Nederland gold jarenlang als een land waar jongeren relatief goed in hun vel zaten. Juist daarom is de recente verslechtering van hun mentale gezondheid opvallend. Volgens een nieuw OESO-rapport begon de neergang in Nederland al vóór de coronacrisis en versnelde die tijdens de pandemie. Of jongeren daarna werkelijk herstellen, is nog onzeker. De lichte verbetering na de piek van 2021 betekent volgens de OESO niet automatisch dat Nederland terugkeert naar het oude niveau. Het kan ook gaan om een terugkeer naar een situatie die vóór corona al duidelijk verslechterd was.
Klachten nemen toe
Het rapport, afgelopen woensdag gepubliceerd brengt voor het eerst op grote schaal vergelijkbare data samen over mentale gezondheid bij jongeren tot 25 jaar in OESO-landen. Aanleiding is een zorgwekkende en brede trend: in negen van de elf landen met bruikbare tijdreeksen daalde de mentale gezondheid van jongeren tussen 2012 en 2022 met gemiddeld drie tot zestien procent per jaar. Nederland maakt deel uit van die groep.
Op basis van data van het Centraal Bureau voor de Statistiek concludeert de OESO dat psychische klachten onder Nederlandse jongeren in de afgelopen tien jaar duidelijk zijn toegenomen, en dat die toename sterker is dan de stijging die bij volwassenen wordt gemeten.
Daarmee verandert ook de betekenis van de coronacrisis voor het onderwijs. De pandemie was niet het beginpunt van de mentale gezondheidsproblemen onder jongeren, maar heeft een bestaande ontwikkeling versterkt. In Nederland en enkele andere landen met tijdreeksen is volgens de OESO vanaf ongeveer 2015 tot 2017 al een stijgende trend in mentale stress zichtbaar. Die trend versnelde in 2020 en 2021, waarna in 2022 weer een daling intrad. De OESO benadrukt echter dat nog niet duidelijk is of die daling wijst op duurzaam herstel.
Nederland wijst ook de weg
Op het terrein van hulpverlening verschijnt Nederland in het rapport in een positievere rol. De OESO noemt de Nederlandse @ease-centra als uitdrukkelijk voorbeeld van goede praktijk. Die centra, in 2018 opgericht naar het voorbeeld van het Australische headspace, bieden gratis, anonieme en zonder verwijzing toegankelijke ondersteuning aan jongeren van twaalf tot vijfentwintig jaar, met nadruk op peer-to-peer contact.
Onderzoek waarnaar het rapport verwijst, laat zien dat @ease psychische klachten en functioneringsproblemen vermindert, schoolverzuim verlaagt en jongeren bereikt die zonder een dergelijk laagdrempelig aanbod nooit professionele hulp zouden hebben gezocht.
Nederland leek lange tijd de dans te ontspringen
Juist voor Nederland is dat relevant, omdat eerdere studies een ander beeld lieten zien. Waar in veel landen al langer zorgen bestonden over het mentale welzijn van jongeren, bleef het emotioneel welzijn van Nederlandse adolescenten volgens eerdere studies tot 2017 grotendeels stabiel. Nederland leek lange tijd buiten de internationale neerwaartse trend te vallen. Het nieuwe OESO-rapport laat zien dat die uitzonderingspositie niet standhield.
Voor scholen betekent dit dat mentale gezondheid niet kan worden behandeld als een tijdelijk post-coronaprobleem. De OESO noemt schooldruk, pesten, cyberpesten en digitale gewoonten als factoren die kunnen samenhangen met slechter mentaal welzijn. De vraag is dus niet alleen hoe leerlingen herstellen van de pandemie, maar ook waarom het welzijn al vóór corona onder druk kwam te staan. Voor het onderwijs is het daarom belangrijk om niet alleen naar achterstanden of gemiste lestijd te kijken, maar ook naar de bredere druk die leerlingen ervaren.
Zet de verslechtering of het herstel door?
De OESO wijst erop dat in twee landen, Nederland en de Verenigde Staten, de beschikbare data na de coronapiek enige verbetering laten zien. Tegelijkertijd is de waarschuwing nadrukkelijk: het is te vroeg om te zeggen of het hier om een werkelijke verbetering gaat, of slechts om een terugkeer naar de hogere niveaus van mentale stress die al vóór corona zichtbaar waren. Voor Nederland is dat onderscheid belangrijk. Als het laatste het geval is, dan is de situatie na corona niet hersteld, maar alleen minder ernstig dan tijdens de piek van de pandemie.
Daarmee komt de onderwijsopgave scherper in beeld. Telefoonverboden, antipestbeleid, programma’s voor sociaal-emotioneel leren en aandacht voor mentale gezondheidsvaardigheden kunnen niet uitsluitend worden beoordeeld op de vraag of ze passen bij het coronaherstel. Volgens de OESO is betere monitoring nodig om te zien of zulke maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan het welzijn van jongeren. Zonder die data blijft onduidelijk of scholen leerlingen helpen terug te keren naar het oude welzijnsniveau, of slechts voorkomen dat de verslechtering verder doorzet.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor scholen laat dit rapport zien dat een telefoonverbod op zichzelf geen oplossing is voor de mentale druk die jongeren ervaren. De OECD wijst erop dat het effect van zulke maatregelen op mentale gezondheid nog onvoldoende duidelijk is. Tegelijk laat het rapport zien dat de verslechtering van het mentaal welzijn in Nederland al vóór corona begon.
Voor schoolleiders en leraren betekent dit dat aandacht voor welzijn structureel moet worden georganiseerd. Schooldruk, pesten, cyberpesten, sociale vergelijking en digitale gewoonten worden in het rapport genoemd als factoren die kunnen samenhangen met slechter mentaal welzijn. Het gaat dus niet alleen om herstel na corona, maar om het verminderen van druk die al eerder opliep.
Voor onderwijsbeleid onderstreept de OECD dat maatregelen zoals telefoonverboden, sociaal-emotioneel leren en antipestbeleid zorgvuldig moeten worden gevolgd. Juist omdat nog niet duidelijk is of jongeren duurzaam herstellen naar het eerdere niveau, is betere monitoring nodig om te weten of beleid daadwerkelijk bijdraagt aan beter mentaal welzijn.
Bron: OECD (2026). Child, Adolescent and Youth Mental Health in the 21st Century, OECD Publishing, Paris. DOI: https://doi.org/10.1787/1092c3cb-en