Twee jaar na de start van het Programma Schoolmaaltijden presteren basisschoolleerlingen op scholen met boodschappenkaarten gemiddeld beter op rekenen-wiskunde dan leerlingen op scholen die niet meedoen. Voor begrijpend lezen wordt dat effect niet gevonden, en voor scholen die maaltijden op school aanbieden evenmin. Een mogelijke verklaring is dat minder stress rond voedsel en meer rust in de klas sneller zichtbaar worden in rekenprestaties dan in begrijpend lezen, dat sterker voortbouwt op taalervaring en langdurig opgebouwde leesvaardigheid. Die verklaring is in het onderzoek zelf niet getoetst overigens.
Opvallend is vooral wie van het programma lijkt te profiteren. De positieve effecten zijn het grootst bij leerlingen uit gezinnen met hogere inkomens, terwijl het programma juist is opgezet voor scholen met veel leerlingen uit lage-inkomensgezinnen. Volgens de onderzoekers kan dat komen doordat leerlingen met een sterkere leerbasis sneller profiteren van een verbeterde leeromgeving. Ook kan meespelen dat leerlingen uit lage-inkomensgezinnen minder gebruikmaken van het aanbod, bijvoorbeeld door onbekendheid, gewenning, schaamte of stigma.
Twee varianten van schoolmaaltijden
Het Programma Schoolmaaltijden ging in het voorjaar van 2023 van start. Basisscholen komen in aanmerking wanneer meer dan dertig procent van hun leerlingen uit lage-inkomensgezinnen komt. Scholen kunnen kiezen uit twee varianten. Zij kunnen maaltijden aanbieden op school, of ouders en verzorgers ondersteunen met boodschappenkaarten waarmee zij zelf extra maaltijden voor hun kinderen kunnen kopen.
Die varianten verschillen sterk. Maaltijden op school zijn beschikbaar voor alle leerlingen, ongeacht de thuissituatie. Scholen bepalen zelf of zij ontbijt, lunch, een tussendoortje of een combinatie daarvan aanbieden. Boodschappenkaarten zijn alleen bedoeld voor ouders en verzorgers uit lage-inkomensgezinnen en moeten worden aangevraagd. In het onderzoek is niet bekend welke leerlingen op deelnemende scholen daadwerkelijk zo’n kaart krijgen.
Onderzoekers Madelon Jacobs, Sanne van Wetten en Carla Haelermans van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht onderzochten de effecten van het programma op begrijpend lezen en rekenen-wiskunde in het regulier basisonderwijs.
Vergelijking rond de grens
Om het effect te bepalen, vergeleken de onderzoekers toetsresultaten van leerlingen op scholen die net boven de toelatingsgrens van dertig procent lage-inkomensgezinnen zitten met die van leerlingen op scholen die net onder die grens vallen. Omdat die scholen sterk op elkaar lijken, kunnen verschillen in resultaten volgens de onderzoekers worden toegeschreven aan deelname aan het programma.
De analyses zijn gebaseerd op Cito-M-toetsen voor begrijpend lezen en rekenen-wiskunde uit de schooljaren 2022/2023 en 2024/2025. In totaal zijn gegevens gebruikt van 3.176 scholen. Daarvan bieden 410 scholen maaltijden aan, stellen 247 scholen boodschappenkaarten beschikbaar en doen 2.674 scholen niet mee.
Boodschappenkaarten laten effect zien
Op begrijpend lezen vinden de onderzoekers gemiddeld geen effect. Voor rekenen-wiskunde vinden zij wel een positief en betekenisvol effect wanneer alle deelnemende scholen samen worden bekeken. Dat effect bedraagt 0,234 standaarddeviaties, wat neerkomt op ongeveer dertien punten hoger op de rekenen-wiskundetoets.
Wanneer de onderzoekers de twee varianten apart analyseren, blijft dat positieve effect alleen overeind bij scholen die boodschappenkaarten aanbieden. Voor scholen die maaltijden verstrekken, vinden zij gemiddeld geen betekenisvolle effecten op begrijpend lezen of rekenen-wiskunde.
