Primair onderwijs

Korte interventie helpt leraren vaker feedback geven op zelfregulerend leren

leraar

Basisschoolleraren kunnen met een korte training en een praktisch hulpmiddel in de klas vaker feedback geven op de zelfregulerende leervaardigheden van hun leerlingen. Dat blijkt uit onderzoek van Brechje Schölvinck van de Universiteit Utrecht en collega’s van de Universiteit Utrecht en Maastricht University. Het gaat om een preprint die nog niet door vakgenoten is beoordeeld. De resultaten zijn niettemin duidelijk: leraren die aan de interventie deelnamen, gaven daarna zowel vaker als verhoudingsgewijs meer feedback op zelfregulerend leren. In de controlegroep veranderde dat niet.

Leerlingen die zulke vaardigheden beheersen behalen betere leerresultaten

Zelfregulering verwijst naar het vermogen van leerlingen om het eigen leerproces te sturen. Het gaat bijvoorbeeld om het plannen van een taak, het kiezen van een passende aanpak, het volgen van de eigen voortgang en het terugkijken op wat goed ging en wat beter kan. Uit eerder onderzoek blijkt dat leerlingen die zulke vaardigheden beheersen betere leerresultaten behalen. De onderzoekers wijzen er tegelijk op dat veel leerlingen die vaardigheden niet vanzelf ontwikkelen. Zij moeten daarin worden ondersteund.

Feedback van leraren kan daarbij een rol spelen, maar in de praktijk gebeurt dat volgens de onderzoekers weinig. Leraren geven vooral feedback op de taak zelf, bijvoorbeeld of een antwoord goed of fout is, of op de aanpak van een specifieke opgave. Feedback op het niveau van zelfregulering komt veel minder vaak voor. Juist die vorm van feedback zet leerlingen ertoe aan na te denken over hun eigen leerproces, bijvoorbeeld door vragen als: wat deed je vorige keer bij een vergelijkbare som, hoe weet je of je op de goede weg bent, of wat kun je doen als je vastloopt?

Leraren weten niet precies welke zelfregulerende vaardigheden relevant zij

De onderzoekers onderscheiden daarvoor twee mogelijke verklaringen. De eerste is dat leraren niet altijd over voldoende kennis beschikken om zulke feedback te geven. Zij weten dan niet precies welke zelfregulerende vaardigheden relevant zijn of hoe zij die kunnen aanspreken. De tweede verklaring is dat leraren die kennis wel hebben, maar die in de drukte van de les niet vanzelf omzetten in concreet gedrag. In het onderzoek worden die twee problemen aangeduid als een beschikbaarheidstekort en een productietekort.

De interventie was op beide problemen gericht. Leraren in de experimentele groep kregen eerst een training van ongeveer een uur, gegeven door Schölvinck op de eigen school. Daarin kwamen verschillende niveaus van feedback aan bod, net als de kenmerken van goede feedback, de fasen van zelfregulering en het stellen van diagnostische vragen. De training werd ondersteund met praktijkvoorbeelden en video’s.

Daarna gebruikten de leraren tien weken lang een digitale tool tijdens twintig rekenlessen. Het ging om een tablet met een overzicht van diagnostische vragen per zelfregulerende vaardigheid. De vragen waren ingedeeld naar fase: de fase voorafgaand aan de taak, de uitvoeringsfase en de terugblik achteraf. De leraar droeg de tablet tijdens het lesgeven bij zich en kon de vragen gebruiken bij het begeleiden van leerlingen. De controlegroep kreeg geen training en gebruikte geen tool.

Aan het onderzoek deden 36 basisschoolleraren mee. De helft zat in de experimentele groep, de andere helft in de controlegroep. De leraren kwamen van 21 scholen. De onderzoekers namen bij alle deelnemers voor en na de interventieperiode een rekenles op. Die opnames werden getranscribeerd en gecodeerd. Daarbij werd vastgesteld welke uitspraken als feedback konden worden beschouwd, op welk niveau die feedback werd gegeven en, als het om feedback op zelfregulering ging, op welke vaardigheidscomponent die betrekking had.

