Voortgezet onderwijs

Bezuinigingen van Deetman werken nog steeds door in het Nederlandse onderwijs, waarschuwt Maastrichtse hoogleraar in Suriname

Bezuinigingen op lerarensalarissen uit de jaren tachtig werken nog altijd door in het Nederlandse onderwijs en hebben de status van het leraarsberoep grondig aangetast. Dat stelde Frank Cörvers, hoogleraar aan de Universiteit Maastricht, op een onderwijscongres in Suriname. Zijn boodschap aan beleidsmakers was onomwonden: leer van deze fout.
Frank Cörvers

Cörvers sprak op het tweedaagse Onderwijscongres 2026 in Paramaribo, waar beleidsmakers, onderwijsinstellingen en bedrijven samen met internationale experts verkenden hoe investeringen in onderwijs en vaardigheden de economische ontwikkeling en sociale mobiliteit van Suriname moeten dragen.

Ook andere landen worstelen, ondanks forse investeringen in onderwijs, met de vraag hoe zij hun systeem toekomstbestendig houden. Michael Fung, een van de architecten van het Singaporese SkillsFuture-programma, schetste bij het tweedaagse congres in Suriname hoe Singapore zich in zestig jaar ontwikkelde van een arme handelsnederzetting tot een van de rijkste landen ter wereld, met een bbp per hoofd van negentigduizend dollar, en hoe een nationaal programma voor een leven lang leren daarin een sleutelrol speelt.

Singapore investeert twintig procent van zijn overheidsbegroting in onderwijs, zo legde Fung uit (Nederland zo’n 10 procent), en richt zich op drieëntwintig economische sleutelsectoren en bedient tegelijk ouderen, mensen met een beperking en herintredende vrouwen.

Het huidige onderwijs brengt ons niet naar de volgende fase

“Het traditionele onderwijssysteem, hoe goed het ons ook heeft gediend, brengt ons niet naar de volgende fase van groei. De toekomst van werk verandert te snel voor een systeem dat mensen eenmalig opleidt aan het begin van hun leven. Daarom moet leren een doorlopend proces worden voor iedere Singaporees, van jongere tot oudere werknemer, en moeten we ons voortdurend aanpassen aan veranderingen, zoals de AI-revolutie en verstoringen door pandemieën”, aldus Fung.

Maar zelfs het meest ambitieuze onderwijssysteem kan worden ondermijnd door één verkeerde beleidskeuze op het verkeerde moment. Dat was de kern van de bijdrage van Frank Cörvers op de vraag wat je als land in ieder geval niet moet doen. De Maastrichtse hoogleraar greep terug op zijn eigen middelbareschooltijd om de omvang van de beleidsblunder te schetsen.

Met zoveel leraren in dienst was dit een aantrekkelijke bezuiniging

Nederland verkeerde begin jaren tachtig in zwaar economisch weer, met hoge werkloosheid en een oplopende staatsschuld, en het kabinet zocht naar snelle en rigoureuze bezuinigingen. Deetman, minister van Onderwijs in de kabinetten-Lubbers, koos ervoor de salarissen in de onderwijssector aan te pakken. “Met meer dan honderdduizend leraren in dienst was dat rekenkundig aantrekkelijk. De makkelijkste manier was om de salarissen te bevriezen en die van nieuwe leraren te verlagen”, aldus Cörvers. “En dat besluit is eind jaren tachtig genomen.”

Wat als tijdelijke noodmaatregel was bedoeld, bleek structureel moeilijk terug te draaien, zo waarschuwde hij de Surinaamse beleidsmakers, onderwijsbestuurders en docenten. “Met iedere nieuwe economische crisis besloot de overheid opnieuw de salarissen van leraren te bevriezen of te korten.”

Van kolonel naar sergeant

De schade bleef niet beperkt tot de portemonnee. Cörvers heeft zelf onderzoek gedaan naar de status van het lerarenberoep, de waardering die het beroep geniet in de ogen van het publiek, en de uitkomsten zijn ontnuchterend. “We kunnen zien dat de status van leraren is gedaald. Leraren hadden vroeger een status die vergelijkbaar was met die van een kolonel in het leger. Tegenwoordig is die niet meer dan die van een sergeant in het leger.”

Een eroderende status is daarmee niet alleen een symptoom van het probleem, maar ook een oorzaak van de aanhoudende tekorten aan docenten. “Het resultaat is dat we in Nederland nog steeds enorme lerarentekorten hebben. Het is erg moeilijk geworden om nieuwe leraren aan te trekken en te behouden.”

Recent zijn de salarissen verhoogd en Cörvers sprak de hoop uit dat ditmaal standhoudt. “Hopelijk zal het een duurzaam en concurrerend salaris voor leraren zijn.”

Leraren die ook echt in bedrijven werken

De waarschuwing over salarissen stond niet op zichzelf. In reactie op een vraag over de kwaliteit en relevantie van het beroepsonderwijs benadrukte Cörvers dat die in de kern afhangt van de aansluiting tussen wat studenten leren en wat in de praktijk nodig is. Daarbij verwees hij expliciet naar zowel Nederland als Suriname, waar vergelijkbare vragen spelen over de inrichting van het beroepsonderwijs.

“Leraren moeten weten wat er in de praktijk speelt, goed contact hebben met bedrijven en weten welke innovaties die bedrijven ontwikkelen. Het is belangrijk dat leraren in het beroepsonderwijs zich voortdurend blijven ontwikkelen en dat zij ook deels in bedrijven werken. In Nederland hebben we zogenoemde hybride leraren, die deels in bedrijven werken en deels op school.

Dat is heel belangrijk om een goede verbinding te maken tussen het beroepsonderwijs en de beroepen in de praktijk. Dat soort mechanismen zie je ook terug in landen als Suriname, maar dan moet je wel goed kijken naar de kwaliteit en wat studenten daadwerkelijk leren.”

Ontdek meer onderwerpen