Primair onderwijs

Wie dichter bij een klasgenoot zit, gaat diegene aardiger vinden

Leerlingen die door een nieuwe zitindeling dichter bij elkaar kwamen, vonden elkaar acht tot twaalf weken later aardiger. Hun oordeel over elkaars populariteit veranderde niet, blijkt uit onderzoek van David Vandemeulebroucke, Yvonne van den Berg, Nathalie Hoekstra en William Burk van de Radboud Universiteit onder 719 bovenbouwleerlingen.

De studie is een vooraf geregistreerde herhaling en uitbreiding van onderzoek van Van den Berg en Cillessen uit 2015. De onderzoekers wilden nagaan of de eerdere bevindingen opnieuw zouden worden gevonden. Daarnaast onderzochten zij of veranderingen in zitplaats ook worden gevolgd door veranderingen in de manier waarop leerlingen elkaar beoordelen.

Nieuwe plaatsen in de klas

Aan het onderzoek deden 719 leerlingen mee met een gemiddelde leeftijd van ruim tien jaar. Zij zaten verspreid over 33 klassen. De metingen vonden plaats tussen 2020 en 2022. Klassen die sterk waren geraakt door lockdowns en afstandsregels werden buiten het onderzoek gehouden.

De leerlingen vulden op twee momenten een digitale vragenlijst in, met acht tot twaalf weken ertussen. Zij beoordeelden iedere klasgenoot op een schaal van 1 tot 7. Daarbij kregen zij twee vragen voorgelegd: hoe aardig vind je deze klasgenoot en hoe populair denk je dat deze klasgenoot is?

Bij de eerste meting zaten de leerlingen op de plaats die hun leraar had bepaald. Daarna maakte een digitaal programma een nieuwe zitindeling. Die indeling was zoveel mogelijk willekeurig, maar hield wel rekening met praktische beperkingen, zoals leerlingen met problemen met zien of horen. Ook werden slachtoffers en pesters niet vlak bij elkaar geplaatst en konden leraren om aanpassingen vragen.

Aan het einde van de onderzoeksperiode brachten de leraren de dan geldende zitopstelling opnieuw in kaart. Niet alle klassen hadden zich gedurende de volledige periode aan de afgesproken indeling gehouden. Daardoor konden de onderzoekers bijna 12 procent van de onderzochte leerlingparen niet meenemen in de analyses van de tweede zitopstelling.

Dichtbij zitten hangt samen met waardering

Leerlingen die op hetzelfde moment dichter bij elkaar zaten, vonden elkaar gemiddeld iets aardiger en schatten elkaar iets populairder in. Dat patroon was zowel zichtbaar bij de oorspronkelijke indeling van de leraar als bij de later aangepaste zitopstelling.

Die samenhang gold voor specifieke paren leerlingen. Een leerling die dichter bij een bepaalde klasgenoot zat, beoordeelde juist die klasgenoot gemiddeld iets positiever. De plaats van een leerling binnen de klas als geheel maakte daarentegen geen verschil. Leerlingen die gemiddeld dichter bij alle klasgenoten zaten, bijvoorbeeld doordat zij een centrale plek in het lokaal hadden, werden niet aardiger of populairder gevonden dan leerlingen aan de rand van de klas.

Daarmee werd één bevinding uit het onderzoek van 2015 niet herhaald. In die eerdere studie werden centraal geplaatste leerlingen gemiddeld aardiger gevonden. In het nieuwe onderzoek werd daarvoor op geen van beide meetmomenten bewijs gevonden.

Leerlingen kiezen aardige klasgenoten

Op beide meetmomenten mochten de leerlingen ook hun ideale zitindeling samenstellen. Daarin plaatsten zij klasgenoten die binnen de groep als aardig of populair werden beschouwd dichter bij zichzelf.

Ook hun persoonlijke oordeel speelde een rol. Hoe aardiger een leerling een specifieke klasgenoot vond, hoe dichter die klasgenoot in de gewenste indeling werd geplaatst. Hetzelfde patroon was zichtbaar bij populariteit, zij het minder sterk. Leerlingen plaatsten klasgenoten die zij persoonlijk populair vonden eveneens vaker in hun nabijheid.

