De workshop heet The Paperclip Game of Opinions en is ontwikkeld binnen het Europese project ACTIPLEX, voluit Action for Interactive Anti-Polarisation Learning Experiences for a Better Democracy. Het project wordt gefinancierd door Erasmus+ en uitgevoerd door betrokkenen van onder meer de Universiteit van Warschau, de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit van Tartu en het Alexander von Humboldt Instituut voor Internet en Samenleving in Berlijn.
Volgens de handleiding is de workshop ontwikkeld vanuit de vaststelling dat veel burgers niet goed weten hoe polarisatie werkt en weinig zicht hebben op de sociale mechanismen die eraan ten grondslag liggen. Het spel moet die processen zichtbaar en ervaarbaar maken.
De theoretische basis van het spel ligt in agent-gebaseerde modellering en de Social Judgment Theory. Agent-gebaseerde modellering wordt gebruikt om te laten zien hoe individueel gedrag, via herhaalde interacties, kan uitgroeien tot collectieve patronen. In dit spel gebeurt dat zonder computer: iedere deelnemer is als het ware een “agent” met een eigen beginstandpunt, die na gesprekken met anderen zijn positie aanpast. De Social Judgment Theory verklaart vervolgens waarom een afwijkende mening soms tot toenadering leidt en soms juist tot meer afstand. Als het verschil tussen twee standpunten binnen het acceptatieniveau valt, schuiven deelnemers naar elkaar toe. Is de afstand te groot, dan bewegen zij juist van elkaar af. Zo maakt het spel zichtbaar hoe consensus of polarisatie kan ontstaan uit dezelfde reeks alledaagse gesprekken.
Een brug verdeelt Bridgestone
Deelnemers nemen de rol aan van inwoners van de fictieve stad Bridgestone, waar een plan voor een nieuwe brug tot verdeeldheid leidt. In Bridgestone wonen onder anderen Mel en Ian. Ian is voorstander van de brug, omdat die het woon-werkverkeer gemakkelijker maakt en economische kansen kan bieden. Mel is tegen, omdat de nieuwe weg door haar rustige wijk zou lopen en meer verkeer in haar directe omgeving brengt. Tegelijkertijd erkennen beide personages dat de kwestie niet eenvoudig is. De brug raakt aan vervoer, veiligheid, huizenprijzen, economie, recreatie en milieu.
Deelnemers spelen inwoners van Bridgestone met verschillende opvattingen over het brugproject. Zij krijgen een papieren meetlat waarop hun beginstandpunt met een paperclip wordt aangegeven. De schaal loopt van nul tot tien. Nul staat voor een radicale tegenstander van de brug, tien voor een uitgesproken voorstander. De handleiding adviseert om bij de start geen uiterste posities te gebruiken, maar vooral gematigde beginposities, zodat meningen zich tijdens het spel kunnen ontwikkelen.
Daarna lopen de deelnemers door de ruimte en gaan zij korte gesprekken met elkaar aan. Na elk gesprek vergelijken zij hun standpunten en passen zij hun positie aan volgens vaste regels. Zo wordt zichtbaar hoe individuele interacties kunnen leiden tot toenadering, maar ook tot verharding.
Wanneer meningen dichterbij komen
De spelregels zijn gebaseerd op de Social Judgment Theory. Centraal staat het zogenoemde acceptatieniveau: de mate waarin iemand openstaat voor een mening die afwijkt van de eigen positie. Als twee deelnemers elkaar treffen en hun standpunten dicht genoeg bij elkaar liggen, schuiven zij een halve punt naar elkaar toe. Dat mechanisme heet assimilatie.
Als de afstand tussen hun standpunten groter is dan het acceptatieniveau toelaat, gebeurt het tegenovergestelde. Dan bewegen beide deelnemers een halve punt van elkaar af. Dat mechanisme heet contrast. Een ontmoeting met iemand die als te ver weg wordt ervaren, leidt in het spel dus niet tot toenadering, maar juist tot meer afstand.
Deelnemers die de uiterste positie nul of tien bereiken, blijven meedoen, maar kunnen niet verder opschuiven buiten de schaal. Daardoor kan in de groep zichtbaar worden hoe meningen zich aan de uitersten ophopen.
Geslotenheid en openheid vergelijken
De workshop bestaat in de basis uit twee spelrondes. In de eerste ronde wordt het acceptatieniveau ingesteld op twee. Daarmee wordt een samenleving gesimuleerd waarin mensen relatief weinig openstaan voor afwijkende standpunten. Deelnemers bespreken het brugplan met ten minste vijf of zes anderen en passen na elk gesprek de spelregels toe.
