Primair onderwijs

SterkWerk werkt alleen als leraren het programma consequent uitvoeren

Een Nederlands programma dat het klasklimaat op basisscholen prosocialer moet maken, laat in een grote effectstudie geen meetbare effecten zien bij de totale groep leerlingen. Alleen in klassen waar het programma volledig werd uitgevoerd zoals bedoeld, waren kleine positieve effecten zichtbaar op onder meer welbevinden, veiligheid en prosociaal gedrag. Dat blijkt uit onderzoek van Amanda van Loon en Tessa Kaufman van de Universiteit Utrecht naar SterkWerk, de Nederlandse versie van het Amerikaanse Meaningful Roles-programma.

SterkWerk is bedoeld om het klasklimaat in de groepen 5 tot en met 8 te verbeteren door leerlingen meer verantwoordelijkheid, verbondenheid en waardering te laten ervaren. Het programma bestaat uit drie onderdelen: leerlingen krijgen betekenisvolle rollen in de klas, klassen houden wekelijks een klassenvergadering en leerlingen oefenen gestructureerd met het geven en ontvangen van complimenten.

De gedachte is dat leerlingen eerder prosociaal gedrag vertonen als zij zich autonoom, competent en verbonden voelen. Als dat gedrag vervolgens een gedeelde norm in de klas wordt, kan een positiever klasklimaat ontstaan. De onderzoekers plaatsen SterkWerk daarmee in de traditie van programma’s die niet alleen probleemgedrag willen verminderen, maar juist positief gedrag in de hele groep willen versterken.

Groot gerandomiseerd onderzoek

Van Loon en Kaufman onderzochten SterkWerk met een gerandomiseerde gecontroleerde studie. In totaal deden 42 Nederlandse basisscholen mee, met gegevens van 2.337 leerlingen en 225 leraren in de groepen 5 tot en met 8. Leraren op de interventiescholen kregen twee trainingen van elk drie uur. Er waren drie meetmomenten: aan het begin, halverwege en aan het einde van het schooljaar 2023-2024.

Alle deelnemende scholen gebruikten al KiVa, het antipestprogramma van dezelfde organisatie. Dat is van belang voor de interpretatie: de studie heeft daardoor alleen betrekking op scholen die al met KiVa werkten.

Geen effect bij totale groep

Bij de totale groep leerlingen vonden de onderzoekers geen significante effecten op de primaire en secundaire uitkomsten — waaronder prosociaal gedrag, samenwerking, schoolwelbevinden, veiligheid en pesten. Bij leraren werd wel een effect gevonden: zij rapporteerden aan het einde van het schooljaar een positievere houding ten opzichte van het stimuleren van prosociaal gedrag en autonomie bij leerlingen.

Een ander beeld ontstaat wanneer alleen wordt gekeken naar leerlingen in klassen waar SterkWerk volledig werd uitgevoerd. Die groep was klein: halverwege het schooljaar ging het om 23 procent van de interventiegroep, aan het einde om 18 procent. Alleen bij deze subgroep waren positieve effecten zichtbaar, op autonomie, competentie, verbondenheid, prosociaal gedrag, samenwerking, minder conflict, welbevinden en veiligheid. De effecten waren klein.

Volledig uitvoeren blijkt lastig

De afzonderlijke onderdelen werden redelijk vaak uitgevoerd, maar de combinatie van alle drie tegelijk bleek moeilijk vol te houden. Halverwege het jaar rapporteerde 34 procent van de leraren dat alle drie onderdelen naar behoren werden uitgevoerd; aan het einde van het jaar was dat gedaald naar 26 procent. Vooral het vasthouden van wekelijkse klassenvergaderingen bleek moeilijker naarmate het schooljaar vorderde.

Dat kan verklaren waarom de meeste effecten halverwege zichtbaar waren en niet aan het einde. Motivatie en aandacht voor de uitvoering nemen in de tweede helft van het jaar mogelijk af, onder invloed van andere taken, toetsdruk en vakanties.

Meer tijd en steun nodig

De studie laat zien dat SterkWerk in de onderzochte vorm niet automatisch leidt tot een prosocialer klasklimaat. De effectiviteit hangt sterk samen met de mate waarin het programma volledig en consequent wordt uitgevoerd. De onderzoekers concluderen dat meer inzicht nodig is in de voorwaarden voor goede implementatie: welke ondersteuning hebben scholen nodig, hoe combineren leraren de verschillende onderdelen, en welke scholen hebben het meest baat bij welke begeleiding?

Van Loon en Kaufman bevelen bovendien aan om vervolgonderzoek over een langere periode dan één schooljaar uit te voeren. Een programma dat bedoeld is om onderdeel te worden van de schoolcultuur heeft mogelijk meer tijd nodig voordat effecten zichtbaar worden. Ook is nog onduidelijk of SterkWerk vergelijkbare effecten heeft op scholen die niet met KiVa maar met andere programma’s voor sociale veiligheid werken.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor basisscholen laat dit onderzoek zien dat een programma voor een prosociaal klasklimaat niet vanzelf effect heeft zodra het is ingevoerd. In de totale groep leerlingen werden geen meetbare effecten gevonden. Positieve uitkomsten waren alleen zichtbaar bij leerlingen die rapporteerden dat alle onderdelen van SterkWerk consequent werden uitgevoerd.

Voor leraren betekent dit dat vooral de combinatie van betekenisvolle rollen, wekelijkse klassenvergaderingen en structurele complimenten van belang is. De afzonderlijke onderdelen werden redelijk vaak uitgevoerd, maar het lukte veel minder vaak om alle drie onderdelen samen gedurende het schooljaar vast te houden.

Voor schoolleiders en programmaontwikkelaars onderstreept de studie dat implementatie begeleiding vraagt. Training aan het begin van het jaar lijkt niet voldoende om uitvoering gedurende het hele schooljaar te borgen. Vervolgonderzoek moet duidelijk maken welke ondersteuning scholen nodig hebben om zulke programma’s volledig en duurzaam onderdeel te maken van de schoolcultuur.

Bron: Van Loon, A. W. G. & Kaufman, T. M. L. (2026). What Is Needed to Create a Prosocial Classroom? The Effectiveness of the Dutch Meaningful Roles Program in Children: A Cluster Randomized Controlled Study, Journal of Adolescence. DOI: https://doi.org/10.1002/jad.70188

Ontdek meer onderwerpen