De onderzoekers beschrijven het gevonden effect als groot

Voor de interventie verschilden de twee groepen niet in de hoeveelheid feedback op zelfregulerend leren. Ook in de controlegroep veranderde er na afloop niets. Bij de leraren die de training en de digitale tool kregen, nam de feedback op zelfregulering wel sterk toe. Dat gold zowel voor de absolute frequentie als voor het aandeel van deze feedback binnen alle gegeven feedback. De onderzoekers beschrijven het gevonden effect als groot.

Daarbij lijkt feedback op zelfregulerend leren deels in de plaats te zijn gekomen van andere vormen van feedback, zoals feedback op taakniveau, procesniveau en feedback op de persoon. Volgens de onderzoekers laat dit zien dat het mogelijk is om het feedbackgedrag van leraren op korte termijn te veranderen, ook al vindt lesgeven plaats in een complexe omgeving waarin tijdsdruk, verschillen tussen leerlingen en ingesleten routines een rol spelen.

Een duidelijke stijging zichtbaar

De toename was niet in alle onderdelen van zelfregulering even sterk. Vooral feedback in de voorbereidende fase nam toe, bijvoorbeeld rond oriëntatie op de taak. Ook in de uitvoeringsfase was een duidelijke stijging zichtbaar, vooral bij feedback op leerstrategieën. Voor de terugblik achteraf, waarin leerlingen hun leerproces evalueren, was het bewijs voor een toename beperkt.

Datzelfde patroon was zichtbaar in het gebruik van de digitale tool. Leraren tikten vooral op knoppen voor oriëntatie en leerstrategieën. Knoppen voor motivatie, doorzettingsvermogen, monitoring en procesevaluatie werden minder vaak gebruikt. Volgens de onderzoekers kan dat erop wijzen dat leraren het gemakkelijker vinden om feedback te geven op het begin van een taak en op concrete aanpakken tijdens het werken, dan op latere reflectie op het leerproces.

Alleen kennisoverdracht is volgens eerder onderzoek vaak onvoldoende

De onderzoekers zien de combinatie van training en hulpmiddel als een belangrijk onderdeel van de interventie. Alleen kennisoverdracht is volgens eerder onderzoek vaak onvoldoende of heeft hooguit kortdurend effect. In deze studie werd niet alleen geprobeerd de kennis van leraren te vergroten, maar kregen zij ook ondersteuning op het moment dat zij die kennis in de les moesten toepassen. Juist dat praktische hulpmiddel kan volgens de onderzoekers hebben geholpen om het productietekort te verkleinen.

Op basis van de resultaten stellen de onderzoekers dat toekomstige versies van de training extra aandacht kunnen besteden aan onderdelen waarvoor geen duidelijke toename werd aangetoond. Dat geldt voor doorzettingsvermogen en monitoring tijdens de uitvoeringsfase, en voor procesevaluatie in de terugblikfase. De studie wordt daarmee gepresenteerd als een eerste stap: leraren kunnen worden geholpen om meer feedback op zelfregulerend leren te geven, maar de vraag of dat uiteindelijk ook leidt tot sterkere zelfregulerende vaardigheden en betere leerresultaten bij leerlingen blijft open.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor basisscholen laat dit onderzoek zien dat leraren met een relatief korte interventie kunnen worden geholpen om vaker feedback te geven op het leerproces van leerlingen, niet alleen op het goede of foute antwoord.

Voor schoolleiders en intern begeleiders is vooral de combinatie van training en ondersteuning tijdens de les relevant. De studie wijst erop dat kennis over zelfregulerend leren alleen niet genoeg hoeft te zijn; leraren hebben ook een hulpmiddel nodig dat hen op het juiste moment aan passende vragen herinnert.

Voor lerarenopleidingen en professionalisering maken de resultaten duidelijk dat feedback op zelfregulering concreet geoefend kan worden. Tegelijk blijft voorzichtigheid nodig: het onderzoek laat zien dat leraren hun feedbackgedrag kunnen veranderen, maar nog niet of leerlingen daardoor ook aantoonbaar beter leren plannen, monitoren en evalueren.

Bron: Brechje Schölvinck, Luce Claessens, Frans Prins, A.E.J.M. van Kleef, Jeroen Janssen en Liesbeth Kester. Intervention to Increase Teacher Feedback on Students’ Self-Regulated Learning Skills in Primary Education. Preprint, SSRN.

Ontdek meer onderwerpen