Voortgezet onderwijs

Leraren die veel aan morgen denken, zijn vandaag vaker gestrest

Leraren die op een werkdag veel nadenken over hun toekomst in het onderwijs, ervaren op diezelfde dag meer stress. Leraren die juist prettige gevoelens hebben bij zulke toekomstgedachten, voelen zich minder gestrest. Een dag later zijn die verbanden niet meer zichtbaar. Dat blijkt uit onderzoek van Thijmen Van Alphen, Joost Jansen in de Wal, Jaap Schuitema en Thea Peetsma van de Universiteit van Amsterdam.

Het onderzoek gaat over de relatie tussen werkstress bij leraren en hun future time perspective: de manier waarop zij denken en voelen over hun toekomst op het werk. De onderzoekers onderscheiden daarbij twee kanten. De eerste is hoeveel leraren nadenken over hun toekomstige werk. De tweede is hoe prettig of onprettig die gedachten aanvoelen.

Werkstress bij leraren kan leiden tot meer verzuim, slechter functioneren en burn-out. Ook kan stress bijdragen aan het vertrek van leraren uit het onderwijs. Daarnaast kan stress de relatie tussen leraar en leerling verstoren en samenhangen met lagere leerprestaties van leerlingen. De onderzoekers richten zich in dit onderzoek specifiek op stress als werkgerelateerde angst: spanning, nervositeit en zorgen over het werk.

Nadenken over de toekomst kan ook piekeren zijn

Future time perspective wordt in de literatuur vaak gezien als iets dat mensen kan helpen om vooruit te kijken, doelen te stellen en zich voor te bereiden op toekomstige eisen. Maar de onderzoekers benadrukken dat toekomstgericht denken niet vanzelf positief is. Veel nadenken over de toekomst kan ook betekenen dat iemand zich zorgen maakt over wat eraan komt.

Daarom maken zij onderscheid tussen de hoeveelheid toekomstgedachten en de emotionele lading daarvan. Een leraar kan veel nadenken over toekomstige lessen, toetsen, oudergesprekken of administratieve taken, maar dat kan zowel planmatig als piekerend gebeuren. Of die gedachten prettig of onprettig aanvoelen, is volgens de onderzoekers daarom van belang om de samenhang met stress goed te begrijpen.

Vijftien werkdagen lang dagelijkse metingen

Voor het onderzoek vulden 151 leraren van zes Nederlandse middelbare scholen gedurende vijftien opeenvolgende werkdagen elke avond een korte vragenlijst in. In totaal leverde dat 1.269 dagelijkse metingen op.

De leraren gaven aan hoeveel zij die dag hadden nagedacht over hun werk in de toekomst, hoe prettig die gedachten waren en in hoeverre zij zich door hun werk gestrest, gespannen, nerveus of bezorgd voelden. De vragenlijsten werden aan het einde van de werkdag verstuurd. Invullen op de volgende dag was niet mogelijk, zodat de antwoorden betrekking hadden op de betreffende werkdag zelf.

De onderzoekers analyseerden de gegevens met Bayesian Dynamic Structural Equation Modeling. Daarmee konden zij onderscheid maken tussen schommelingen binnen dezelfde leraar van dag tot dag en verschillen tussen leraren onderling. Ook konden zij nagaan of verbanden alleen op dezelfde dag zichtbaar waren, of ook doorwerkten naar de volgende werkdag.

Meer toekomstgedachten, meer stress op dezelfde dag

Binnen leraren bleek werkstress hoger op dagen waarop zij meer nadachten over hun toekomstige werk. Op dagen waarop zij positievere gevoelens hadden bij die toekomstgedachten, rapporteerden zij juist minder stress.

Van effecten naar de volgende werkdag vonden de onderzoekers geen bewijs. Meer toekomstgericht denken op de ene dag voorspelde dus geen hogere of lagere stress op de volgende werkdag. Ook andersom vonden zij geen aanwijzing dat stress op de ene werkdag voorspelde hoeveel leraren de volgende werkdag over hun toekomst nadachten of hoe prettig die gedachten waren.

