Primair onderwijs

Meertaligheid in de klas werkt niet automatisch door in taaltests

Steeds vaker klinkt in het onderwijsbeleid de oproep om meertaligheid van leerlingen beter te benutten, bijvoorbeeld door kinderen ruimte te geven meerdere talen tegelijk te gebruiken. Maar nieuw onderzoek van de Universiteit Utrecht laat zien dat zo’n aanpak in een testsituatie niet automatisch leidt tot betere prestaties

Tweetalige kinderen lijken nauwelijks voordeel te hebben wanneer zij bij een woordentest beide talen tegelijk mogen gebruiken. Wel blijkt dat selectieve aandacht een belangrijke rol speelt: kinderen die zich beter kunnen concentreren noemen in alle omstandigheden meer woorden. Ook blijkt dat gedrag in zo’n experimentele test weinig zegt over hoe kinderen in het dagelijks leven tussen talen schakelen.

De rol van taalbalans en cognitieve vaardigheden

Dat blijkt uit onderzoek van taalkundigen van de Universiteit Utrecht onder 49 tweetalige kinderen van vier tot zeven jaar. Zij onderzochten of kinderen beter presteren wanneer ze vrij mogen kiezen tussen hun twee talen, vergeleken met situaties waarin ze zich tot één taal moeten beperken. Daarnaast keken de onderzoekers naar de rol van taalbalans en cognitieve vaardigheden zoals aandacht en werkgeheugen, en naar de vraag of taalgebruik in een experiment samenhangt met taalgebruik thuis. 

De studie richtte zich op een zogeheten semantische woordentest. Daarbij moeten kinderen in een beperkte tijd zo veel mogelijk woorden noemen die binnen een categorie passen, bijvoorbeeld dieren of eten. Dit type taak wordt vaak gebruikt om te meten hoe gemakkelijk mensen woorden uit hun geheugen kunnen ophalen. In het experiment kregen de kinderen zestig seconden om woorden te noemen binnen zo’n categorie. 

Beide talen

De kinderen voerden de taak uit onder drie omstandigheden. In één situatie mochten ze beide talen gebruiken. In twee andere situaties moesten ze zich beperken tot één taal: hun dominante taal of hun minder dominante taal. De instructies werden gegeven via digitale avatars en vooraf opgenomen stemfragmenten, zodat voor alle deelnemers dezelfde taalsituatie werd gecreëerd. 

Aan het onderzoek namen tweetalige kinderen deel die naast Nederlands thuis Engels, Pools of Turks spraken. De onderzoekers brachten ook hun taalvaardigheid in beide talen in kaart met woordenschattests. Daarnaast werden twee cognitieve vaardigheden gemeten: werkgeheugen en selectieve aandacht. Ouders vulden bovendien een vragenlijst in over hoe vaak hun kind in het dagelijks leven tussen talen wisselt. 

Geen overtuigend voordeel

De resultaten laten zien dat kinderen gemiddeld iets meer woorden produceerden wanneer zij beide talen mochten gebruiken. Dit verschil was echter klein en statistisch niet significant. Met andere woorden: de vrije taalconditie leverde geen overtuigend voordeel op ten opzichte van de situaties waarin kinderen zich tot één taal moesten beperken. 

Wel bleek dat selectieve aandacht een duidelijke rol speelt. Kinderen die beter in staat waren hun aandacht te richten, produceerden in alle omstandigheden meer woorden. Werkgeheugen bleek geen duidelijke invloed te hebben op het aantal woorden dat kinderen noemden. 

Daarnaast vonden de onderzoekers een complex samenspel tussen taalbalans, aandacht en taakconditie. Kinderen die beide talen ongeveer even goed beheersten en tegelijkertijd sterke aandachtsvaardigheden hadden, profiteerden het meest van de situatie waarin beide talen gebruikt mochten worden. Voor kinderen met minder sterke aandacht bleek een grotere balans tussen de talen juist samen te hangen met minder woorden in de eentalige situaties, vermoedelijk omdat het moeilijker is de andere taal te onderdrukken. 

Moeilijker om de dominante taal te onderdrukken

De onderzoekers keken ook naar hoe vaak kinderen tijdens de test van taal wisselden. Dat gebeurde vaker wanneer beide talen waren toegestaan dan wanneer één taal verplicht was. In de eentalige situatie met de minder dominante taal wisselden kinderen bovendien vaker naar hun dominante taal. Dit wijst erop dat het moeilijker is om de dominante taal te onderdrukken. 

Opvallend is dat het wisselen van taal tijdens de test nauwelijks samenhing met het taalgebruik van kinderen thuis. De correlatie tussen beide was klein en niet statistisch significant. Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat de test slechts beperkt weergeeft hoe kinderen hun talen in het dagelijks leven gebruiken. 

De beperkingen van experimentele taaltaken

Volgens de auteurs illustreert dit verschil de beperkingen van experimentele taaltaken. Hoewel de onderzoekers met digitale avatars en verhalen een taalsituatie probeerden na te bootsen, blijft zo’n experimentele setting kunstmatig. Dat kan verklaren waarom acht kinderen uit de analyse moesten worden verwijderd omdat zij de taak niet goed begrepen. 

De resultaten laten volgens de onderzoekers zien dat het toestaan van beide talen in een test niet automatisch een beter beeld geeft van de taalvaardigheid van tweetalige kinderen. Tegelijkertijd zeggen de uitkomsten niets definitiefs over onderwijsbenaderingen waarin meerdere talen bewust worden ingezet. Zulke onderwijspraktijken vragen volgens de auteurs tijd en gerichte implementatie voordat mogelijke effecten zichtbaar worden. 

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor leraren en taalexperts laat het onderzoek zien dat het toestaan van meerdere talen in een test niet automatisch leidt tot betere prestaties van tweetalige kinderen. Het aantal woorden dat kinderen noemen blijkt vooral samen te hangen met hun aandacht en concentratie.

Voor diagnostiek en taaltoetsing suggereren de resultaten dat experimentele taken waarbij kinderen woorden moeten noemen binnen een categorie slechts beperkt weergeven hoe zij hun talen in het dagelijks leven gebruiken. Voorzichtigheid is daarom geboden bij het interpreteren van zulke tests.

Voor onderzoek naar meertaligheid wijzen de bevindingen op het belang van studies in natuurlijke situaties. Volgens de onderzoekers kan observatie van taalgebruik in alledaagse interacties helpen om beter te begrijpen hoe tweetalige kinderen hun talen daadwerkelijk combineren.

Bron: Blom, E. & van Witteloostuijn, M. (2026). Beyond single-language constraints: How bilingual children manage both languages in a verbal fluency task, Journal of Experimental Child Psychology. DOI: https://doi.org/10.1016/j.jecp.2026.106486

Ontdek meer onderwerpen