De onderzoekers zagen bovendien dat leerlingen klasgenoten dichter bij zichzelf plaatsten wanneer zij door die klasgenoot zelf als aardig of populair werden beoordeeld. De relatie tussen sociale waardering en de gewenste afstand liep dus in beide richtingen.

Dichter bij elkaar, aardiger voor elkaar

Doordat de zitindeling tussen de twee metingen veranderde, konden de onderzoekers ook nagaan of een verandering in afstand werd gevolgd door een verandering in beoordeling. Daarbij hielden zij rekening met het oordeel dat leerlingen bij de eerste meting al over elkaar hadden.

Leerlingen die door de nieuwe zitindeling dichter bij elkaar kwamen, vonden elkaar bij de tweede meting gemiddeld iets aardiger. Leerlingen die verder uit elkaar kwamen te zitten, gingen elkaar juist iets minder aardig vinden. Het gevonden verband was klein.

Voor populariteit werd dit patroon niet gevonden. Dichter bij elkaar komen zitten veranderde niet aantoonbaar hoe populair leerlingen elkaar vonden. Volgens de onderzoekers past dit bij het verschil tussen beide oordelen. Aardigheid is een persoonlijk oordeel over een specifieke klasgenoot, terwijl populariteit sterker berust op de reputatie die een leerling binnen de hele groep heeft.

Vriendschap verandert het verband niet

De onderzoekers gingen ook na of het verband anders was voor vrienden. Twee leerlingen golden als vrienden wanneer zij elkaar allebei als beste vriend of goede vriend hadden genoemd.

Wederzijdse vrienden bleven elkaar over de tijd duidelijk aardiger en populairder vinden dan leerlingen die geen vrienden waren. Er werd echter onvoldoende bewijs gevonden dat het verband tussen afstand en waardering bij vrienden anders was dan bij niet-vrienden. Dichter bij elkaar zitten hing dus niet uitsluitend bij leerlingen zonder bestaande vriendschap samen met een positievere beoordeling.

Dat betekent niet dat het verband voor vrienden en niet-vrienden bewezen precies even sterk is. De onderzoekers vonden alleen geen statistisch aantoonbaar verschil tussen beide groepen.

Ook de tafelgroep telt mee

Naast de precieze afstand tussen twee zitplaatsen onderzochten de auteurs of leerlingen wel of niet in dezelfde tafelgroep zaten. Deze aanvullende analyse leverde grotendeels hetzelfde beeld op. Leerlingen binnen dezelfde tafelgroep vonden elkaar iets aardiger en populairder dan leerlingen uit verschillende tafelgroepen.

Wanneer leerlingen hun gewenste zitindeling maakten, plaatsten zij klasgenoten die zij aardig of populair vonden bovendien vaker in hun eigen tafelgroep. Leerlingen die door de nieuwe indeling bij elkaar in een tafelgroep terechtkwamen, gingen elkaar ook iets aardiger vinden.

Bij deze manier van meten werd wel een klein verband met populariteit gevonden: leerlingen die bij de tweede meting in dezelfde tafelgroep zaten, beoordeelden elkaar iets populairder, ook nadat rekening was gehouden met hun eerdere oordeel. Dit resultaat kwam niet naar voren wanneer de precieze afstand tussen zitplaatsen als maatstaf werd gebruikt. De analyses naar tafelgroepen waren verkennend.

De auteurs benadrukken dat de gevonden verbanden klein zijn. Bovendien werd alleen de afstand tussen vaste zitplaatsen gemeten. Hoe vaak leerlingen daadwerkelijk met elkaar spraken, samenwerkten of buiten de les bij elkaar waren, is niet onderzocht. De studie omvatte daarnaast slechts twee meetmomenten. Daardoor kon niet worden vastgesteld hoe de onderlinge waardering zich in de tussenliggende weken ontwikkelde.

Ontdek meer onderwerpen