Voortgezet onderwijs

Schoolloopbaan hangt samen met de regio waar een leerling opgroeit

Leerlingen in de Randstad volgen vaker een route naar een hoog of theoretisch diploma dan leerlingen elders. Dat verschil begint bij het schooladvies en blijft zichtbaar in het voortgezet en vervolgonderwijs, blijkt uit onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs. Ook wanneer rekening wordt gehouden met de achtergrond van leerlingen en hun ouders, blijft dit regionale patroon bestaan.
Terp Friesland

Sinds de invoering van de Wet doorstroomtoetsen in schooljaar 2023-2024 moeten scholen het voorlopige schooladvies in beginsel bijstellen als de doorstroomtoets een hoger advies oplevert. Het aandeel bijstellingen steeg daardoor in het hele land, maar regionale verschillen bleven bestaan. In 2023-2024 werd in zeer sterk stedelijke gebieden gemiddeld 88 procent van de adviezen die daarvoor in aanmerking kwamen bijgesteld. In niet- tot weinig stedelijke gebieden was dat 68 procent.

Ruim 90 procent van de daarvoor in aanmerking komende adviezen werd verhoogd

Ook in 2024-2025 waren de verschillen groot. In vooral Randstadgemeenten werd ruim 90 procent van de daarvoor in aanmerking komende adviezen verhoogd. In bepaalde gemeenten in het noorden, oosten en zuiden gebeurde dit bij minder dan de helft.

Daardoor verlaten leerlingen buiten de Randstad de basisschool vaker met een definitief advies dat lager is dan hun toetsadvies. In de meeste Randstadgemeenten gold dit voor minder dan 10 procent van de leerlingen, waaronder 2 procent in Utrecht, 4 procent in Amsterdam en 7 procent in Rotterdam. In landelijke gemeenten, vooral in het noorden en oosten, ging het geregeld om 20 tot 30 procent, met uitschieters tot 35 à 40 procent. In sommige gemeenten, vooral in de Randstad maar ook in delen van Zeeland en de Achterhoek, kreeg juist ruim de helft van de leerlingen een definitief advies dat hoger was dan het toetsadvies. Een lager toetsadvies betekent volgens de inspectie overigens niet automatisch dat het hogere definitieve advies niet passend is.

Verschillen blijven zichtbaar in het voortgezet onderwijs

De regionale verschillen in advisering worden in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs niet rechtgetrokken. Leerlingen in het noorden en oosten zitten in leerjaar 3 vaker op het onderste niveau van hun dubbele toetsadvies. In de Randstad zitten leerlingen juist vaker op het bovenste niveau. Bij het cohort dat in 2018-2019 in groep 8 zat, was er een sterke samenhang tussen het aandeel leerlingen met een lager definitief advies dan toetsadvies en het aandeel dat drie jaar later op het onderste niveau van, of onder, het toetsadvies zat.

Het aandeel leerlingen op havo of vwo in leerjaar 3 liep in 2024-2025 uiteen van ruim 60 procent in Gooi en Vechtstreek tot iets minder dan 30 procent in Noord-Groningen-Eemsmond. Ook bij leerlingen met vergelijkbare achtergrondkenmerken en toetsresultaten bleef verschil bestaan: hun kans om in leerjaar 3 havo of vwo te volgen was in de regio Amsterdam ongeveer 15 procentpunt groter dan in Zuidoost-Drenthe.

Ook verschillen na het diploma

Doorleren binnen het voortgezet onderwijs, ook wel stapelen genoemd, komt het meest voor in de Randstad. In Gooi en Vechtstreek stroomde ruim 20 procent van de leerlingen met een vmbo-(g)t-diploma door naar de havo. In bepaalde regio’s in het noorden, oosten en zuiden was dat 6 tot 10 procent. Vmbo-(g)t-gediplomeerden op scholen die ook havo aanbieden, kozen vaker voor deze route.

Ook bij de overstap naar vervolgonderwijs zijn regionale patronen zichtbaar. Vmbo-gediplomeerden in een brede strook van Zeeland tot Overijssel kozen relatief vaak voor de beroepsbegeleidende leerweg, waarin werken en leren worden gecombineerd. Vmbo-kadergediplomeerden in de Randstad stroomden juist het vaakst door naar een voltijdse mbo-opleiding op niveau 4. Van de vwo-gediplomeerden koos in Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren en verschillende regio’s in het noorden en noordoosten 20 tot 23 procent voor het hbo in plaats van de universiteit.

Oorzaken nog niet vastgesteld

De inspectie onderzocht niet waardoor de regionale verschillen ontstaan. Deelnemers aan focusgroepen noemden onder meer de waardering van praktisch onderwijs, de regionale arbeidsmarkt, verwachtingen van ouders, afstand tot scholen en opleidingen en verschillen in ondersteuning. Door het beperkte aantal deelnemers kunnen deze mogelijke verklaringen niet worden veralgemeniseerd.

Een langere reistijd naar de dichtstbijzijnde havo ten opzichte van de dichtstbijzijnde vmbo-(g)t-school hing samen met vaker lager adviseren. Veranderingen in reistijd gingen echter niet samen met veranderingen in advisering of plaatsing. Het onderzoek levert daarmee geen bewijs dat reistijd op zichzelf de verschillen veroorzaakt.

Volgens de inspectie wijzen de uitkomsten op zowel overadvisering in de Randstad als onderadvisering in bepaalde gebieden daarbuiten. Het rapport is geen pleidooi voor ‘hoger is beter’: een schoolloopbaan moet passen bij de talenten en mogelijkheden van de leerling. De gevolgen van de Wet doorstroomtoetsen voor de plaatsing in leerjaar 3 konden nog niet worden onderzocht.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor scholen onderstrepen de resultaten het belang van bewustzijn over regionale verschillen bij advisering, plaatsing en doorstroom. Scholen kunnen leerlingen laten kennismaken met praktische en theoretische opleidingen en beroepen buiten hun directe leefomgeving.

Voor schoolbesturen en samenwerkingsverbanden laat het onderzoek zien dat leerlingen niet overal dezelfde ondersteuning en doorstroommogelijkheden hebben. Zij kunnen erop inzetten dat leerlingen op hun scholen zo veel mogelijk dezelfde begeleiding krijgen.

Voor overheid en onderwijsveld bieden de bevindingen aanleiding om in alle regio’s structureel aandacht te besteden aan talentontwikkeling en aan een brede blik op opleidingen en beroepen. De inspectie noemt samenwerking met gemeenten, onder meer via de Gelijke Kansen Alliantie, als voorbeeld.

Bron: Inspectie van het Onderwijs (2026). Regionale verschillen in schoolloopbanen in het basis- en voortgezet onderwijs.

Ontdek meer onderwerpen