Bij de boodschappenkaarten geldt wel een belangrijke kanttekening. Omdat niet bekend is welke ouders daadwerkelijk een kaart hebben aangevraagd, geldt het gemeten effect voor alle leerlingen op scholen die boodschappenkaarten aanbieden. Gemiddeld krijgt ongeveer twintig procent van de leerlingen op deelnemende scholen een kaart. De onderzoekers noemen als mogelijke verklaring dat minder voedselstress bij een deel van de leerlingen kan zorgen voor meer rust en regelmaat in de klas. Daarvan kunnen ook andere leerlingen profiteren. Deze verklaring is in het onderzoek niet getoetst.
Uitvoering verschilt sterk per school
Voor maaltijden op school zijn de geschatte effecten gemiddeld positief, maar niet betekenisvol. Een mogelijke verklaring is dat scholen het programma zeer verschillend uitvoeren. Zij bepalen zelf wanneer, hoe vaak en wat zij aanbieden. Sommige scholen bieden vrijwel dagelijks ontbijt of lunch aan, andere scholen doen dat minder vaak of beperken zich tot fruit of een ander tussendoortje. Ook noemen de onderzoekers de mogelijkheid dat scholen voorzichtig zijn begonnen, omdat bij de start onzekerheid bestond over langdurige financiering.
Beoogde doelgroep nog niet bereikt
De uitsplitsing naar inkomen levert de opvallendste uitkomst op. De positieve effecten zijn vooral zichtbaar bij leerlingen uit gezinnen met hogere inkomens. Voor leerlingen uit lage-inkomensgezinnen vinden de onderzoekers gemiddeld geen betekenisvolle effecten.
Volgens de onderzoekers kan dat komen doordat leerlingen met een sterkere basis sneller profiteren van een verbeterde leeromgeving. Daarnaast kunnen onbekendheid, gewenning, schaamte of stigma ertoe leiden dat leerlingen uit lage-inkomensgezinnen minder gebruikmaken van het aanbod. Ook kunnen effecten voor deze groep pas later zichtbaar worden. Het onderzoek keek bovendien alleen naar begrijpend lezen en rekenen-wiskunde. Over effecten op stress, gezondheid, gedrag of welbevinden kunnen de onderzoekers op basis van deze analyse geen uitspraken doen.
De onderzoekers concluderen dat boodschappenkaarten gemiddeld positieve effecten hebben op rekenen-wiskunde, maar dat dit voor maaltijden op school niet is aangetoond. Zij bevelen aan beter te onderzoeken hoe scholen het programma uitvoeren en het programma langer te blijven volgen.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor basisscholen laat dit onderzoek zien dat deelname aan het Programma Schoolmaaltijden niet automatisch tot aantoonbaar betere toetsresultaten leidt. Bij boodschappenkaarten wordt wel een positief effect gevonden op rekenen-wiskunde, maar bij maaltijden op school niet.
Voor schoolleiders is vooral de uitvoering van belang. Scholen verschillen sterk in wat zij aanbieden, hoe vaak zij dat doen en op welk moment van de dag. Die verschillen kunnen mede bepalen of effecten zichtbaar worden.
Voor beleidsmakers is de belangrijkste uitkomst dat de beoogde doelgroep nog niet aantoonbaar profiteert op toetsresultaten. Vervolgonderzoek naar gebruik, schaamte, stress, gezondheid en welbevinden is nodig om beter te begrijpen wat het programma voor leerlingen uit lage-inkomensgezinnen betekent.
Bron: Jacobs, M., van Wetten, S. & Haelermans, C. (2026). Evaluatie Programma Schoolmaaltijden: Effecten op lees- en rekenvaardigheden van leerlingen in het regulier basisonderwijs. Maastricht University, Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt, ROA Factsheet ROA-F-2026/1. DOI: 10.26481/umarof.2026001