Voortgezet onderwijs

‘Ze stappen alleen nog met zijn tweeën in de lift’: manosfeer maakt meiden onveilig op school

Driekwart van de onderwijsprofessionals ziet onder jongens de invloed van de manosfeer, van groepsdruk tot onveiligheid bij meisjes. Tijdens een webinar van Stichting School en Veiligheid bespraken adviseur Sjoukje Mos, slb-mentor Irma Vos van mboRijnland en Emancipator-trainer René Strik wat scholen kunnen doen. Docent en presentator Karim Amghar leidde het gesprek.
Sjoukje Mos en Karim Amghar

Ipsos voerde het onderzoek uit onder bijna vijfhonderd onderwijsprofessionals, op initiatief van de stichting en in samenwerking met de alliantie Worden Wie Je Bent.

Signalen uit de klas

Aanleiding waren signalen die Mos opving tijdens workshops over spanningen in de klas, waar geregeld de naam van influencer Andrew Tate viel. De uitkomsten vragen volgens haar om nuance. “Het is om van te schrikken, maar ook om te nuanceren. Er is een grote groep die de invloed in beperkte mate ziet en er is maar een kleine groep die zich ernstige zorgen maakt.”

Onderwijsprofessionals merken de invloed onder meer aan gesprekken over gespierd worden, rijkdom en traditionele verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Ook zien zij dat zachtheid en empathie bij jongens worden afgewezen. Vier procent zegt wekelijks of vaker mee te maken dat jongens geweld tegen vrouwen goedpraten.

Met sporten of ondernemen is op zichzelf niets mis, benadrukte Mos. “Wat je ook ziet, is dat de stereotiepe beelden en de vrouwonvriendelijkheid van wat influencers online bespreken, doorsijpelen in het onderwijs.”

Jongens zetten elkaar bovendien onder druk om macho en dominant te zijn en weinig emoties te tonen. “Als ik onderdoe voor die ander, ben ik zwak en word ik ook nog slachtoffer”, zei Vos. Een derde van de vrouwelijke onderwijsprofessionals zegt ook dat jongens hun autoriteit ondermijnen.

‘De onzichtbare meiden’

Op de school van Irma Vos slaat groepsdruk soms om in grensoverschrijdend gedrag. Jongens hitsen elkaar op voordat ze de lift instappen en zitten daar zomaar aan meisjes. “Gelukkig zijn er steeds meer meiden die de lift uitrennen, maar die worden dan uitgescholden. Het gebeurt niet elke dag en het is niet constant, maar het zijn wel dingen die voorkomen.”

Meisjes stappen volgens Vos alleen nog met zijn tweeën in de lift en mijden bepaalde plekken of gesprekken. Docenten zien dat vaak niet. “Als er in de klas negatieve opmerkingen worden gemaakt over non-binaire of transgender leerlingen, springen docenten daar heel makkelijk op in. De meiden worden meer geniepig lastiggevallen en dat is voor ons bijna onzichtbaar.”

Ook jongens die zich ongemakkelijk voelen bij het gedrag van leeftijdsgenoten, durven hen niet aan te spreken. “Ze zijn allemaal bang voor vergelding.”

Onveiligheid belemmert het leren

Volgens Mos is sociale veiligheid een voorwaarde om überhaupt te kunnen leren. Leerlingen die zich onveilig voelen, gaan volgens Vos voorzichtig achterin zitten. “Als je net iets hebt meegemaakt wat je heel onprettig vond, ben je niet meer aan het luisteren naar wat er gebeurt. Het komt dan gewoon niet meer binnen.”

Influencers bieden volgens Mos eenvoudige antwoorden op ingewikkelde onzekerheden. Jongens voelen dat ze sterk, succesvol en later kostwinner moeten zijn, terwijl ze horen hoe moeilijk het wordt om een huis te kopen. Online ligt dan een overzichtelijke oplossing klaar, schetste Strik: veel naar de sportschool gaan, geld verdienen en dan komt alles goed.

In workshops op middelbare scholen en mbo’s ziet Strik hoe jongeren stoer doen en harde grappen maken om niet buiten de groep te vallen. “Wat wij vooral proberen, is zaadjes planten”, zei hij. Het gaat hem erom dat jongens hun ervaringen kunnen delen en merken dat hun onzekerheid over hun lichaam of daten geen uniek probleem is.