Tussen leraren onderling zagen de onderzoekers hetzelfde patroon. Leraren die gemiddeld meer nadachten over hun toekomstige werk, rapporteerden gemiddeld meer werkstress. Leraren die gemiddeld positievere gevoelens hadden bij hun toekomst op het werk, rapporteerden gemiddeld minder stress. Op dit niveau verklaarde het model 36,8 procent van de verschillen in werkstress tussen leraren.

Geen bewijs voor oorzaak en gevolg

De onderzoekers zijn voorzichtig met causale conclusies. De verbanden op dezelfde dag zijn gebaseerd op metingen aan het einde van de werkdag. Daardoor is niet vast te stellen of toekomstgedachten stress veroorzaken, of dat stressvolle werkdagen leraren juist meer laten nadenken over wat er nog komt.

Volgens de onderzoekers passen beide verklaringen binnen de bestaande stresstheorie. Toekomstgericht denken zonder positieve emotionele lading kan wijzen op dreiging en zorgen. Positieve gevoelens over de toekomst kunnen juist samengaan met het gevoel dat toekomstige eisen hanteerbaar zijn.

De afwezigheid van effecten naar de volgende werkdag suggereert dat de relevante processen zich mogelijk vooral binnen dezelfde werkdag afspelen. De onderzoekers merken daarbij op dat de meetmomenten misschien te ver uit elkaar lagen om kortdurende processen goed te vangen. Toekomstig onderzoek zou daarom vaker per dag kunnen meten, bijvoorbeeld rond specifieke werkgebeurtenissen zoals oudergesprekken, observaties of toetsmomenten.

Niet méér vooruitdenken, maar anders vooruitdenken

De onderzoekers concluderen dat het niet vanzelf helpt om leraren meer over hun toekomst te laten nadenken. Als dat denken onprettig of bedreigend aanvoelt, kan het eerder verbonden zijn met piekeren en anticiperende angst dan met nuttige voorbereiding.

Volgens de onderzoekers ligt de praktische betekenis daarom vooral in de emotionele lading van toekomstgedachten. Interventies voor lerarenwelzijn zouden zich kunnen richten op realistische planning, het herkennen van wat wel en niet controleerbaar is, het formuleren van een concrete volgende stap en het versterken van gevoelens van controle en eigen effectiviteit.

Daarbij benadrukken de onderzoekers dat individuele strategieën niet genoeg zijn. Scholen en organisaties blijven verantwoordelijk voor het verminderen van structurele overbelasting en voor het bieden van tijd, autonomie en collegiale steun. Alleen inzetten op de individuele coping van leraren is volgens de onderzoekers niet voldoende.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor schoolleiders laat dit onderzoek zien dat toekomstgericht denken bij leraren niet automatisch beschermt tegen stress. Veel nadenken over toekomstige lessen, toetsen of verplichtingen kan op stressvolle dagen juist samengaan met meer spanning en zorgen.

Voor begeleiding en professionalisering is vooral de emotionele lading van toekomstgedachten relevant. Leraren helpen om toekomstige taken concreet, realistisch en hanteerbaar te maken, sluit beter aan bij de resultaten dan simpelweg stimuleren dat zij meer vooruitkijken.

Voor scholen als organisatie onderstrepen de bevindingen dat individuele strategieën alleen niet genoeg zijn. De onderzoekers wijzen erop dat structurele overbelasting moet worden verminderd en dat tijd, autonomie en collegiale steun nodig zijn om toekomstige werkeisen beter hanteerbaar te maken.

Bron: Van Alphen, T., Jansen In De Wal, J., Schuitema, J. & Peetsma, T. (2026). Teachers’ future time perspective and work-related stress: a day-to-day investigation, Anxiety, Stress, & Coping. DOI: https://doi.org/10.1080/10615806.2026.2696306

Ontdek meer onderwerpen