Uit onderzoek onder ruim drieduizend leerlingen in het Nederlandse basisonderwijs blijkt dat de overeenstemming tussen rapportages van leraren en leerlingen matig tot hoog is en in de loop van een schooljaar toeneemt. Onderdelen van het pestpreventieprogramma PRIMA verbeterden de nauwkeurigheid van leerkrachten bij het herkennen van slachtoffers, en in bredere zin ook bij het signaleren van verdedigers en buitenstaanders.
Aanleiding voor het onderzoek was de vraag of leerkrachten een betrouwbare en ethisch minder belastende bron van informatie kunnen zijn over betrokkenheid bij pesten. Onderzoek naar pesten steunt tot nu toe meestal op zelfrapportages van leerlingen of op nominaties door klasgenoten. Beide methoden hebben nadelen.
Zelfrapportages kunnen worden vertekend door sociale wenselijkheid, terwijl peerrapportages eerder reputaties meten en niet altijd overeenkomen met hoe leerlingen zichzelf zien. Directe observaties zijn wel nauwkeurig, maar voor grootschalig gebruik te kostbaar en te tijdrovend.
Pestgedrag buiten het zicht van de leraar
Leerkrachten combineren in theorie de voordelen van observatie zonder die praktische bezwaren, maar eerder onderzoek liet zien dat veel pestgedrag zich buiten hun zicht afspeelt en dat zij niet al het pestgedrag als zodanig herkennen. Of leerkrachten daadwerkelijk nauwkeurige informanten zijn, en of training hun beoordelingen verbetert, was nog niet kwantitatief onderzocht.
Voor het onderzoek is gebruikgemaakt van gegevens uit een longitudinale interventiestudie naar het PRIMA-programma, de Nederlandse uitbreiding van het Olweus Bullying Prevention Program. In totaal deden 3.255 leerlingen uit 167 klassen op 33 basisscholen mee.
De landelijke antipestrichtlijnen
Een deelgroep van 1.855 leerlingen zat in klassen waarvan de leerkrachten alle leerkrachtgerichte onderdelen van het programma volgden: een digitaal monitorrapport met klassendiagnostiek, een e-learningmodule en een face-to-face training. De overige leerlingen vormden de controlegroep, waarin scholen de gebruikelijke landelijke antipestrichtlijnen volgden.
De gegevens werden op twee momenten verzameld: bij de voormeting in oktober en november 2017 en bij de nameting in maart en april 2018. Leerlingen vulden digitale vragenlijsten in over hun eigen betrokkenheid bij pesten en nomineerden klasgenoten voor verschillende rollen, zoals pester, slachtoffer, versterker, verdediger en buitenstaander.
Externe maatstaf
Leerkrachten deden hetzelfde met een aangepaste versie van hetzelfde instrument. Nauwkeurigheid werd daarbij gedefinieerd als de mate van overeenstemming tussen leraarsrapportages en leerlingrapportages, niet in vergelijking met een externe maatstaf.
De overeenstemming tussen leerkrachten en leerlingen was het grootst voor de rollen van pester en slachtoffer. Die overeenstemming nam in de loop van het schooljaar toe, vooral in de positieve overeenstemming tussen leerkrachten en klasgenoten, dus in de gevallen waarin beide bronnen het erover eens waren dat een leerling daadwerkelijk een bepaalde rol vervulde. Dat gold ongeacht deelname aan de interventie: ook in de controlegroep nam de overeenstemming toe, wat de onderzoekers toeschrijven aan het feit dat leerkrachten hun klas gaandeweg beter leerden kennen.
De effecten van training verschilden per onderdeel en per rol. Alle drie de trainingsonderdelen verbeterden de overeenstemming tussen leerkrachten en klasgenoten bij het identificeren van slachtoffers. Het raadplegen van het monitorrapport vergrootte de kans op overeenstemming bij die rol bijna tot het drievoudige van die bij leerkrachten die het rapport niet gebruikten.
Een betere overeenstemming bij het signaleren van slachtoffers
Face-to-face training verdrievoudigde die kans eveneens, maar hing tegelijk samen met een kleinere verbetering bij het herkennen van pesters. E-learning leidde tot een betere overeenstemming bij het signaleren van slachtoffers en versterkers, maar ging ook samen met een kleinere verbetering bij het identificeren van buitenstaanders en van pestgedrag in de vergelijking met zelfrapportages.
Op het niveau van de volledige interventie verbeterde de overeenstemming tussen leerkrachten en klasgenoten op PRIMA-scholen significant sterker dan op controlescholen, en wel specifiek voor de rollen van verdediger en buitenstaander.
Leerkrachten als betrouwbare informanten
De onderzoekers concluderen dat leerkrachten betrouwbaardere informanten zijn voor pestbetrokkenheid dan tot nu toe vaak werd aangenomen, en dat gerichte training die nauwkeurigheid verder kan vergroten. Daarmee kunnen leerkrachten een waardevolle aanvulling zijn op zelfrapportages en peerrapportages. Tegelijk signaleren de auteurs dat leerkrachten ook na training minder vaak leerlingen als pester aanwijzen dan leerlingen zelf of hun klasgenoten doen.
Volgens hen moet vervolgonderzoek uitwijzen in welke situaties die verschillen ontstaan, zodat ondersteuning op school gerichter kan worden ingezet. De auteurs merken ook op dat de bevindingen maar beperkt generaliseerbaar zijn. Het onderzoek vond uitsluitend plaats in het reguliere Nederlandse basisonderwijs, en het is onduidelijk of vergelijkbare effecten ook optreden bij andere trainingsprogramma’s of in andere onderwijscontexten.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor scholen laat dit onderzoek zien dat leerkrachten betrouwbare informanten kunnen zijn voor pestbetrokkenheid, en dat hun rapportage in de loop van het schooljaar nauwkeuriger wordt. De onderzoekers schrijven dit toe aan groeiende vertrouwdheid met leerlingen en klassendynamiek.
Voor leerkrachten wijzen de bevindingen erop dat gerichte training hun nauwkeurigheid als informant kan vergroten, maar dat niet alle trainingsonderdelen even effectief zijn voor alle pestrollen. Intensievere training en het raadplegen van diagnostische monitorrapportages lijken volgens de onderzoekers het meest bij te dragen aan betere herkenning.
Voor pestpreventie suggereren de onderzoekers dat leerkrachtsrapportages — zeker na gerichte training — een waardevolle aanvullende invalshoek kunnen bieden naast zelfrapportages en peerrapportages. Zij merken daarbij op dat leerkrachten ook na training minder leerlingen als pester aanwijzen dan leerlingen zelf of klasgenoten doen, en dat vervolgonderzoek moet uitwijzen in welke situaties die verschillen ontstaan.
Bron: Eekhout, I., Harakeh, Z., Fekkes, M. & Pronk, J. (2026). Teachers as Informant for Students’ Bullying Involvement: The Impact of Teacher Training on Agreement between Teacher vs. Self- and Peer Reports, International Journal of Bullying Prevention. DOI: 10.1007/s42380-026-00350-8