Voortgezet onderwijs

Stad en platteland groeien uiteen in politieke gesprekken onder scholieren

Stedelijke scholieren praten vaker over politiek, terwijl leraren geen meetbare rol spelen in houding tegenover diversiteit

Jongeren die opgroeien en naar school gaan in stedelijke gebieden in Nederland praten vaker over politiek en maatschappelijke kwesties dan leeftijdsgenoten in landelijke gebieden. Deze gesprekken hangen samen met verschillen in houding ten opzichte van multiculturaliteit. Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dat gesprekken met leraren geen aantoonbare samenhang vertonen met deze attitudes, ongeacht of leerlingen in een stad of op het platteland naar school gaan. Dat blijkt uit een meerjarig onderzoek onder Nederlandse scholieren van elf tot zestien jaar  .

Het onderzoek is uitgevoerd door Twan Huijsmans van de Universiteit van Amsterdam en Jaap van Slageren van de Universiteit Utrecht. Zij onderzochten hoe politieke socialisatie tijdens de vroege adolescentie samenhangt met multiculturele attitudes, en in hoeverre dit proces verschilt tussen stedelijke en landelijke contexten. Daarbij richtten zij zich specifiek op politieke en maatschappelijke gesprekken met ouders, vrienden en leraren.

De groeiende verschillen tussen stad en platteland

De aanleiding voor het onderzoek ligt in de groeiende verschillen tussen stad en platteland in politieke opvattingen, met name rond onderwerpen als immigratie en multiculturaliteit. Eerder onderzoek laat zien dat inwoners van stedelijke gebieden gemiddeld positievere opvattingen hebben over culturele diversiteit dan inwoners van landelijke gebieden. Deze verschillen blijken vooral sterk aanwezig onder jongere generaties, wat suggereert dat processen van socialisatie in de jeugd van belang zijn voor het ontstaan van deze kloof.

Tot nu toe richtte veel onderzoek zich op volwassenen, bij wie politieke attitudes doorgaans al grotendeels zijn gevormd. Door jongeren te volgen tijdens hun middelbareschooltijd konden de onderzoekers analyseren hoe attitudes zich ontwikkelen in een levensfase waarin opvattingen nog minder stabiel zijn. Daarbij besteedden zij expliciet aandacht aan gesprekken binnen de onderwijscontext, omdat scholen en leraren vaak worden gezien als belangrijke plekken voor de overdracht van democratische waarden.

Scholen werden geselecteerd op basis van hun ligging

Voor hun analyse maakten de onderzoekers gebruik van gegevens uit het Dutch Adolescent Panel on Democratic Values, een representatieve panelstudie onder Nederlandse scholieren. De data werden verzameld tussen 2018 en 2021 op middelbare scholen verspreid over Nederland. Scholen werden geselecteerd op basis van hun ligging en mate van verstedelijking, zodat zowel stedelijke als landelijke gebieden goed vertegenwoordigd waren.

In totaal namen 2220 leerlingen deel aan de eerste meting. Voor de analyses gebruikten de onderzoekers gegevens van meer dan 1500 scholieren die aan meerdere meetmomenten deelnamen en die in Nederland waren geboren. Hiermee konden zij veranderingen in attitudes en gesprekken over de tijd volgen, terwijl verschillen tussen leerlingen en tussen typen woon- en schoolomgevingen werden meegenomen.

Multiculturele attitudes werden gemeten aan de hand van een vraag waarin leerlingen aangaven in hoeverre mensen die niet in Nederland zijn geboren zich zouden moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur of hun eigen cultuur mogen behouden. Politieke socialisatie werd gemeten door te vragen hoe vaak leerlingen politieke en maatschappelijke onderwerpen bespraken met ouders, vrienden en leraren. Daarnaast werd de mate van verstedelijking bepaald op basis van adressendichtheid in de gemeente waarin de school stond.

In stedelijke gebieden gemiddeld positievere multiculturele attitudes

Uit de analyses blijkt dat scholieren in stedelijke gebieden gemiddeld positievere multiculturele attitudes hebben dan scholieren in semi-stedelijke en landelijke gebieden. Deze verschillen zijn al zichtbaar aan het begin van de middelbareschooltijd en nemen in de loop van de onderzochte jaren licht toe.

Wanneer wordt gekeken naar politieke gesprekken, blijkt dat gesprekken met ouders en vrienden samenhangen met multiculturele attitudes, maar alleen in stedelijke contexten. Voor stedelijke scholieren geldt dat wie vaker met ouders of vrienden over politiek en maatschappelijke onderwerpen spreekt, gemiddeld positievere opvattingen heeft over multiculturaliteit. Voor scholieren in landelijke gebieden wordt dit verband niet gevonden. In sommige analyses wijzen de resultaten zelfs op een omgekeerde richting, al zijn deze effecten niet altijd statistisch significant.

Voor gesprekken met leraren vinden de onderzoekers geen vergelijkbare verbanden. Politieke of maatschappelijke gesprekken met docenten hangen niet samen met multiculturele attitudes van leerlingen, ongeacht of zij in een stedelijke, semi-stedelijke of landelijke omgeving naar school gaan. Ook wanneer wordt gekeken naar mogelijke verschillen tussen deze omgevingen, blijven significante effecten uit. Daarmee worden geen van de vooraf geformuleerde hypothesen over de rol van leraren bevestigd.

Positief over multiculti, dan vaker spreken over politiek

Naast deze verbanden onderzochten de auteurs ook de richting van het verband tussen gesprekken en attitudes. Met behulp van zogenoemde cross-lagged panelmodellen analyseerden zij of politieke gesprekken leiden tot veranderingen in attitudes, of dat bestaande attitudes juist bepalen of jongeren het gesprek aangaan.

Uit deze analyses blijkt dat de gevonden samenhang vooral wordt verklaard door selectie-effecten. In stedelijke gebieden blijken jongeren met positievere multiculturele attitudes vaker politieke gesprekken te voeren met ouders en vrienden. In landelijke gebieden wordt juist gevonden dat jongeren met minder positieve attitudes vaker deelnemen aan dergelijke gesprekken. Er wordt geen bewijs gevonden dat politieke gesprekken zelf leiden tot veranderingen in multiculturele attitudes binnen de onderzochte leeftijdsgroep.

School speelt nauwelijks een rol

De onderzoekers concluderen dat politieke socialisatie tijdens de vroege adolescentie verschillend samenhangt met attitudes in stedelijke en landelijke contexten, maar dat deze samenhang voornamelijk voortkomt uit selectie in gesprekken en niet uit directe beïnvloeding. Voor het onderwijs betekent dit dat binnen dit onderzoek geen aanwijzingen worden gevonden voor een samenhang tussen gesprekken met leraren en multiculturele attitudes van leerlingen.

Het onderzoek laat zien dat ook in een klein en dichtbevolkt land als Nederland duidelijke verschillen bestaan tussen stedelijke en landelijke contexten in de manier waarop jongeren omgaan met politieke gesprekken. Die verschillen worden zichtbaar in de jeugd, maar blijken binnen de onderzochte periode niet te worden gevormd door gesprekken met leraren, zoals die in dit onderzoek zijn gemeten.

Ontdek meer onderwerpen