Primair onderwijs

Basisscholen zien nieuwe pedagogische professional vooral als flexibele collega

Kinderopvangorganisaties, basisscholen en integrale kindcentra denken verschillend over de pedagogisch-educatief professional, afgekort PEP. Basisscholen zien deze nieuwe beroepskracht vooral als een breed inzetbare collega die bijspringt waar dat nodig is. In de kinderopvang en integrale kindcentra wordt de PEP vaker gezien als iemand die collega’s en organisaties met elkaar verbindt en helpt bij vernieuwing. Dat blijkt uit onderzoek van Anne Khaled van de HAN University of Applied Sciences, Emma Nitert van Hogeschool KPZ en Fadie Hanna en Ruben Fukkink van de Hogeschool van Amsterdam. Fukkink is daarnaast verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Een PEP heeft een tweejarige associate degree op hbo-niveau. De opleiding bevindt zich tussen mbo-niveau 4 en een vierjarige hbo-bachelor. Afgestudeerden kunnen werken in de kinderopvang, op een basisschool of in een integraal kindcentrum, waar onderwijs, opvang en soms jeugdhulp samenkomen.

De PEP is opgeleid om kinderen te begeleiden, collega’s te ondersteunen en de samenwerking tussen verschillende beroepsgroepen te verbeteren. Een PEP kan een kind bijvoorbeeld zowel op school als in de buitenschoolse opvang volgen. Daardoor kan informatie over de ontwikkeling van het kind tussen beide omgevingen worden uitgewisseld.

Omdat het beroep nog betrekkelijk nieuw is, is niet overal duidelijk welke taken bij de PEP horen. De onderzoekers wilden weten welke rollen professionals herkennen en waarderen en of hun oordeel verschilt per werkomgeving.

Acht rollen voorgelegd

Vijf onderzoekers en vier docenten van de PEP-opleiding maakten korte beschrijvingen van praktijksituaties. Daarin kreeg de PEP acht mogelijke rollen. Die varieerden van het begeleiden van kinderen en coachen van collega’s tot het verbinden van organisaties en meedenken over vernieuwing. Ook was er een praktische rol: de flexibele collega die wordt ingezet waar hulp nodig is.

In het voorjaar van 2025 beoordeelden 422 professionals uit heel Nederland acht situaties die aansloten bij hun eigen werkomgeving. Van hen werkte 49,1 procent in de kinderopvang, 36,3 procent in het basisonderwijs en 14,7 procent in een integraal kindcentrum. Zij beoordeelden iedere rol op herkenbaarheid, waarde en bijdrage aan een omgeving waarin alle kinderen kunnen meedoen.

Daarna spraken de onderzoekers in drie focusgroepen met in totaal veertien professionals uit de verschillende werkomgevingen.

Op school vooral een praktische ondersteuner

De gemiddelde score voor herkenbaarheid was 4,81 op een schaal van 1 tot 7. De gemiddelde waardering van de rollen was met 5,54 hoger. Voor de verwachte bijdrage aan een inclusieve omgeving bedroeg het gemiddelde 5,63. Professionals zagen dus vaker mogelijke waarde in een rol dan dat zij deze al in hun dagelijkse werk herkenden.

In het basisonderwijs werd de PEP vooral herkend als flexibele collega. Bij personeelstekorten kan een PEP een groep overnemen, waardoor geplande ondersteuning van individuele kinderen of kleine groepen vervalt. Een basisschoolleraar beschreef hoe de invalpool soms leeg is en de PEP daarom voor de klas moet staan: “Dat wil je eigenlijk niet, maar het is wel de realiteit.”

In alle drie de werkomgevingen werden het ondersteunen van de algemene ontwikkeling van kinderen en het begeleiden van kinderen die extra hulp nodig hebben als kerntaken gezien. Basisschoolmedewerkers vonden wel dat de groepsleerkracht eindverantwoordelijk blijft. Een PEP kan observeren en ondersteunen, maar stelt volgens hen niet zelfstandig een individueel ondersteuningsplan op.

Meer ruimte voor verbinden in de opvang

Professionals in de kinderopvang herkenden en waardeerden verbindende en vernieuwende rollen sterker dan professionals in het basisonderwijs. Een kinderopvangmanager zei daarover: “Verbinden is eigenlijk heel breed.” Het gaat bijvoorbeeld om afstemming met collega’s, ouders en externe organisaties en om het verbeteren van doorgaande ontwikkellijnen.

Ook medewerkers van integrale kindcentra waardeerden verschillende verbindende en vernieuwende rollen hoger dan basisschoolmedewerkers. Zij vonden sommige omschreven taken echter te ambitieus. Het coördineren van professionals en het ontwikkelen van beleid zagen zij eerder als werk van een directeur, manager of intern begeleider. De PEP kan daaraan bijdragen, maar hoeft niet de leiding te hebben.

Volgens de deelnemers onderscheidt de PEP zich van een onderwijsassistent door een actievere rol. Een leraar uit een integraal kindcentrum verwoordde het zo: “Een onderwijsassistent voert vooral taken uit, terwijl een PEP initiatief toont.”

Nog geen gezamenlijk beeld

Eerdere ervaring met een PEP leidde niet automatisch tot positievere beoordelingen. De waardering hing af van de specifieke rol en de werkomgeving. De onderzoekers concluderen daarom dat er nog geen gezamenlijk beeld bestaat van wat een PEP precies hoort te doen.

Een PEP wordt vooral herkend en gewaardeerd wanneer de functie een zichtbare leemte opvult en dicht bij de dagelijkse ondersteuning van kinderen blijft. Het ontbreken van een vast beroepsbeeld kan volgens de onderzoekers passen bij een nieuw beroep waarvan de plaats tussen bestaande functies nog wordt bepaald.

Teams zouden daarom regelmatig moeten bespreken wie welke taken en verantwoordelijkheden heeft. De onderzoekers noemen dit een ‘brave space’: een gesprekssituatie waarin collega’s verschillen en overlap in hun werk openlijk bespreken en samen afspraken maken.

De uitkomsten moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd. De deelnemers waren niet willekeurig geselecteerd, de groepen waren ongelijk verdeeld en 95,7 procent van de respondenten was vrouw. De beschreven situaties waren bovendien hypothetisch, aangepast aan iedere werkomgeving en overwegend positief geformuleerd. De gevonden verschillen kunnen daarom niet zonder meer aan de werkomgeving zelf worden toegeschreven.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor basisscholen laat het onderzoek zien dat de PEP nu vooral wordt herkend als flexibele collega en ondersteuner van kinderen. Teams kunnen expliciet bespreken wanneer de PEP voor vervanging wordt ingezet en wanneer geplande ondersteuning van kinderen voorrang krijgt.

Voor kinderopvangorganisaties en integrale kindcentra liggen er daarnaast mogelijkheden bij het verbinden van collega’s en organisaties en bij het verbeteren van doorgaande ontwikkellijnen. Daarbij moet duidelijk zijn welke verantwoordelijkheid bij de PEP ligt en welke bij een manager, schoolleider of intern begeleider.

Voor opleidingen en professionele teams onderstrepen de resultaten het belang van gezamenlijk oefenen met samenwerking en het verdelen van verantwoordelijkheden. De onderzochte praktijksituaties kunnen worden gebruikt om concreet te bespreken wat collega’s van een PEP verwachten.

Bron: Khaled, A., Hanna, F., Nitert, E. & Fukkink, R. (2026). Perceptions of a New Boundary-Crossing Professional in Early Childhood Education and Care, Education Sciences, 16, 1713. DOI: https://doi.org/10.3390/educsci16101713

Ontdek meer onderwerpen