Voortgezet onderwijs

Waarom Duits, Frans en Spaans meer nodig hebben dan examentraining

De belangstelling voor moderne vreemde talen in het Nederlandse onderwijs loopt al jaren terug. Dat geldt vooral voor andere talen dan Engels, zoals Duits, Frans en Spaans. Volgens het Meesterschapsteam Moderne Vreemde Talen is een heroriëntatie van het taalonderwijs nodig. Niet losse vaardigheden en examenvoorbereiding zouden centraal moeten staan, maar interculturele communicatieve competentie: het vermogen om taal te gebruiken in samenhang met cultuur, identiteit en perspectiefwisseling. Het Meesterschapsteam Moderne Vreemde Talen is een denktank van universitaire onderzoekers en docenten die zijn verbonden aan de Radboud Universiteit, de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden.

In 2022 publiceerde het team een Nederlandstalig visiedocument over de toekomst van het curriculum. Het artikel in Humanities & Education bouwt daarop voort.

Aanleiding is de teruglopende instroom. In het studiejaar 2024/2025 schreven zich bij alle Nederlandse universiteiten samen minder dan dertig studenten in voor een educatieve master om Duits, Frans of Spaans te geven in de bovenbouw. Bij de lerarenopleidingen voor de onderbouw daalde de instroom in vijf jaar bij Duits met vijftig procent en bij Frans met dertig procent. De auteurs plaatsen die ontwikkeling naast de opkomst van generatieve AI en de opvatting dat taal leren minder nodig zou zijn wanneer machines communicatie kunnen overnemen.

Drie pijlers

Volgens het MT-MVT ligt de nadruk in het voortgezet onderwijs nu te vaak op grammatica, woordenschat en de voorbereiding op centrale examens. Die examens bestaan uit meerkeuzevragen over leesvaardigheid, wat het onderwijs stuurt richting examentraining. Het gevolg is dat leerlingen na vijf of zes jaar het gevoel houden de taal niet goed te kunnen gebruiken en beperkt kennismaken met de rijkdom van taal- en cultuurstudies.

Daar stelt het team een drieslag tegenover. Taalvaardigheid gaat over het gebruik van de doeltaal in communicatieve situaties, inclusief bemiddelen tussen talen en bronnen. Taalbewustzijn gaat verder dan grammatica en laat leerlingen taal bekijken als cognitief en sociaal verschijnsel, met aandacht voor de rol van taal in politiek, geschiedenis en identiteit. Cultureel bewustzijn betreft de relatie tussen taal, cultuur en identiteit. Daarmee wordt taalonderwijs ook een plek voor burgerschapsvorming. Door te werken met authentieke teksten, verhalen en andere bronnen uit de doeltaalgemeenschap kunnen leerlingen andere perspectieven leren kennen en hun eigen vanzelfsprekendheden leren bevragen.

Geen rechtlijnige ontwikkeling

Onderzoek laat volgens de auteurs zien dat taalontwikkeling niet lineair verloopt, met periodes van vooruitgang, vertraging en terugval. Op een tweetalige school in Nederland kregen leerlingen vijftien weken lang wekelijks een vergelijkbare schrijfopdracht in het Engels. Gemiddeld ging de groep vooruit, maar individueel waren er grote schommelingen van week tot week, die niet door het onderwerp verklaard konden worden. Vergelijkbare patronen zijn gevonden in onderzoek naar uitspraakontwikkeling bij immigranten in Canada en in een studie naar Engelse taalverwerving bij Chinese tweelingen. Taalverwerving wordt beïnvloed door veel factoren tegelijk, van moedertaal en motivatie tot muzikale aanleg en bioritme.

Daaruit volgt een andere rol voor de leraar: niet primair het klassikaal uitleggen en toetsen van regels, maar het scheppen van rijke leeromstandigheden met veel betekenisvolle input en interactie. Dat kan binnen de klas plaatsvinden, maar ook via boeken, films, digitale uitwisseling of contact met sprekers van de doeltaal.

Meer inhoud in de taalles

Het artikel pleit voor taalonderwijs waarin taal en inhoud sterker worden verbonden, in de vorm van content and language integrated learning. In de taalles kan die inhoud juist voortkomen uit taal- en cultuurstudies zelf: de rol van taal in regionale of sociale identiteit, taalgebruik in politiek en reclame, koloniale geschiedenis of literatuur.

Onderzoek naar literatuuronderwijs laat volgens de auteurs zien dat werken met literaire teksten zowel interculturele competentie als leesvaardigheid kan ondersteunen. Ook wijzen zij op onderzoek waaruit blijkt dat studenten die tegen de trend in Duits gingen studeren, vaak werden gemotiveerd door een enthousiaste leraar en door belangstelling voor cultuur, politiek, samenleving en de taal zelf.

Anders toetsen

Ook toetsing moet veranderen. Taaltoetsen nemen nog vaak de moedertaalspreker als norm; de auteurs verwijzen naar de CanDo-beschrijvingen van het Europees Referentiekader, waarin per vaardigheid wordt beschreven wat leerlingen kunnen. Zij wijzen ook op het Europees Taalportfolio, dat leerlingen hun ontwikkeling over langere tijd liet vastleggen maar in de praktijk geen succes werd door de complexe opzet. Zij hopen dat de lopende curriculumherziening leidt tot examens die ook taalbewustzijn en cultureel bewustzijn toetsen.

In het slot verbinden de auteurs taalonderwijs aan persoonlijke vorming. Met het begrip humanisering betogen zij dat taal leren de eigen ervaringswereld verruimt en de eigen cultuur minder vanzelfsprekend maakt. Moderne vreemde talen moeten volgens het team geen eliteprivilege worden, maar onderdeel blijven van brede algemene vorming.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor docenten moderne vreemde talen betekent deze visie dat de taalles minder hoeft te draaien om losse grammatica, woordenschat en examenstrategie. De auteurs pleiten voor onderwijs waarin leerlingen de doeltaal gebruiken rond betekenisvolle inhoud, zoals literatuur, cultuur, geschiedenis, identiteit, politiek en taalgebruik in de samenleving.

Voor lerarenopleidingen en vaksecties ligt er een opdracht om taalvaardigheid, taalbewustzijn en cultureel bewustzijn samen te brengen in lesmateriaal en toetsing. Dat vraagt om materiaal waarmee leerlingen niet alleen laten zien wat zij foutloos kunnen reproduceren, maar ook hoe zij taal gebruiken, taalverschillen begrijpen en culturele perspectieven leren analyseren.

Voor curriculumontwikkelaars en examenmakers onderstreept het artikel dat centrale examens sterk sturen wat er in de klas gebeurt. Zolang examens vooral leesvaardigheid en meerkeuzevragen toetsen, blijft de kans groot dat lessen zich daarop richten. Nieuwe kerndoelen en examenprogramma’s bieden volgens de auteurs ruimte om moderne vreemde talen breder te benaderen, met meer aandacht voor communicatie, taalbewustzijn en cultuur.

Bron: Knopp, E., Michel, M., Lowie, W., Versendaal, R., Koffeman, M., Andringa, S. & De Jong, N. (2026). Sustainability in modern foreign language education: Teaching and learning for the future, Humanities & Education. DOI: https://doi.org/10.54195/hued.25772

Ontdek meer onderwerpen