Voortgezet onderwijs

Activerend lesgeven belangrijkste factor voor betrokkenheid van leerlingen

Hoe startende leraren hun klas organiseren en leerlingen actief bij de les betrekken, hangt sterk samen met de mate waarin middelbare scholieren betrokken zijn tijdens de les.

Vooral activerende instructie en effectief klassenmanagement blijken belangrijk. Deze relatie geldt voor vrijwel alle leerlingen, ongeacht hun achtergrond. Dat blijkt uit een grootschalige studie onder leerlingen en startende leraren in het Nederlandse voortgezet onderwijs. 

Schooluitval en lagere prestaties

Leerlingenbetrokkenheid wordt in de onderwijswetenschap gezien als een belangrijke voorwaarde voor effectief leren. Wanneer leerlingen zich emotioneel verbonden voelen met de les en actief deelnemen aan leeractiviteiten, vergroot dat de kans dat zij de leerdoelen van het curriculum behalen. Tegelijkertijd verliezen veel leerlingen in de loop van hun schooltijd geleidelijk hun interesse in school, wat kan leiden tot lagere prestaties of zelfs schooluitval. Tegen die achtergrond onderzochten de onderzoekers welke concrete gedragingen van startende leraren samenhangen met betrokkenheid van leerlingen tijdens de les. 

Voor het onderzoek maakten de onderzoekers gebruik van een bestaande dataset met informatie van 11.973 leerlingen, 647 leraren en 198 scholen in het Nederlandse voortgezet onderwijs. De gegevens waren oorspronkelijk verzameld in een studie naar de ontwikkeling van startende leraren tijdens hun inductietraject.

Een veilig en stimulerend leerklimaat

Leerlingen beoordeelden het gedrag van hun docent met de zogenoemde My Teacher Questionnaire, een vragenlijst met 41 items die zes dimensies van leraarsgedrag meet: een veilig en stimulerend leerklimaat, klassenmanagement, instructieduidelijkheid, activerend leren, gedifferentieerde instructie en het aanleren van leerstrategieën.

Daarnaast rapporteerden leerlingen zelf over hun emotionele en gedragsmatige betrokkenheid tijdens de les. De analyses werden uitgevoerd met multilevel-modellen die rekening houden met de hiërarchische structuur van leerlingen binnen klassen en scholen. 

Activerend leren bleek de sterkste voorspeller

De resultaten laten zien dat alle zes dimensies van leraarsgedrag samenhangen met betrokkenheid van leerlingen, maar dat de sterkte van die verbanden verschilt. Activerend leren bleek de sterkste voorspeller van zowel emotionele als gedragsmatige betrokkenheid. Klassenmanagement had eveneens een duidelijke relatie met betrokkenheid, vooral met de emotionele component daarvan. Wanneer leerlingen hun docent ervaren als iemand die de les goed structureert en tegelijkertijd actieve deelname stimuleert, rapporteren zij gemiddeld een hogere betrokkenheid bij de lesactiviteiten. 

Instructieduidelijkheid en het aanleren van leerstrategieën vertoonden eveneens positieve relaties met betrokkenheid, maar de omvang van deze effecten was kleiner. Gedifferentieerde instructie had een bescheiden maar afzonderlijk effect. Wanneer alle zes dimensies gelijktijdig in het statistische model werden opgenomen, bleken de afzonderlijke effecten van leerklimaat en leerstrategieën niet langer significant. Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat deze factoren in sterke mate samenhangen met de aanwezigheid van activerend leren in de klas. 

Betrokkenheid van leerlingen

De gecombineerde invloed van activerend leren en klassenmanagement bleek substantieel. Samen leverden deze dimensies een effectgrootte op van 0,63 op de vierpuntsschaal voor emotionele betrokkenheid en 0,50 voor gedragsmatige betrokkenheid. Volgens de onderzoekers duidt dit op een praktisch betekenisvolle relatie tussen deze vormen van gedrag van leraren en de betrokkenheid van leerlingen tijdens de les. 

Achtergrondkenmerken van leerlingen bleken in vergelijking met leraarsgedrag een beperkte rol te spelen. In eerste instantie vertoonden factoren zoals geslacht, schooltype en vak enige samenhang met betrokkenheid. Wanneer de zes dimensies van leraarsgedrag in het model werden opgenomen, verdwenen deze verbanden grotendeels. Alleen leerlingen van wie de ouders uitsluitend basisonderwijs hebben gevolgd rapporteerden gemiddeld iets lagere gedragsmatige betrokkenheid. Interactie-effecten tussen achtergrondkenmerken en leraarsgedrag werden niet gevonden. Dat betekent dat de relatie tussen de zes dimensies van leraarsgedrag en betrokkenheid ongeveer even sterk is voor leerlingen met verschillende achtergronden. 

Let ook op emtionele betrokkenheid

De studie kent enkele beperkingen. Het onderzoek is cross-sectioneel en gebaseerd op correlaties, waardoor geen uitspraken kunnen worden gedaan over oorzakelijke verbanden. Daarnaast bestaat de steekproef vrijwel uitsluitend uit startende leraren, waardoor de resultaten niet automatisch kunnen worden gegeneraliseerd naar meer ervaren docenten.

Volgens de onderzoekers wijzen de resultaten erop dat begeleiding van startende leraren niet alleen aandacht moet besteden aan emotionele ondersteuning, maar ook expliciet aan pedagogisch-didactische vaardigheden zoals klassenmanagement en activerend lesgeven. Deze vaardigheden blijken het sterkst samen te hangen met betrokkenheid van leerlingen tijdens de les.  

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor schoolleiders en begeleiders van startende leraren laat het onderzoek zien dat begeleidingstrajecten niet alleen gericht moeten zijn op algemene ondersteuning, maar ook expliciet aandacht moeten besteden aan klassenmanagement en activerend lesgeven. Deze twee dimensies van leraarsgedrag hangen het sterkst samen met de betrokkenheid van leerlingen tijdens de les.

Voor lerarenopleidingen maken de resultaten duidelijk dat vaardigheden zoals het organiseren van de les, het structureren van activiteiten en het actief betrekken van leerlingen cruciale onderdelen zijn van de basiscompetenties van beginnende leraren. Tegelijkertijd wijzen de relatief lagere scores op gedifferentieerde instructie en het aanleren van leerstrategieën erop dat deze complexere vaardigheden vaak pas later in de loopbaan verder ontwikkeld worden.

Voor scholen suggereren de bevindingen dat investeren in onderwijspraktijken die leerlingen actief laten deelnemen aan de les, gecombineerd met een duidelijke lesstructuur en effectief klassenmanagement, kan bijdragen aan hogere betrokkenheid van leerlingen. Volgens het onderzoek geldt dit voor leerlingen met uiteenlopende achtergronden.

Bron: Maulana, R., Helms-Lorenz, M. & Suhre, C. (2026). Secondary School Student Perceptions of Beginning Teachers’ Teaching Behaviours and Their Academic Engagement: Multilevel Modelling, Behavioral Sciences. DOI: https://doi.org/10.3390/bs16030399

Ontdek meer onderwerpen