Het debat draaide om de vraag wat kunstmatige intelligentie betekent voor werk en samenleving, maar Bakker koos nadrukkelijk een ander vertrekpunt: het klaslokaal. Wie wil begrijpen wat AI met de arbeidsmarkt doet, moet eerst kijken naar hoe leerlingen daarop worden voorbereid.
Bakker opende zijn bijdrage met de inmiddels veel geciteerde stelling: “AI won’t take your job, a person using AI will.” Die uitspraak fungeerde nadrukkelijk niet als eindpunt, maar als vertrekpunt voor een fundamentele vraag: wie zijn die mensen die AI gaan gebruiken, en hoe worden zij daarop voorbereid? Het onderwijs speelt daarin een centrale rol, maar dat onderwijs is volgens Bakker gebouwd op aannames die niet langer vanzelfsprekend zijn. Het curriculum is historisch gegroeid en afgestemd op een wereld waarin kennisverwerving en vaardigheden een andere verhouding hadden dan nu, in een tijd waarin AI een steeds grotere rol speelt.
Leerlingen lopen voorop
Die spanning wordt zichtbaar in de klas, waar leerlingen de technologie inmiddels massaal gebruiken. Bakker verwees naar onderzoek waaruit blijkt dat ongeveer 90 procent van de leerlingen ChatGPT inzet, en een derde dat zelfs dagelijks doet voor schoolwerk. Opvallend is dat veel leerlingen het gevoel hebben dat zij beter met de technologie overweg kunnen dan hun docenten. Daarmee ontstaat een situatie waarin leerlingen zich sneller aanpassen aan technologische veranderingen dan het systeem waarin zij leren, wat de traditionele rolverdeling in het onderwijs onder druk zet.
De manieren waarop leerlingen AI gebruiken, illustreren die verschuiving. Ze vragen om uitleg op maat — “leg het mij op havo 3-niveau uit” — en gebruiken het systeem steeds vaker als persoonlijke tutor. “Je zegt gewoon: ik wil vergelijkingen leren oplossen, geef mij de komende vier weken bijles,” aldus Bakker. “En daar schijnt het behoorlijk goed in te zijn.” Daarmee verschuift een deel van het leerproces naar een digitale omgeving die altijd beschikbaar is en zich aanpast aan het niveau en tempo van de leerling, terwijl tegelijk de vraag opkomt wat leren nog betekent wanneer begeleiding zo direct en gepersonaliseerd beschikbaar is.
Dat wordt gewoon in luttele seconden uitgespuugd
Voor docenten brengt die ontwikkeling een dubbelzinnige realiteit met zich mee. Aan de ene kant biedt AI ongekende mogelijkheden om het onderwijs efficiënter te maken. Lesmateriaal kan in seconden worden gegenereerd en aangepast. “Je geeft een som en zegt: ik wil zoiets, maar dan keer tien, of iets moeilijker. En dat wordt in luttele seconden uitgespuugd,” zei Bakker.
Aan de andere kant ondermijnt diezelfde technologie vertrouwde lespraktijken. Toetsing wordt ingewikkelder, omdat niet altijd duidelijk is wat een leerling zelf heeft gedaan, en ook de rol van de docent komt onder druk te staan. “Docenten vragen zich af: zijn mijn leerlingen niet slimmer dan ik?” merkte Bakker op.
Vertekende data
Daar komen bredere zorgen bij over de technologie zelf. Bakker wees op de scheve verdeling van de data waarop AI-modellen worden getraind. Grote delen van de wereld zijn daarin ondervertegenwoordigd, wat gevolgen heeft voor de betrouwbaarheid van de uitkomsten. “Als er geen data uit Afrika worden gebruikt voor een medisch onderwerp, en wel allerlei Amerikaanse data, dan kun je wel voorstellen dat die antwoorden nogal vertekend zullen zijn.”
Tegelijk dreigt ook binnen het onderwijs ongelijkheid toe te nemen. Hoewel AI in theorie voor iedereen toegankelijk is, hangt het effectieve gebruik ervan af van randvoorwaarden die niet voor alle leerlingen gelijk zijn. “Dat werkt alleen als iemand je erop wijst, als je een computer hebt, als je wifi hebt,” zei Bakker. “Dus er zullen altijd haves en have-nots zijn, ben ik bang.”
Een rekenmachine is deterministisch, een taalmodel niet
Om te begrijpen hoe het onderwijs zich tot zulke veranderingen verhoudt, greep Bakker terug op een historisch precedent: de introductie van de rekenmachine. Die leidde ertoe dat het onderwijs zijn prioriteiten verlegde. De nadruk kwam minder te liggen op het uitvoeren van lange berekeningen en meer op inzicht en schattend rekenen. “We vonden het belangrijker dat kinderen goed schattend leren rekenen,” zei hij. Tegelijk maakte hij duidelijk dat de vergelijking haar grenzen heeft. “Een rekenmachine is deterministisch,” aldus Bakker. “Je wil elke keer hetzelfde krijgen. Terwijl taalmodellen elke keer wat anders geven. Dat is een kansmodel. Dat is een heel wezenlijk andere technologie.”
Juist die onvoorspelbaarheid maakt het volgens hem lastig om vast te stellen welke vaardigheden centraal moeten staan. “De vraag is niet alleen wat leerlingen vandaag nodig hebben, maar ook wat over tien of twintig jaar nog relevant is,” zei hij. “Als je nu bepaalde dingen uit het curriculum haalt, omdat een technologie ze overneemt, loop je het risico dat je kennis weggooit die later toch belangrijk blijkt.” Daarmee schetste hij een dilemma dat zich niet eenvoudig laat oplossen: aanpassen is onvermijdelijk, maar de richting waarin blijft onzeker.
Artikel 23 laat het aan de school om invulling te geven aan AI
Die onzekerheid kwam ook terug in een vraag uit de zaal, waar de vergelijking werd gemaakt met zwemlessen: zou onderwijs in AI niet een basisvoorziening moeten zijn, zodat alle leerlingen dezelfde kansen krijgen? Bakker wees in zijn antwoord op artikel 23 van de Grondwet, dat scholen ruimte geeft om hun onderwijs zelf in te richten. De overheid stelt kerndoelen vast, maar schrijft niet in detail voor hoe die moeten worden ingevuld.
“Scholen mogen zelf heel veel bepalen. De kerndoelen staan vast, die zijn wettelijk vastgelegd, maar zijn nog behoorlijk open,” zei Bakker. “Je mag als school ervoor kiezen om te zeggen: ik ga erover onderwijzen, maar we gaan het niet zelf gebruiken.” Daarmee benadrukte hij dat er in Nederland bewust ruimte is voor verschillende keuzes en benaderingen. Tegelijk betekent die vrijheid ook dat verschillen tussen scholen kunnen ontstaan, en daarmee tussen leerlingen. Het alternatief, stelde hij scherp, zou een systeem zijn waarin iedereen hetzelfde moet leren. “Het alternatief is het Chinese model: iedereen drillen om hetzelfde te leren. Dan zouden we de grondwet moeten veranderen.”