Voortgezet onderwijs

‘Als het doel van leren verschuift naar handig prompten, worden mensen hulpmiddelen van machines’

De opkomst van AI in het onderwijs dwingt scholen, docenten en leerlingen tot fundamentele keuzes. In haar Kohnstamm-lezing schetst José van Dijck hoe digitale technologie niet alleen het leren verandert, maar ook de autonomie van het onderwijs zelf onder druk zet.


In haar Kohnstamm-lezing 2026, in de Aula van de UVA, onderzocht de UU-hoogleraar José van Dijck hoe de opmars van digitale technologieën in het onderwijs leidt tot nieuwe afhankelijkheden en wat dat betekent voor de autonomie van leerlingen, leraren en onderwijsinstellingen.

José van Dijck opent met een ingezonden brief van de veertienjarige Charlotte, verschenen in NRC Handelsblad. Daarin beschrijft zij hoe AI-tools het schoolwerk veranderen. Volgens haar ondermijnen die tools “de eigen creativiteit en de originaliteit” en leiden ze tot “een foutloos, maar helaas futloos product.” Ze noemt concrete voorbeelden: “Het zoveelste vlakke Sinterklaasgedicht, de nietzeggende speeches van een jarige klasgenoot en de opstellen in een onpersoonlijke stijl van ChatGPT vervelen haar stierlijk.” 

Die observatie vormt voor Van Dijck het startpunt van een veel bredere analyse. Want wat Charlotte beschrijft, ziet zij als een symptoom van een fundamentele verschuiving: technologie verandert niet alleen hoe leerlingen werken, maar wat leren zelf betekent.

Om die ontwikkeling te duiden grijpt Van Dijck terug op pedagoog Philip Kohnstamm, naar wie de lezing is vernoemd. In 1940 klaagde hij nog “over het schromelijk tekort aan hulpmiddelen waarover het onderwijs kon beschikken.”  Destijds waren hulpmiddelen ondersteunend: ze hielpen de docent en de leerling bij het leerproces. Maar die verhouding is volgens haar gekanteld. “Hulpmiddel, de term die Kohnstam nog gebruikte, is eigenlijk niet meer het juiste woord.” 

Van ondersteuning naar sturing

In de huidige situatie sturen technologieën het onderwijs zelf. “Hardware en software geproduceerd door grote bedrijven met enorme economische belangen dicteren in toenemende mate de pedagogische en didactische methode van scholen en de cognitieve gewoonte van studenten en leerlingen.”  Daarmee is de rol van technologie fundamenteel veranderd: van ondersteuning naar sturing.

Die verschuiving wordt versterkt door de edtechindustrie, die het onderwijs benadert met een duidelijke belofte: meer efficiëntie, minder werkdruk en betere resultaten. Systemen die automatisch teksten kunnen genereren, analyseren of nakijken lijken tijd te besparen en processen te versnellen. Maar volgens Van Dijck blijft de vraag wat er verloren gaat wanneer die processen worden uitbesteed aan technologie. Want als lezen, schrijven en beoordelen steeds meer door systemen worden overgenomen, verandert niet alleen de werkwijze, maar ook de inhoud van het onderwijs zelf.

De claims en de juichverhalen zijn nauwelijks onderbouwd

Daarbij plaatst zij stevige kanttekeningen bij de juichverhalen van technologiebedrijven en beleidsmakers. “De claims dat AI sowieso tot beter onderwijs voor leerlingen en tot minder werkdruk voor leraren leidt, die zijn eigenlijk nauwelijks onderbouwd.”  Tegelijkertijd wordt er fors geïnvesteerd in innovatie, onder meer via het Groeifonds, waarbij technologieontwikkeling wordt gestimuleerd terwijl de vraag hoe die duurzaam en verantwoord in het onderwijs wordt ingebed vaak onderbelicht blijft.

De kern van Van Dijcks betoog ligt echter bij het leerproces zelf. Voor haar draait onderwijs niet om foutloze eindproducten, maar om het ontwikkelen van denkvermogen. “Autonomie betekent voor de individuele leerling het zelfstandig leren zoeken en wegen van informatie, denk- en beoordelingsvermogen ontwikkelen, kennis verwerken en die creatief omzetten in nieuwe inzichten.” 

Precies wat Charlotte beschrijft

Dat proces is per definitie weerbarstig en vraagt tijd. “Het gaat eigenlijk om fouten maken, opnieuw doen, beter denken, beter schrijven. Juist dat proces komt onder druk te staan wanneer AI het werk overneemt. Wat overblijft zijn producten die technisch correct zijn, maar inhoudelijk vlak precies wat Charlotte beschrijft.”

