Voortgezet onderwijs

Verhuizen voor een school met een goede naam levert geen hoger schooladvies op

Verhuizen naar een buurt met scholen die goed bekendstaan, levert kinderen geen meetbaar hoger schooladvies op. Dat blijkt uit onderzoek van Dieuwke Zwier, Katharina Stückradt, Carla Haelermans en Herman van de Werfhorst onder ruim 20.000 leerlingen in de vier grootste stedelijke regio’s van Nederland.

Universitair opgeleide ouders verhuizen wel iets vaker naar buurten met scholen met een betere reputatie, maar hun kinderen behalen daardoor geen aantoonbaar extra onderwijsvoordeel.

Woonplaats bepaalt welke scholen bereikbaar zijn

De sociale omgeving buiten het gezin, met name de buurt en de school, kan samenhangen met de schoolloopbaan, latere sociaaleconomische uitkomsten en de bredere ontwikkeling en het welzijn van kinderen. De woonplaats van een gezin bepaalt mede welke scholen een kind in de praktijk kan bezoeken.

Ook in Nederland, waar geen formele schoolgebieden gelden en de schoolkeuze grotendeels vrij is, speelt afstand een rol. Sommige ouders verhuizen bewust naar een buurt met een school die zij aantrekkelijk vinden. Andere ouders kiezen een school die vanuit hun bestaande woonplaats bereikbaar is.

Eerder onderzoek behandelde de verwevenheid van woonplaats en schoolkeuze vooral als een methodologisch vraagstuk. De onderzoekers gingen daarom na of kinderen daadwerkelijk betere onderwijsresultaten behalen wanneer hun ouders bij een verhuizing rekening houden met het plaatselijke schoolaanbod.

Gegevens van ruim 20.000 leerlingen

Voor het onderzoek zijn longitudinale registergegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek gebruikt. Het gaat om ruim 20.000 leerlingen die in 2010 of 2011 aan de basisschool begonnen in de stedelijke regio’s Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

De onderzoekers keken naar het formele schooladvies aan het einde van de basisschool. Dit advies bepaalt mede op welk niveau een leerling in het voortgezet onderwijs wordt geplaatst.

De analyse bestond uit twee stappen. Eerst brachten de onderzoekers in kaart welke gezinnen naar welke buurten verhuisden. Daarbij hielden zij rekening met kenmerken van woningen, de bevolkingssamenstelling, plaatselijke voorzieningen en nabijgelegen scholen. Zo bepaalden zij in welke mate het schoolaanbod bij de woonkeuze van een gezin had meegespeeld. Vervolgens onderzochten zij of zulke schoolgerichte verhuizingen samenhingen met hogere schooladviezen.

Universitair opgeleide gezinnen verhuizen vaker gericht

Universitair opgeleide gezinnen bleken iets vaker dan andere gezinnen te verhuizen naar buurten met scholen die een betere reputatie hebben. Dit verschil bleef bestaan nadat rekening was gehouden met andere buurtkenmerken en demografische verschillen.

Het inkomen en het behoren tot een etnische minderheid voorspelden dit soort verhuisgedrag niet significant wanneer ook andere factoren in de analyse werden meegenomen.

Geen meetbaar extra voordeel van het verhuisbesluit

De onderzoekers vonden geen bewijs dat kinderen een hoger schooladvies krijgen doordat hun ouders bij de woonkeuze rekening hielden met het schoolaanbod. Een verhuizing waarbij nabijgelegen scholen een rol speelden, leverde dus geen meetbaar extra voordeel op.

De omgeving waarin kinderen terechtkomen, hangt wel samen met hun schooladvies. Leerlingen in gunstiger buurten en schoolomgevingen kregen gemiddeld hogere adviezen, ook wanneer rekening werd gehouden met de sociaaleconomische positie en minderheidsachtergrond van het gezin. Dit verband stond echter los van het motief achter de verhuizing.

Volgens de onderzoekers zijn er verschillende mogelijke verklaringen voor het uitblijven van een aanvullend voordeel. Ouders beschikken mogelijk over onvolledige informatie over de kwaliteit van scholen. Door de vrije schoolkeuze kunnen gezinnen bovendien zonder verhuizing toegang krijgen tot een school buiten de directe woonomgeving. Daarnaast zijn gezinnen die het schoolaanbod bij hun woonkeuze kunnen betrekken vaak al relatief bevoorrecht, waardoor de mogelijke extra winst beperkt kan zijn.

Verhuisgedrag en segregatie

De onderzoekers verbinden de uitkomsten ook aan segregatie tussen buurten en scholen. Verhuisgedrag beïnvloedt in welke woon- en schoolomgeving kinderen terechtkomen. De analyse laat echter niet zien dat het meewegen van de reputatie van scholen bij de verhuizing op zichzelf een hoger schooladvies oplevert.

De auteurs stellen dat dit verhuisgedrag daardoor eerder lijkt samen te hangen met vermeende dan met aangetoonde verschillen in schoolkwaliteit. Volgens hen kan het bijdragen aan sociaaleconomische segregatie tussen buurten en scholen, zonder dat voor de betrokken kinderen een aanvullend onderwijsvoordeel meetbaar is.

Voor het beleid noemen de onderzoekers het verbeteren van de schoolkwaliteit in minder bevoorrechte buurten als een effectievere manier om ongelijkheid te verminderen dan het vergemakkelijken of stimuleren van verhuizingen naar buurten met beter bekendstaande scholen.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor ouders laat het onderzoek geen meetbaar extra voordeel zien van verhuizen omdat nabijgelegen scholen een goede reputatie hebben. De omgeving waarin een kind uiteindelijk woont en naar school gaat, hangt wel samen met het schooladvies.

Voor scholen en gemeenten maken de resultaten duidelijk dat de verdeling van gezinnen over buurten en scholen samenhangt met opleidingsniveau. Universitair opgeleide gezinnen verhuizen iets vaker naar buurten met beter bekendstaande scholen.

Voor beleidsmakers wijzen de auteurs op het verbeteren van de schoolkwaliteit in minder bevoorrechte buurten. Zij beschouwen dat als een effectievere route om ongelijkheid te verminderen dan het stimuleren van verhuizingen naar buurten met scholen met een betere reputatie.

Bron: Zwier, D., Stückradt, K., Haelermans, C. & Van de Werfhorst, H. (2026). Does Moving for a Good School Actually Pay Off?, Research Insight, LEARN. DOI: https://doi.org/10.5281/zenodo.22250709

Ontdek meer onderwerpen