt om duidelijke regels

Volgens de onderzoekers kunnen scholen de spanning tussen kansen en prestaties beperken door de niveauplaatsing niet als één definitief beslismoment te behandelen. Brede brugklassen en scholengemeenschappen houden de mogelijkheid open om een leerling later op een ander niveau te plaatsen.

Daarbij bestaat ook een risico. Leerlingen en ouders verschillen in hun vermogen om informatie over het onderwijsstelsel te vinden en te begrijpen. Flexibele plaatsing en doorstroom vragen daarom om duidelijke, gestandaardiseerde en transparante procedures. Informele beslissingen kunnen sociaaleconomische verschillen anders versterken.

De studie onderzocht geen landelijk stelsel waarin alle leerlingen gedurende meerdere jaren samen onderwijs volgen. De resultaten hebben betrekking op bestaande verschillen tussen havo- en vwo-scholen, waaronder gemengde brugklassen van één of twee jaar. Ze bieden daarmee aanwijzingen voor het debat over brede brugklassen en later selecteren, maar geen rechtstreekse toets van een volledige stelselwijziging.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor scholen die brede brugklassen overwegen laten de resultaten zien dat uitstel van de definitieve niveauplaatsing kan samengaan met zowel kansen als prestaties. Het onderzoek toont dit vooral bij gemengde vwo-brugklassen van één of twee jaar.

Voor havo-scholen wijzen de resultaten vooral op het belang van een breed onderwijsaanbod binnen dezelfde scholengemeenschap. Als meerdere niveaus op één school beschikbaar zijn, blijft overstappen na de eerste plaatsing eenvoudiger.

Voor beleidsmakers en de Onderwijsinspectie onderstrepen de uitkomsten dat later selecteren meer omvat dan alleen het moment waarop een leerling wordt ingedeeld. Ook de mogelijkheden om binnen een school van niveau te veranderen en de regels voor plaatsing en doorstroom zijn van belang.

Bron: Bles, P., Van der Velden, R. & Ariës, R. J. (2026). An opportunity-performance trade-off and institutional strategies: The role of secondary school characteristics, Studies in Educational Evaluation, 91, 101687. DOI: https://doi.org/10.1016/j.stueduc.2026.101687

Ontdek meer onderwerpen