Voortgezet onderwijs

In Rotterdam verkoopt gezondere schoolkantine vooral ongezonde snacks

Rotterdamse scholieren kopen op school vooral ongezond voedsel, ook op scholen met een officieel certificaat van het Voedingscentrum. Zelfs de school met een Goud-certificaat voldeed niet aan de norm van minimaal 80 procent gezondere keuzes. Op vier onderzochte scholen was 74 procent van het aanbod minder gezond.

Dat blijkt uit onderzoek van Sara Shagiwal, Paul Kocken, Inge Merkelbach en Semiha Denktas van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De onderzoekers bestudeerden de voedselomgeving op vier Rotterdamse middelbare scholen. Zij onderzochten in hoeverre schoolkantines voldeden aan het Nederlandse Gezondere Kantineprogramma, hoe leerlingen hun voedselomgeving ervaren, welke invloed die omgeving heeft op hun voedselkeuzes en of die ervaringen verschillen naar onderwijsniveau en sociaaleconomische positie van de wijk.

De aanleiding voor het onderzoek ligt in de bredere volksgezondheid. In 2023 had 14,3 procent van de Nederlandse jongeren tussen de 12 en 17 jaar overgewicht en 4,5 procent obesitas. Die cijfers liggen hoger bij jongeren met een lage sociaaleconomische positie. Volgens de onderzoekers eten jongeren uit deze groep gemiddeld meer energierijke en voedingsarme producten en minder fruit en groente.

Het Nederlandse Gezondere Kantineprogramma, ontwikkeld door het Voedingscentrum

Scholen zijn volgens de onderzoekers een belangrijke plek om gezonder eten te stimuleren, omdat jongeren daar tot 40 procent van hun doordeweekse tijd doorbrengen en bijna de helft van hun dagelijkse voedselinname tijdens schooltijd nuttigen. Het Nederlandse Gezondere Kantineprogramma, ontwikkeld door het Voedingscentrum, biedt scholen een vrijwillig certificeringskader. Voor een Goud-certificaat moet minimaal 80 procent van het aanbod uit gezondere keuzes bestaan; voor Zilver geldt een ondergrens van 60 procent.

Het onderzoek combineerde kwantitatieve en kwalitatieve methoden. De onderzoekers analyseerden de kantinemenu’s van vier scholen, twee havo/vwo-scholen en twee vmbo/mbo-scholen, die allemaal door dezelfde externe cateraar werden bediend. Ook verzamelden zij verkoopdata over een periode van drie maanden, van november 2019 tot en met januari 2020. Daarnaast voerden zij gestructureerde observaties uit van de voedselomgeving binnen en rond de scholen. Tot slot interviewden zij 29 leerlingen, met een gemiddelde leeftijd van 15 jaar.

Eén school had een Goud-certificaat, de drie andere scholen hadden een Zilver-certificaat

Alle vier de scholen namen deel aan het Gezondere Kantineprogramma. Eén school had een Goud-certificaat, de drie andere scholen hadden een Zilver-certificaat. De kantineaudit liet echter een duidelijke kloof zien tussen certificering en het feitelijke aanbod. Van de 149 onderzochte menuproducten werd 74 procent geclassificeerd als minder gezond. Daarmee voldeed geen van de vier scholen aan de drempels die bij de certificering horen.

De verkoopdata bevestigden dat beeld. In de onderzoeksperiode werden in totaal 35.366 producten verkocht. De verkopen lagen hoger tijdens de lunchpauze dan tijdens de tussenpauzes. Meer dan 80 procent van de aankopen bestond uit minder gezonde producten. Daarbij ging het vooral om warme snacks, zoals nuggets, en voorverpakte zoete en hartige snacks.

Gefrituurde snacks, pizza en burgers, waren in alle kantines goed zichtbaar

Ook de observaties in de kantines wezen in dezelfde richting. Minder gezonde producten, zoals gefrituurde snacks, pizza en burgers, waren in alle kantines goed zichtbaar en gemakkelijk verkrijgbaar. Gezondere producten waren minder zichtbaar en in kleinere hoeveelheden aanwezig.

Buiten de school verschilde de voedselomgeving per wijk. De drie scholen in een wijk met een lagere sociaaleconomische positie in Rotterdam-Oost lagen binnen een straal van één kilometer bij meerdere verkooppunten waar energierijke producten gemakkelijk verkrijgbaar waren, waaronder fastfoodrestaurants, bakkers, gemakswinkels, supermarkten, snackbars, afhaalzaken, een winkelcentrum en tabaks- of slijterijzaken. De school in de wijk met een hogere sociaaleconomische positie lag vooral in een groenere omgeving met minder winkelaanbod in de directe nabijheid.

Leerlingen bleken goed te weten wat gezond eten inhoudt

Uit de interviews kwamen negen thema’s naar voren, geordend op individueel, sociaal en omgevingsniveau. Leerlingen bleken goed te weten wat gezond eten inhoudt. Zij noemden onder meer gevarieerd eten, drie maaltijden per dag, matiging en voldoende beweging. Jongens koppelden gezond eten vaker aan sportprestaties, meisjes vaker aan lichaamsbeeld, huidkwaliteit en gewicht.

