Onder volwassenen is al langer bekend dat immigranten en etnische minderheden gemiddeld minder algemeen vertrouwen rapporteren dan mensen zonder migratieachtergrond. Ook wordt in eerder onderzoek een verband gevonden tussen meer etnische diversiteit in de directe omgeving en minder vertrouwen. Over het moment waarop zulke verschillen ontstaan, was echter nog weinig bekend.
Eerdere studies onder kinderen en jongeren geven een wisselend beeld. Sommige wijzen op een vroege voorkeur voor de eigen groep en minder vertrouwen onder leerlingen met een migratieachtergrond. Andere vinden nauwelijks een verband of juist positieve effecten van diversiteit op school.
Vertrouwen wordt al vroeg gevormd door herhaalde sociale contacten.
Vertrouwen wordt volgens de onderzoekers al vroeg gevormd door herhaalde sociale contacten. Naarmate kinderen ouder worden en meer ervaring opdoen, worden zij selectiever in wie zij vertrouwen. Eerder onderzoek laat bovendien zien dat jongere kinderen doorgaans meer vertrouwen hebben dan adolescenten en dat meisjes gemiddeld meer interpersoonlijk vertrouwen rapporteren dan jongens.
De etnische diversiteit rond de scholen werd bepaald aan de hand van de bevolkingssamenstelling in het postcodegebied. De scholen waren bewust geselecteerd om voldoende verschillen in etnische samenstelling te krijgen. Daardoor is de steekproef niet representatief voor alle Nederlandse scholen en moeten de uitkomsten volgens de onderzoekers als eerste aanwijzingen worden gezien.
De onderzoekers gingen daarom na of verschillen in vertrouwen al zichtbaar zijn bij Nederlandse kinderen en jongeren. Tussen december 2023 en juni 2025 vulden leerlingen op zeven scholen klassikaal een vragenlijst in over vertrouwen, hun achtergrond en hun vriendschappen.
Vertrouwen werd gemeten met één vraag: vertrouwen leerlingen andere mensen over het algemeen nooit, soms of altijd? De steekproef bestond uit leerlingen uit het basis- en voortgezet onderwijs, met ongeveer evenveel jongens als meisjes.
Minder vertrouwen bij grotere diversiteit
Leerlingen met een Nederlandse achtergrond rapporteerden gemiddeld meer vertrouwen dan leerlingen met een migratieachtergrond. Dat verschil bleef bestaan wanneer de onderzoekers onderscheid maakten tussen leerlingen met een westerse en een niet-westerse migratieachtergrond. Beide groepen scoorden lager dan leerlingen met een Nederlandse achtergrond.
Ook de etnische samenstelling van de omgeving rond de school hing samen met het vertrouwen van leerlingen. Naarmate het postcodegebied etnisch diverser was, rapporteerden leerlingen gemiddeld minder vertrouwen. Dat gold zowel voor leerlingen met een Nederlandse achtergrond als voor leerlingen met een migratieachtergrond.
De onderzoekers vonden geen aanwijzing dat dit verband bij een van beide groepen sterker was. Een grotere lokale diversiteit hing voor alle leerlingen op vergelijkbare wijze samen met minder vertrouwen. Daarnaast rapporteerden oudere leerlingen gemiddeld minder vertrouwen dan jongere leerlingen. Meisjes zeiden juist meer vertrouwen te hebben dan jongens. De verschillen tussen leerlingen met en zonder migratieachtergrond bleven over de onderzochte leeftijden ongeveer gelijk.
Vriendschappen veranderen het beeld niet
De onderzoekers bekeken ook of vriendschappen tussen leerlingen met verschillende etnische achtergronden samenhingen met vertrouwen. Dat bleek niet het geval. Zowel het hebben van een vriend met een andere achtergrond als het aantal van zulke vriendschappen veranderde de gevonden verbanden niet.
De resultaten bleven ook overeind bij verschillende aanvullende analyses. Zo maakten andere statistische modellen nauwelijks verschil en veranderden de uitkomsten niet wanneer internationale scholen werden weggelaten, afzonderlijke scholen uit de analyse werden verwijderd of rekening werd gehouden met het huishoudinkomen.
Toch waarschuwen de onderzoekers voor al te brede conclusies. De zeven scholen zijn bewust geselecteerd om voldoende verschillen in etnische samenstelling te krijgen. De steekproef is daardoor niet representatief voor alle Nederlandse leerlingen. De studie laat bovendien alleen samenhangen zien. Zij maakt niet duidelijk waarom leerlingen met een migratieachtergrond minder vertrouwen rapporteren of waarom vertrouwen lager ligt in etnisch diversere omgevingen. Volgens de onderzoekers zijn grotere en representatievere studies nodig om die vragen te beantwoorden.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor basisscholen en middelbare scholen laat dit onderzoek zien dat verschillen in algemeen vertrouwen tussen leerlingen met en zonder migratieachtergrond al op jonge leeftijd zichtbaar zijn. De studie maakt niet duidelijk waardoor die verschillen ontstaan en biedt daarom geen basis voor één specifieke aanpak.
Voor schoolleiders en mentoren is relevant dat minder vertrouwen in etnisch diversere omgevingen niet alleen voorkomt bij leerlingen met een migratieachtergrond. Hetzelfde verband werd gevonden bij leerlingen met een Nederlandse achtergrond.
Voor beleidsmakers en onderzoekers maken de resultaten duidelijk dat groter en representatiever vervolgonderzoek nodig is. Op basis van zeven geselecteerde scholen kan nog niet worden vastgesteld hoe groot deze verschillen onder alle Nederlandse leerlingen zijn of waardoor zij worden veroorzaakt.
Bron: Dumludag, D., Gokdemir, O. & Öztürk, Z. E. (2026). Ethnic diversity and trust in childhood and early adolescence: evidence from Dutch schools, Applied Economics Letters. DOI: https://doi.org/10.1080/13504851.2026.2696034