Volgens de handleiding wordt na enkele minuten in veel groepen polarisatie zichtbaar. Meningen clusteren dan aan tegengestelde uiteinden van de schaal. Soms ontstaat daarnaast een derde cluster rond het midden. De begeleider bespreekt daarna met de groep wat er gebeurde, hoeveel positieve en negatieve interacties deelnemers hadden, hoe mensen in extreme posities terechtkwamen en welke overeenkomsten zij zien met situaties in de werkelijkheid.
In de tweede ronde keren deelnemers terug naar hun oorspronkelijke standpunt, maar wordt het acceptatieniveau verhoogd naar vijf. Daarmee wordt een opener samenleving gesimuleerd, waarin deelnemers meer ruimte geven aan afwijkende meningen. In de meeste gevallen leidt deze ronde volgens de handleiding tot meer consensus, waarbij veel standpunten rond het midden van de schaal uitkomen. Ook hier benadrukt de handleiding dat afwijkende uitkomsten niet als mislukking moeten worden gezien, maar als aanleiding voor gesprek over groepsdynamiek, toeval, selectieve interacties of strategisch gedrag.
Van spel naar gesprek
Na elke ronde volgt een gezamenlijke bespreking. Deelnemers reflecteren op wat zij hebben meegemaakt, hoe hun standpunt veranderde en welke situaties uit het dagelijks leven op het spel lijken. De handleiding stelt ook voor om deelnemers individueel op post-its te laten reageren op vragen als welke echte situaties op het spel lijken, wat mensen bereid of juist onbereid maakt om met andersdenkenden te praten, en waardoor mensen minder open worden voor afwijkende opvattingen.
Aan het einde van de workshop kan de begeleider sociale mechanismen bespreken die met polarisatie samenhangen. De handleiding noemt onder meer beperkte blootstelling aan andere standpunten, angst, binaire probleemstelling, bevestigingsbias, emoties, informatiebubbels, algoritmische filters en het denken in termen van “wij” tegenover “zij”. Ook benadrukt de handleiding dat maatschappelijke scheidslijnen zelden langs één enkele lijn lopen. Mensen hebben uiteenlopende opvattingen die niet altijd netjes in vaste kampen passen.
De workshop sluit af met aandacht voor constructieve dialoog. De handleiding verwijst naar het onderscheid tussen debat en dialoog zoals beschreven door het Nansen Center for Peace and Dialogue. In een debat is het doel winnen, in een dialoog is het doel begrijpen. Daarbij horen luisteren, reflecteren en ruimte maken voor beweging in standpunten. Ook noemt de handleiding drie vragen die aan de dertiende-eeuwse Perzische dichter Rumi worden toegeschreven: is het waar, is het nodig en is het vriendelijk?
Beschikbaar voor scholen en universiteiten
De workshop is bedoeld voor groepen van ongeveer tien tot dertig deelnemers. De kortste versie, inclusief bespreking, duurt volgens de handleiding ongeveer 45 minuten. De basisversie neemt ongeveer een uur in beslag. Met extra rondes en verdiepende oefeningen kan de workshop worden uitgebreid tot ongeveer twee uur.
Naast de fysieke versie met papieren meetlatten en paperclips biedt het ACTIPLEX-project ook online cursussen en een digitale simulatietool aan. Daarmee kunnen deelnemers experimenteren met verschillende omstandigheden, zoals hogere of lagere acceptatieniveaus, en zien hoe die de ontwikkeling van meningen in een groep beïnvloeden. De handleiding is beschikbaar onder een Creative Commons-licentie.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor scholen biedt de workshop een laagdrempelige manier om polarisatie niet alleen uit te leggen, maar ook te laten ervaren. Leerlingen zien in korte tijd hoe gesprekken tussen individuen kunnen leiden tot toenadering of juist tot grotere afstand tussen groepen.
Voor docenten maakt de handleiding duidelijk hoe het onderwerp polarisatie kan worden verbonden aan concrete klassengesprekken. De spelrondes geven aanleiding om te bespreken wat openheid voor andere standpunten betekent, hoe angst of geslotenheid interacties beïnvloedt en waarom binaire tegenstellingen een discussie kunnen verharden.
Voor onderwijs over burgerschap, media en politiek laat het materiaal zien hoe polarisatie kan worden behandeld zonder direct met partijpolitieke voorbeelden te beginnen. De fictieve brug in Bridgestone maakt het mogelijk om eerst de onderliggende mechanismen te bespreken, waarna deelnemers parallellen kunnen trekken met maatschappelijke situaties die zij zelf herkennen.
Bron: Komendant-Brodowska, A., Jager, W. & Baczko-Dombi, A. (z.j.). The Paperclip Game of Opinions. A game-based workshop on polarisation and dialogue for schools and universities. ACTIPLEX, Action for Interactive Anti-Polarisation Learning Experiences for a Better Democracy.