Voortgezet onderwijs

Technologie verandert scholen niet, schoolleiders wel

Het competentiekader dat het iXperium van de HAN samen met Npuls ontwikkelde, is als enige model van zijn soort volledig opgenomen in een nieuw internationaal raamwerk voor digitaal leiderschap. Onderzoekers uit zes landen, onder wie lector Marijke Kral van de HAN, onderscheiden daarin zes dimensies van leiderschap, juist nu kunstmatige intelligentie scholen voor technische, pedagogische, organisatorische en ethische keuzes stelt.

Digitale technologie biedt scholen volgens de onderzoekers grote mogelijkheden, bijvoorbeeld voor gepersonaliseerd onderwijs en nieuwe vormen van leren. Tegelijkertijd brengt de snelle opkomst van onder meer kunstmatige intelligentie ook nieuwe risico’s met zich mee. Schoolleiders krijgen daardoor een steeds belangrijkere rol bij het maken van afgewogen keuzes over de inzet van technologie. 

Digitale leiders zijn meer dan schooldirecteuren

Met schoolleiders bedoelen de auteurs nadrukkelijk niet alleen schooldirecteuren. Ook middenmanagers, leraren en leidinggevenden op stelselniveau kunnen vanuit hun eigen positie invloed uitoefenen op de manier waarop digitale technologie binnen scholen wordt ingezet. Het artikel beschrijft digitaal leiderschap daarom als een gezamenlijke verantwoordelijkheid binnen het onderwijs, waarbij verschillende betrokkenen samenwerken aan de ontwikkeling van een digitale leercultuur. 

De auteurs constateren dat scholen opereren in een omgeving waarin technologische ontwikkelingen, maatschappelijke veranderingen en toenemende culturele diversiteit elkaar in hoog tempo opvolgen. Daardoor neemt ook de druk op schoolleiders toe. Zij moeten niet alleen beslissen over de invoering van nieuwe technologie, maar ook zorgen dat die aansluit bij pedagogische doelen en bijdraagt aan inclusief onderwijs. 

Kunstmatige intelligentie vraagt om kritische keuzes

De opkomst van generatieve AI krijgt in het artikel bijzondere aandacht. Volgens de onderzoekers kunnen dergelijke systemen onderwijs beter afstemmen op individuele leerlingen en nieuwe mogelijkheden bieden voor innovatie. Daar staan echter risico’s tegenover, zoals ondoorzichtige besluitvorming, ongelijke behandeling van bepaalde groepen en mogelijke negatieve gevolgen voor het welzijn van gebruikers. 

Daarnaast wijzen de auteurs erop dat schoolleiders gevoelig kunnen zijn voor overtuigende marketingclaims of populaire technologische trends die nog nauwelijks zijn onderzocht. Ook kunnen zij onder druk komen te staan om nieuwe technologie snel in te voeren zonder dat daarvoor een duidelijke onderwijskundige aanleiding bestaat. Daarom is volgens de onderzoekers niet alleen technische kennis nodig, maar ook voldoende handelingsruimte om eigen afwegingen te maken. Schoolleiders moeten begrijpen hoe hun school onderdeel is van een groter netwerk en verschillende belanghebbenden kunnen betrekken bij veranderingen. 

Zes onderdelen van digitaal leiderschap

Om schoolleiders daarbij te ondersteunen ontwikkelden de onderzoekers een raamwerk met zes onderling samenhangende onderdelen. Centraal staat transformatief en strategisch leiderschap: het ontwikkelen van een gedeelde visie op digitale vernieuwing die aansluit bij zowel de onderwijspraktijk als bredere maatschappelijke doelen. Daaromheen staan deskundigheidsontwikkeling, kansengelijkheid en inclusie, beleid en bestuur, leidinggeven aan verandering en toekomstbestendigheid. Volgens de auteurs moeten deze onderdelen steeds in samenhang worden bekeken en niet los van elkaar worden toegepast. 

Bij deskundigheidsontwikkeling gaat het niet alleen om digitale vaardigheden van schoolleiders zelf, maar ook om het ondersteunen van leraren. Leidinggevenden moeten ruimte creëren voor professionele ontwikkeling, samenwerking en experimenteren met nieuwe technologie. Daarbij pleiten de onderzoekers voor een combinatie van sturing van bovenaf en initiatieven vanuit de school zelf. 

Nederlandse bijdrage krijgt prominente plaats

Een opvallende bouwsteen van het internationale raamwerk is het competentiekader dat het iXperium van de HAN samen met Npuls ontwikkelde. Dat model onderscheidt vijf onderdelen van digitaal leiderschap: richting geven aan de verandering, de organisatie opnieuw inrichten, leiderschapscompetenties ontwikkelen, de digitale geletterdheid van leidinggevenden versterken en een innovatieve leercultuur bevorderen.

Het kader is als afzonderlijke figuur in het artikel opgenomen en wordt gebruikt om te beschrijven hoe schoolleiders kennis en vaardigheden binnen hun organisatie kunnen ontwikkelen. 

Ontwikkeld met onderzoekers uit zes landen

Het raamwerk kwam tot stand binnen een thematische werkgroep van EDUsummIT 2025. Onderzoekers uit zes landen begonnen begin 2025 met het verzamelen van literatuur, het bepalen van gezamenlijke thema’s en het opstellen van een werkdocument. Tijdens EDUsummIT aan Dublin City University werkten zij dit uit tot het uiteindelijke model. Vervolgens toetsten twee auteurs de bruikbaarheid ervan aan de hand van de situatie in Duitsland en Australië. Die praktijkvoorbeelden laten volgens de auteurs zien dat schoolleiders wereldwijd met vergelijkbare vraagstukken te maken hebben, terwijl verschillen in nationaal beleid mede bepalen hoe digitale transformatie vorm krijgt.  

In hun conclusie benadrukken de onderzoekers dat digitaal leiderschap uiteindelijk draait om meer dan technologie alleen. Schoolleiders moeten volgens hen digitale vernieuwing steeds verbinden aan onderwijsdoelen, samenwerking, kansengelijkheid en de ontwikkeling van een inclusieve leercultuur. Het gepresenteerde raamwerk is bedoeld als hulpmiddel om scholen daarbij richting te geven in een onderwijsomgeving die voortdurend verandert.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor schoolleiders laat het onderzoek zien dat digitale transformatie niet begint bij de keuze voor nieuwe technologie, maar bij het ontwikkelen van een gezamenlijke visie op onderwijs. Technologie krijgt volgens de auteurs pas meerwaarde wanneer die aansluit bij pedagogische doelen en de behoeften van leerlingen en leraren.

Voor leraren en schoolteams benadrukt het raamwerk het belang van gezamenlijke professionele ontwikkeling. Digitale vernieuwing vraagt volgens de onderzoekers om samenwerking, ruimte om te experimenteren en een combinatie van sturing vanuit de schoolleiding en initiatieven vanuit de werkvloer.

Voor beleidsmakers onderstrepen de auteurs dat schoolleiders voldoende ruimte en ondersteuning nodig hebben om verantwoorde keuzes te maken over digitale technologie. Daarbij vragen zij expliciet aandacht voor kansengelijkheid, transparantie rond kunstmatige intelligentie en de betrokkenheid van leerlingen, ouders en andere partners bij digitale veranderingen.

Bron: Cochrane, J., Tan, S.C., Phillips, M., Eickelmann, B., Kral, M., Chammon, J. & Pangeni, S.K. (2026). Reframing School Leadership for the Digital Age. Computers and Education Open. DOI: https://doi.org/10.1016/j.caeo.2026.100404