Voortgezet onderwijs

Klimaatonderwijs vraagt om leraren die zichzelf als klimaatdocent durven zien

Klimaatonderwijs blijft kwetsbaar zolang leraren zichzelf niet herkennen als bevoegde en legitieme docenten op dit terrein. Dat is de centrale gedachte in een conceptueel artikel van Chara Bitsaki, Lucy Avraamidou en Dimitris Stavrou, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Kreta. D

Het artikel is geen empirische studie, maar een theoretische verkenning. De auteurs bouwen voort op bestaande literatuur over klimaatonderwijs, duurzaamheidscompetenties en de professionele identiteit van leraren in het science-onderwijs.

Juist die beroepsidentiteit is volgens de auteurs belangrijk

Volgens de auteurs richt veel onderzoek naar klimaatonderwijs zich op wat leraren weten en welke didactische strategieën zij gebruiken. Minder aandacht is er voor de vraag wie leraren zichzelf vinden te zijn wanneer zij klimaatverandering behandelen. Juist die beroepsidentiteit is volgens de auteurs belangrijk, omdat klimaatverandering niet alleen om natuurwetenschappelijke kennis vraagt, maar ook om sociale, ethische, economische en politieke dimensies.

Klimaatverandering wordt in het artikel beschreven als een veelzijdig en complex vraagstuk. Leerlingen moeten niet alleen leren hoe het klimaatsysteem werkt, maar ook leren omgaan met onzekerheid, mogelijke toekomstscenario’s, verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid. Dat stelt hoge eisen aan leraren. Zij moeten wetenschappelijke kennis kunnen verbinden met maatschappelijke vragen en met de leefwereld van leerlingen.

Dat kan ertoe leiden dat zij terughoudend zijn in het bespreken van waarden

Uit de literatuur die de auteurs bespreken, komt naar voren dat leraren zich geregeld onvoldoende voorbereid voelen op klimaatonderwijs. Ook herkennen zij zichzelf niet altijd als competente klimaatdocenten. Dat kan ertoe leiden dat zij terughoudend zijn in het bespreken van waarden, handelingsmogelijkheden en maatschappelijke betrokkenheid. Persoonlijke ervaringen, overtuigingen en attitudes van leraren spelen daarbij mee in de manier waarop zij klimaatverandering in de klas behandelen.

De auteurs werken hun kader uit aan de hand van bestaande theorieën over identiteit. Ze gebruiken onder meer het werk van James Paul Gee, die identiteit opvat als iets dat ontstaat door erkenning van jezelf en door anderen binnen een bepaalde context. Daarnaast sluiten ze aan bij het model van Carlone en Johnson, waarin wetenschappelijke identiteit bestaat uit drie samenhangende onderdelen: competentie, prestatie en erkenning.

Competentie betekent hier meer dan kennis

Die drie onderdelen vormen ook de kern van het voorgestelde CCSTI-kader. Competentie betekent hier meer dan kennis van klimaatfeiten. Het gaat ook om het vermogen om klimaatkennis te verbinden met sociale, economische, politieke en ethische vraagstukken, en om die kennis te vertalen naar onderwijs dat past bij de leeftijd en leefwereld van leerlingen.

Prestatie gaat over wat leraren daadwerkelijk doen in de klas. Daarbij gaat het om de manier waarop zij klimaatverandering bespreekbaar maken, omgaan met onzekerheid en controverse, leerlingen laten nadenken over mogelijke toekomsten en ruimte geven aan vragen over zorg, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid.

Erkenning verwijst naar de vraag of leraren zichzelf zien als legitieme klimaatdocenten en of zij ook door anderen zo worden gezien. Dat is volgens de auteurs vooral relevant voor leraren in het primair onderwijs. Zij worden in veel landen opgeleid als generalisten en niet als vakspecialisten. Daardoor kunnen zij zichzelf minder gemakkelijk herkennen als ‘wetenschapsmensen’ of als bevoegde docenten op het gebied van klimaatverandering.

Lerarenopleidingen kunnen niet volstaan met vakinhoud en didactiek

Volgens de auteurs betekent dit dat lerarenopleidingen niet kunnen volstaan met vakinhoud en didactiek. Ze zouden ook ruimte moeten maken voor identiteitsontwikkeling. Aankomende leraren moeten kunnen onderzoeken hoe zij zelf tegenover klimaatverandering staan, welke ervaringen en overtuigingen zij meenemen, en hoe zij zichzelf willen positioneren als leraar die klimaatverandering behandelt.

Concreet noemen de auteurs zelfreflectie, autobiografisch schrijven en visuele opdrachten als mogelijke werkvormen. Studenten zouden bijvoorbeeld kunnen schrijven over hun eigen verhouding tot klimaatverandering of zichzelf kunnen tekenen als klimaatdocent. Zulke opdrachten kunnen volgens de auteurs zichtbaar maken hoe aankomende leraren denken over kennis, verantwoordelijkheid, emoties en hun eigen rol in de klas.

Opleiders en ervaren leraren kunnen laten zien hoe klimaatonderwijs eruit kan zien

Daarnaast wijzen de auteurs op het belang van rolmodellen. Opleiders en ervaren leraren kunnen laten zien hoe klimaatonderwijs eruit kan zien en hoe een leraar zich daarin professioneel kan bewegen. Zulke voorbeelden kunnen aankomende leraren helpen om zichzelf ook als klimaatdocent te gaan zien.

Die identiteitsgerichte activiteiten moeten volgens het artikel wel verbonden blijven met concrete onderwijspraktijken. Het gaat niet alleen om reflectie op papier, maar ook om ervaring met klimaatgerelateerde lessen. De auteurs noemen onder meer systeemdenken, toekomstgericht leren en waardegedreven gesprekken als werkvormen waarmee leraren kunnen oefenen.

Het artikel sluit af met een onderzoeksagenda. De auteurs pleiten voor longitudinaal onderzoek naar de ontwikkeling van CCSTI tijdens en na de lerarenopleiding. Ook vragen zij om onderzoek naar de relatie tussen identiteit en daadwerkelijk lesgedrag, en naar de invloed van culturele, sociale en politieke contexten op de manier waarop leraren zich tot klimaatonderwijs verhouden.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor lerarenopleidingen betekent dit artikel dat klimaatonderwijs niet alleen kan worden benaderd als een kwestie van kennis en didactiek. Opleidingen moeten ook ruimte maken voor de vraag hoe aankomende leraren zichzelf zien als docent die klimaatverandering bespreekt.

Voor opleiders ligt er volgens de auteurs een taak om studenten te laten reflecteren op hun eigen ervaringen, waarden en overtuigingen rond klimaatverandering. Autobiografisch schrijven, tekenopdrachten en gesprekken over rolmodellen kunnen helpen om die professionele identiteit zichtbaar te maken.

Voor scholen maakt het artikel duidelijk dat leraren ondersteuning nodig hebben om klimaatverandering niet alleen als natuurwetenschappelijk onderwerp te behandelen, maar ook als complex vraagstuk waarin onzekerheid, toekomstdenken, verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid een rol spelen.

Bron: Bitsaki, C., Avraamidou, L. & Stavrou, D. (2026). Climate change science teacher identity: theoretical, empirical and design explorations for teacher education, Environmental Education Research. DOI: https://doi.org/10.1080/13504622.2026.2687665

Ontdek meer onderwerpen