Toch werd die kennis in de kantine niet vanzelf omgezet in gezondere keuzes. Leerlingen noemden de brede beschikbaarheid en toegankelijkheid van minder gezonde producten als belangrijke belemmering. Ook de plaatsing van producten speelde een rol. Minder gezonde opties waren zichtbaarder en aantrekkelijker gepresenteerd dan gezondere alternatieven. Daarnaast noemden leerlingen zintuiglijke prikkels, zoals de geur van warme snacks, als aanleiding voor impulsieve aankopen.

Negatieve opmerkingen of sociale uitsluiting vermijden

De sociale omgeving bleek eveneens van belang. Leerlingen beschreven dat zij meegingen in de voedselkeuzes van leeftijdgenoten, onder meer om negatieve opmerkingen of sociale uitsluiting te vermijden. In groepen werden minder gezonde keuzes daardoor gemakkelijker normaal. Ouders hadden volgens de leerlingen meestal een positieve, maar indirecte invloed. Zij beïnvloedden eetgedrag via voorbeeldgedrag, huisregels, steun, maaltijden thuis en wat er in huis beschikbaar was.

De meeste leerlingen wisten niet dat hun school deelnam aan het Gezondere Kantineprogramma. Tegelijkertijd waren zij kritisch over het aanbod in de kantine en de automaten. Zij vonden dat gezondere producten vaker beschikbaar, aantrekkelijker en zichtbaarder zouden moeten zijn. Ook prijs speelde een rol. Sommige leerlingen vonden de schoolkantine duur en gaven aan dat zij buiten school goedkoper eten konden kopen.

Ongezond, verleidelijk en makkelijk bereikbaar

Leerlingen op scholen in de lagere-inkomenswijk beschreven hun externe voedselomgeving als ongezond, verleidelijk en makkelijk bereikbaar. Op alle scholen vertelden leerlingen dat zij tijdens schooltijd, bijvoorbeeld in een pauze of bij een uitgevallen les, naar winkels of eetgelegenheden in de buurt gingen. Daar kochten zij onder meer friet, chips, koekjes of frisdrank.

De onderzoekers concluderen dat kennis over gezond eten op zichzelf niet genoeg is om voedselkeuzes van leerlingen te veranderen. Daarvoor is volgens hen een aanpak nodig die rekening houdt met individuele voorkeuren, groepsnormen en de fysieke omgeving binnen en buiten de school.

Prijsprikkels en nuding

Op individueel niveau wijzen zij op de mogelijke inzet van gedragsgerichte maatregelen, zoals prijsprikkels en nudging. Op sociaal niveau zien zij aanknopingspunten voor interventies die gebruikmaken van leeftijdgenoten en sociale normen. Op school- en beleidsniveau noemen zij betere monitoring, praktische ondersteuning voor kantinebeheerders en financiële prikkels om een gezonder aanbod haalbaar te maken.

Tegelijkertijd benadrukken de onderzoekers dat maatregelen binnen de school onvoldoende kunnen zijn zolang leerlingen in de directe omgeving goedkope en energierijke alternatieven kunnen kopen. Daarom wijzen zij op samenwerking tussen scholen, gemeenten en lokale voedselaanbieders. Ook ruimtelijk beleid dat de dichtheid van ongezonde fastfoodaanbieders rond scholen beperkt, kan volgens hen bijdragen aan een gezondere voedselomgeving voor jongeren.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor scholen laat dit onderzoek zien dat deelname aan een programma voor een gezondere kantine niet vanzelf betekent dat het aanbod in de praktijk gezond is. Monitoring van het feitelijke assortiment en van de verkoop is nodig om te weten wat leerlingen daadwerkelijk kunnen kopen en kiezen.

Voor kantinebeheerders en cateraars maken de resultaten duidelijk dat zichtbaarheid, plaatsing, prijs en beschikbaarheid ertoe doen. Gezondere producten moeten niet alleen aanwezig zijn, maar ook aantrekkelijk, betaalbaar en gemakkelijk bereikbaar zijn voor leerlingen.

Voor gemeenten en beleidsmakers wijst het onderzoek erop dat de schoolkantine niet losstaat van de buurt. Vooral bij scholen in lagere-inkomenswijken kunnen nabijgelegen fastfoodzaken, snackbars en winkels de werking van interne schoolmaatregelen beperken.

Bron: Shagiwal, S., Kocken, P., Merkelbach, I. & Denktas, S. (2026). Exploring the School Food Environment: Influences on Adolescents’ Food Choices in Diverse Socioeconomic Neighborhoods: A Mixed-Methods Study, Journal of Nutrition Education and Behavior. DOI: https://doi.org/10.1016/j.jneb.2026.01.019

Ontdek meer onderwerpen