Primair onderwijs

Onderzoekers vragen meer steun voor cognitief sterke leerlingen uit minder welgestelde gezinnen

Scholen en beleidsmakers moeten meer aandacht besteden aan de begeleiding van leerlingen met hoge cognitieve capaciteiten uit minder welgestelde gezinnen. Ook is meer onderzoek nodig naar programma’s die deze leerlingen kunnen ondersteunen. Dat schrijven Lineke van Tricht en Lianne Hoogeveen van de Radboud Universiteit en Anouke Bakx van Tilburg University.

Dat schrijven de onderzoekers na een kleine Nederlandse pilotstudie. Volgens hen zijn er nog maar weinig motivatieprogramma’s die specifiek op deze groep zijn gericht.

In de pilot volgden acht leerlingen van 14 en 15 jaar drie bijeenkomsten. Ze kozen een eigen schooldoel, tekenden de stappen ernaartoe uit en spraken met mensen die als rolmodel konden dienen. De leerlingen reageerden positief op verschillende opdrachten en zeiden allemaal dat zij hun doel hadden bereikt. Hun motivatie nam volgens de gebruikte vragenlijsten echter niet aantoonbaar toe. De onderzoekers benadrukken daarom dat een grotere en langduriger studie nodig is voordat kan worden vastgesteld of het programma werkt.

Een doel opdelen in kleine stappen

Tijdens de eerste bijeenkomst kozen de leerlingen een schooldoel dat voor hen belangrijk was. Vervolgens maakten ze een routekaart. Daarop tekenden ze niet alleen de stappen naar hun doel, maar ook mogelijke hindernissen en alternatieve routes.

Zes van de acht leerlingen noemden deze routekaart nuttig. Een leerling legde uit waarom: “Een droom of doel lijkt vaak heel ver weg. Maar als je het in kleine stappen verdeelt, denk je: o, het is bereikbaar. Dan is het mogelijk.”

Andere leerlingen kwamen tot vergelijkbare conclusies. “Je kreeg inzicht in hoe je het gaat aanpakken”, zei een leerling. Een ander zei: “Je kon het overzicht zien: wat je stap voor stap kon doen.”

Op de routekaarten noteerden leerlingen ook wat een voltooide stap met hen deed. Zo schreef een leerling na het zetten van een eerste stap: “Begonnen – daar ben ik blij mee – extra motivatie.” Een ander noteerde na het maken van een planning: “Opgelucht.”

Zien hoe anderen hun doel bereikten

In de tweede bijeenkomst interviewden de leerlingen mogelijke rolmodellen. Ze vroegen hoe deze mensen hun doelen hadden bereikt, welke keuzes ze hadden gemaakt en hoe ze met tegenslagen waren omgegaan.

Alle acht leerlingen vonden deze gesprekken interessant. Vooral de weg achter het uiteindelijke succes sprak hen aan. “Je ziet altijd dat mensen al zijn geworden wat ze zijn, maar je ziet nooit hoe ze daar zijn gekomen”, zei een leerling.

Een andere leerling vond het waardevol om te horen “hoe andere mensen het hebben gedaan en hoe zij keuzes maken”. Weer een ander haalde uit het gesprek de boodschap “dat je niet moet opgeven en dat je er uiteindelijk wel komt”.

Volgens de onderzoekers ontdekten de leerlingen door deze gesprekken dat ook andere mensen moeilijkheden tegenkomen. De rolmodellen maakten zichtbaar dat een doel meestal niet in één rechte lijn wordt bereikt.

Oefenen met lastige keuzes

De laatste bijeenkomst ging over dilemma’s. De leerlingen bedachten situaties waarin ze tussen twee mogelijkheden moesten kiezen en bespraken die met elkaar. Zes leerlingen noemden deze opdracht leuk en één leerling vond haar interessant.

Een leerling omschreef de aantrekkingskracht eenvoudig: “Je kon kiezen tussen twee dingen die je allebei wilde doen.” Met deze oefening wilden de onderzoekers leerlingen laten nadenken over hun eigen invloed op de weg naar hun doel.

Het onderdeel over hoge cognitieve capaciteiten maakte minder indruk. Slechts één leerling noemde het leerzaam om daarover meer te horen. De onderzoekers konden daarom niet vaststellen dat meer kennis over de eigen capaciteiten een belangrijke rol speelde in de uitkomsten.

Geen aantoonbare stijging van motivatie

Voor en na de drie bijeenkomsten vulden de leerlingen vragenlijsten in over hun motivatie en hun vertrouwen in hun vermogen om schooltaken uit te voeren. De scores waren na afloop niet aantoonbaar hoger of lager.

De ervaringen van de leerlingen geven een ander, maar voorzichtiger beeld. Alle leerlingen zeiden dat zij hun eigen doel hadden bereikt. Een van hen zei: “De routekaart was nuttig. Ik heb mijn doelen bereikt, dus het werkte.” Een andere leerling vertelde: “Ik was gemotiveerd om aan mijn doelen te werken.”

Die uitspraken betekenen niet dat de aanpak bewezen effectief is. De studie telde slechts acht deelnemers en er was geen vergelijkingsgroep. Daardoor kan niet worden vastgesteld of de leerlingen hun doelen dankzij de bijeenkomsten bereikten of dat andere factoren een rol speelden.

Steun vanuit school en beleid

De onderzoekers zien vooral aanwijzingen dat het opdelen van een doel in stappen en het spreken met rolmodellen leerlingen kan helpen om een mogelijke weg naar hun toekomst te zien. Zij stellen dat docenten en leerlingen daarbij steun nodig hebben van schoolbesturen en van lokale, regionale en landelijke beleidsmakers.

De opzet van het programma is vrij beschikbaar en kan volgens de onderzoekers worden gebruikt door docenten en lerarenopleidingen. Tegelijk noemen zij de pilot nadrukkelijk geen bewijs dat de aanpak effectief is. Daarvoor is vervolgonderzoek nodig met meer leerlingen, een vergelijkingsgroep en meerdere meetmomenten. Ook zou de familie van de leerlingen nauwer bij een volgend programma kunnen worden betrokken.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor docenten en mentoren laat deze kleine pilot zien hoe een leerling een persoonlijk schooldoel kan opdelen in concrete stappen. Een getekende routekaart kan zichtbaar maken wat al is gelukt, welke hindernissen mogelijk zijn en welke andere route een leerling kan kiezen.

Voor schoolbesturen en beleidsmakers bevelen de onderzoekers aan om docenten en leerlingen te ondersteunen bij zulke begeleiding. Zij wijzen daarnaast op het gebrek aan onderzochte programma’s voor cognitief sterke leerlingen uit minder welgestelde gezinnen en vragen om verdere ontwikkeling en toetsing van interventies.

Voor scholen die de aanpak willen gebruiken blijft terughoudendheid nodig. De acht leerlingen waren positief over verschillende opdrachten, maar hun motivatie en vertrouwen in het eigen kunnen stegen niet aantoonbaar. De studie biedt daarom ideeën voor begeleiding, maar nog geen bewijs voor de werkzaamheid van het programma.

Bron: Van Tricht, L., Hoogeveen, L. & Bakx, A. (2026). Motivating High-Ability, Secondary School Students from Low SES Families: An Exploratory Pilot Study of an Intervention, Roeper Review. DOI: https://doi.org/10.1080/02783193.2026.2732865