Van Dijck trekt daaruit een scherpe conclusie. Als het onderwijs zich gaat richten op het efficiënt produceren van resultaten met behulp van AI, verschuift het doel van leren. “Als het ultieme doel van leren op school niet langer gericht is op het zelfstandig leren nadenken, maar in plaats daarvan op handig leren prompten, dan worden mensen straks wellicht hulpmiddelen van machines, in plaats van andersom.” 

De leerling had alleen de prompts ingevoerd

Die verschuiving raakt ook de rol van de docent. In de praktijk wordt het steeds moeilijker om te beoordelen wat een leerling zelf heeft gedaan. Van Dijck beschrijft een voorbeeld van een leerling die een verslag inleverde zonder een voorstelling te bezoeken, door een video in ChatGPT te uploaden en het verslag te laten genereren. “Dus in feite had de leerling alleen de prompts ingevoerd.” 

De betrokken docent kwam tot een confronterende conclusie: “We zitten tegenwoordig in een fucked-up situatie waarin we denken dat we de kwaliteit van een product van een leerling aan het beoordelen zijn, maar eigenlijk beoordelen we hoe goed iemand overweg kan met AI.” 

Volgens Van Dijck staat daarmee de professionele autonomie van docenten onder druk. “Het delegeren van pedagogische verantwoordelijkheden aan ondoorzichtige algoritme gedreven tools kan volgens onderzoekers de professionele autonomie van docenten behoorlijk ondermijnen.”  Bovendien wordt onduidelijk wie verantwoordelijk is voor het leerproces, omdat technologie steeds meer taken overneemt.

Die afhankelijkheid van technologie ontstaat niet alleen door gebruik, maar ook doordat systemen steeds dieper worden geïntegreerd in het onderwijs. “Ze worden namelijk razendsnel ingebouwd in de basissoftware of platformsystemen waarop de school draait. En daarmee worden ze eigenlijk onontkoombaar.” 

Bedrijven willen jongeren binden

Tegelijkertijd hebben bedrijven er belang bij om leerlingen vroeg aan hun systemen te binden. “Voor bedrijven is het hoogst interessant om jongeren zo vroeg mogelijk te binden aan hun specifieke tools.”  Daarmee ontstaat een spanning tussen publieke onderwijsdoelen en commerciële belangen.

In het afsluitende deel van het Kohnstamrede keert de vraag van Charlotte impliciet terug: wat moet het onderwijs doen? Van Dijck verzet zich tegen eenvoudige oplossingen zoals een verbod op technologie in de klas. Leerlingen leven immers in een wereld waarin AI en smartphones overal aanwezig zijn. Dat maakt digitale weerbaarheid volgens haar tot een kernopdracht van het onderwijs, juist ook buiten de schoolmuren.

Die opdracht vraagt om een herijking van het onderwijs zelf. “Zolang wij die cijfers als een soort eindmeetinstrument in de lucht houden, zijn leerlingen geneigd daar naartoe te werken en is dat eigenlijk het enige wat belangrijk is.”  Daarmee wordt de inzet van AI als efficiënt hulpmiddel juist gestimuleerd.

Geef docenten de ruimte om te experimenteren

Daarom sluit Van Dijck haar lezing af met vier concrete suggesties. Leer leerlingen omgaan met AI, maar ook zonder, zodat het denkproces centraal blijft staan. Geef docenten de ruimte om te experimenteren en samen te reflecteren op hun rol. Zorg dat scholen hun onafhankelijkheid bewaren en niet afhankelijk worden van één technologiepartij. En veranker digitale systemen in publieke waarden, met meer transparantie en controle. “We weten eigenlijk niet goed op basis van welke data de grote taalmodellen getraind zijn.” 

We kunnen het niet meer aan of uitzetten

In die aanbevelingen komt haar centrale boodschap samen. De opkomst van AI is geen tijdelijke ontwikkeling. “We kunnen niet meer beslissen om AI aan te zetten, we kunnen zelfs niet meer beslissen om hem uit te zetten.” 

Juist daarom moet het onderwijs zelf richting geven. Niet door technologie te volgen, maar door vast te houden aan zijn kern: het ontwikkelen van mensen die zelfstandig kunnen denken. Want uiteindelijk ligt daar volgens Van Dijck de grootste uitdaging. “Content, dat is het probleem niet. Dat hebben we straks in overvloed. Veel te veel zelfs. Wat schaars wordt zijn menselijke geesten die geconcentreerde aandacht kunnen schenken.” 

Ontdek meer onderwerpen

AI