De helft van deze slachtoffers kreeg zowel offline als online met pesten te maken. Wat vooral opvalt: jongeren herinneren zich dat volwassenen en leeftijdsgenoten veel minder vaak aanwezig waren om online pestgedrag te voorkomen of op te lossen dan bij traditioneel pesten op school.
De onderzoekers vroegen 821 jongeren tussen de zestien en vijfentwintig jaar in mei en juni 2023 terug te blikken op hun ervaringen met pesten tijdens hun middelbare schooltijd. Zij gebruikten daarvoor een aangepaste versie van de Multidimensional Offline and Online Peer Victimization Scale, waarmee onderscheid wordt gemaakt tussen direct en indirect pesten, en tussen offline en online situaties.
Sterke samenhang tussen online en offline pesten
De ervaringen met online en offline pesten bleken sterk met elkaar samen te hangen. Jongeren die aangaven traditioneel te zijn gepest, rapporteerden vaak ook online pestervaringen. Die samenhang gold zowel voor directe vormen van pesten, zoals uitschelden of beledigen, als voor indirecte vormen, zoals buitensluiten of negeren. De correlaties tussen online en offline pesten waren volgens de onderzoekers hoog en statistisch significant.
Ook binnen de afzonderlijke vormen van pesten was de samenhang groot. Wie indirect werd gepest, rapporteerde vaak ook directe pestervaringen, zowel offline als online. Daarmee bevestigen de resultaten dat online pesten niet losstaat van traditionele vormen, maar daar nauw mee verweven is.
Indirect pesten vaker offline, direct pesten vergelijkbaar
Kijken we naar de aard van het pestgedrag, dan blijkt indirect pesten gemiddeld vaker offline te zijn ervaren dan online. Offline ging het vooral om buitensluiten, niet mee mogen doen of genegeerd worden. Online werd relatief vaker genoemd dat geheimen werden doorverteld. De gemiddelde scores op deze items lagen rond “soms”.
Voor direct pesten, zoals uitschelden, beledigen of fysiek geweld, waren de verschillen tussen offline en online niet significant. Respondenten rapporteerden vergelijkbare niveaus van direct pesten in beide omgevingen.
Er waren ook verschillen naar geslacht en onderwijsniveau. Meisjes rapporteerden significant vaker indirect offline pesten dan jongens. Voor online pesten werd dat verschil niet gevonden. Jongeren die vmbo hadden gevolgd, meldden vaker indirect pestervaringen dan jongeren uit havo en vwo. Voor direct offline pesten rapporteerden jongeren uit het vwo juist minder ervaringen dan leerlingen uit vmbo en havo.
Vier op de tien jongeren slachtoffer
In totaal gaf 40,9 procent van de respondenten aan tijdens de middelbare school zelf te zijn gepest. De helft van deze groep, 20,3 procent van alle respondenten, kreeg zowel online als offline met pesten te maken. Een kleinere groep, 13,6 procent, werd uitsluitend offline gepest, terwijl 6,9 procent alleen online werd gepest. In totaal had 34 procent offline pestervaringen en 27,3 procent online pestervaringen.
Meisjes rapporteerden vaker dan jongens dat zij offline en online waren gepest. Ook onderwijsniveau speelde een rol: jongeren die vmbo hadden gevolgd, rapporteerden vaker slachtoffer te zijn geweest dan jongeren uit havo en vwo. Dat verschil was significant voor offline pesten.
Angst, slaapproblemen en depressie
Van de slachtoffers van traditioneel pesten gaf 74,9 procent aan negatieve gevolgen te hebben ervaren. Bij online pesten lag dat percentage iets lager, op 67,9 procent. De aard van de gevolgen was vergelijkbaar in beide contexten. Angst werd het vaakst genoemd, gevolgd door slaapproblemen en depressieve gevoelens. Daarnaast meldde meer dan twintig procent van de slachtoffers gedachten aan zelfdoding of schoolverzuim als gevolg van het pesten.