Geen kwestie van afkomst

Een kijker vroeg of jongens met een andere culturele achtergrond of een bepaald geloof gevoeliger zijn voor de manosfeer. Strik ziet daarvoor geen grond. “Mannelijkheid en gendernormen zijn iets wat universeel speelt.” Mos waarschuwde voor eenvoudige verklaringen, omdat die juist lijken op het zwart-witdenken van influencers. “Je wilt een makkelijk antwoord en hoe meer zwart-wit je het maakt, hoe lekkerder het voelt.”

Ik ben in armoede opgegroeid en ik wil niet die onzekerheid van die brieven de hele tijd

Amghar liet met een voorbeeld zien wat doorvragen kan opleveren. “Heel veel van mijn studenten zeggen: ik moet rijk worden. Als ik doorvraag, komt daar eigenlijk uit: ik ben in armoede opgegroeid en ik wil niet die onzekerheid van die brieven de hele tijd hebben.”

Mos raadde aan om in burgerschapslessen bredere vragen te bespreken, zoals hoe een goede relatie eruitziet of wat succes betekent. Bij grensoverschrijdende opmerkingen adviseerde Strik niet mee te lachen, maar vragen te stellen: “Meen je dit echt? Waar heb je dit gehoord? Waar heb je dit geleerd? Maak je nu eigenlijk een grapje?” Volgens hem blijkt het dan vaak om napraten te gaan. “Als je echt blijft doorvragen, kunnen ze vaak niet goed duiden wat ze ermee bedoelen.”

‘Begrenzen en uitnodigen’

Tegelijk moet een docent de norm bewaken. Mos noemt dat “begrenzen en uitnodigen”: duidelijk maken dat een opmerking niet kan en in gesprek blijven met de leerling.

Voor Vos begint het bij de persoon achter het gedrag. “Je moet iedereen het gevoel geven: je bent oké zoals je bent. Misschien ben ik het niet altijd met je eens, maar dat mag ook.” Een warme band ontstaat in kleine dingen, zoals leerlingen bij de deur welkom heten.

Niet wachten op een incident

Docenten hoeven zulke gesprekken niet alleen te dragen, benadrukte Sjoukje Mos: het is een gedeelde verantwoordelijkheid met managers en schoolleiders. Wie zo’n gesprek lastig vindt, kan eerst oefenen of een collega laten aansluiten, zolang de docent zelf de regie houdt.

In schoolteams wordt volgens de sprekers vaak pas over grensoverschrijdend gedrag gesproken als er iets is gebeurd. Mos adviseerde dat gesprek juist te voeren als er niets speelt, ook over de vraag wie ingrijpt als een vrouwelijke collega denigrerend wordt behandeld. Een schoolbrede aanpak moet voorkomen dat sociale veiligheid afhangt van één bevlogen mentor of docent.

‘Hoe is het met jullie vandaag?’

Een warme band met leerlingen is volgens Sjoukje Mos een van de drie grootste knoppen waaraan scholen kunnen draaien voor een sociaal veilig klimaat. Dat blijkt uit ander onderzoek dat de stichting liet doen. De andere twee zijn duidelijke normen en schoolverbondenheid, en die beïnvloeden elkaar. “Als je zorgt voor een warme band met je klas, als je weet wat er speelt, als je met ze incheckt, als je bij de deur staat om ze welkom te heten, dan heeft dat ook invloed op die andere dingen”, zei Mos. Leerlingen voelen zich dan welkomer op school en meer verbonden met hun opleiding.

Strik raadt docenten aan de les te beginnen met een korte check-in. Voordat de inhoudelijke les start, kunnen ze vragen: “Hoe is het met jullie vandaag? Speelt er iets wat ik moet weten?” Dan zijn leerlingen meer dan een publiek waaraan je kennis overdraagt, aldus Strik.

Daarvoor hoeven docenten de manosfeer niet zelf in te duiken, zei Irma Vos. “Je kan het gewoon vragen. Dan heb je een betere band, want je toont interesse, wat stap 1 is.”

Ontdek meer onderwerpen