De onderzoekers merken op dat slachtoffers van online pesten relatief vaker kozen voor het antwoord “zeg ik liever niet” wanneer gevraagd werd naar negatieve gevolgen. Toch laten de resultaten zien dat de impact van online en offline pesten in grote lijnen vergelijkbaar is.
Rollen in pestituaties
Respondenten werd ook gevraagd welke rollen zij zelf aannamen in pestituaties. De meest gerapporteerde rol was die van toeschouwer. Daarna volgden de rol van verdediger van het slachtoffer en die van slachtoffer zelf. Negatieve rollen, zoals dader, helper van de dader of meeloper, werden minder vaak gerapporteerd.
Jongens gaven vaker dan meisjes aan dat zij dader, helper of meeloper waren, zowel offline als online. Meisjes rapporteerden juist vaker dat zij optraden als verdediger van slachtoffers. Jongeren uit het vmbo rapporteerden vaker dat zij slachtoffer waren dan jongeren uit havo en vwo.
De rollen die jongeren offline aannamen, bleken sterk samen te hangen met de rollen die zij online rapporteerden. Wie bijvoorbeeld offline een bepaalde rol had, gaf vaak aan online een vergelijkbare rol te hebben gehad.
Minder toezicht online
Een van de meest uitgesproken bevindingen betreft het ervaren toezicht. Respondenten gaven aan dat leraren, ouders, andere volwassenen en medescholieren vaker aanwezig waren om pesten te voorkomen of op te lossen in offline situaties dan in online omgevingen. De verschillen tussen offline en online toezicht waren voor alle groepen significant.
Slachtoffers rapporteerden bovendien minder toezicht dan anderen, vooral in online situaties. Ook jongeren die aangaven dader, meeloper of helper te zijn geweest bij online pesten, rapporteerden minder ervaren toezicht. Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat online omgevingen minder sociale controle kennen, waardoor zowel slachtoffers minder bescherming ervaren als daders meer ruimte krijgen.
Beperkingen van het onderzoek
De auteurs benadrukken dat het onderzoek een retrospectief karakter heeft. Jongeren keken terug op hun middelbare schooltijd, wat kan leiden tot geheugenvervorming. Ook was de steekproef niet representatief voor heel Nederland; relatief veel respondenten kwamen uit het oosten en midden van het land en hadden een havo-achtergrond.
Ondanks deze beperkingen concluderen de onderzoekers dat online pesten moet worden gezien als een belangrijke uitbreiding van traditioneel pesten. Zij wijzen erop dat leeftijdsgenoten en volwassenen online minder actief lijken in toezicht en interventie, terwijl daders daar even actief zijn als offline.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor leraren en schoolbegeleiders laten de resultaten zien dat zij volgens de herinneringen van jongeren al relatief actief zijn bij het aanpakken van offline pesten, maar beduidend minder aanwezig worden ervaren bij online pestgedrag. De onderzoekers stellen dat ook deze groep zich bewust moet worden van de risico’s en gevolgen van cyberpesten, en moet worden toegerust om kinderen weerbaarder te maken.
Voor ouders en andere familieleden geldt hetzelfde patroon: zij worden door jongeren wel herkend als betrokkenen bij traditioneel pesten, maar veel minder bij online pestgedrag. De onderzoekers benadrukken dat ook ouders zich bewust moeten zijn van hun rol in het voorkomen en oplossen van cyberpesten.
Voor leeftijdgenoten wijzen de onderzoekers op een concreet aangrijpingspunt: toeschouwers en verdedigers van slachtoffers zijn online minder actief dan offline, terwijl daders en hun medestanders in beide omgevingen even actief zijn. De onderzoekers zien empirische gronden om kinderen te trainen ook online op te treden als verdediger van slachtoffers, zoals zij dat in de offline wereld al doen.
Bron: Van Houten, Y. & Spithoven, R. (2026). Results of a Questionnaire on Prevalence, Impact, Roles and Experienced Supervision in Traditional and Online Bullying Situations during Secondary Education among Adolescents in the Netherlands, IntechOpen. Bekijk het hoofdstuk bij IntechOpen