Primair onderwijs

Plezier en ervaren acceptatie versterken elkaar pas later in het schooljaar

Basisschoolleerlingen die halverwege het schooljaar meer plezier in de klas ervaren dan ze gewend zijn, voelen zich enkele maanden later ook meer geaccepteerd door hun klasgenoten. Omgekeerd hangt een sterker gevoel van acceptatie samen met later meer plezier. Deze wederzijdse samenhang werd alleen gevonden voor de eigen beleving van acceptatie en alleen in de tweede helft van het schooljaar.
klassenmanagement

Een andere uitkomst ging tegen de verwachtingen van de onderzoekers in. Kinderen die aan het begin van het schooljaar meer angst ervoeren dan voor hen gebruikelijk was, werden tijdens de volgende meting juist iets vaker als aardig genoemd door klasgenoten. Andere verbanden tussen angst en latere acceptatie waren niet statistisch significant.

Emoties en de sociale omgeving

De onderzoekers wilden weten hoe acceptatie door klasgenoten en emoties in de klas elkaar in de loop van de tijd beïnvloeden. Zij richtten zich daarbij op plezier en angst.

Het onderzoek is gebaseerd op de controle-waardetheorie. Volgens deze theorie ontstaan emoties van leerlingen mede door hun omgeving in de klas. Tegelijkertijd kunnen die emoties de omgeving ook weer beïnvloeden. Eerder onderzoek naar zulke wisselwerkingen ging vooral over de relatie tussen leraren en leerlingen. De rol van klasgenoten kreeg veel minder aandacht.

Acceptatie werd op twee manieren onderzocht. Bij sociometrische acceptatie gaven kinderen aan welke klasgenoten zij het aardigst vonden. De score van een kind was gebaseerd op het aandeel klasgenoten dat hem of haar noemde. Daarnaast beoordeelden kinderen zelf in hoeverre zij zich aardig gevonden en opgenomen voelden in de klas.

Drie metingen in één schooljaar

Aan het onderzoek deden 1.686 kinderen uit 78 klassen van 33 Nederlandse basisscholen mee. Zij zaten in groep 6, 7 of 8 en waren gemiddeld iets ouder dan 10 jaar. De vragenlijsten werden op drie momenten afgenomen: in het najaar van 2021, de winter van 2022 en het voorjaar van 2022.

De kinderen vulden de vragenlijsten tijdens schooltijd in op een tablet. Voor plezier en angst gaven zij aan hoe zij zich tijdens de meeste lessen voelden. Beide emoties werden met vier vragen gemeten.

De onderzoekers analyseerden de gegevens met een model waarmee stabiele verschillen tussen kinderen kunnen worden onderscheiden van tijdelijke veranderingen binnen hetzelfde kind. Daardoor konden zij bijvoorbeeld onderzoeken of een kind dat op een bepaald moment meer plezier ervoer dan gewoonlijk, zich tijdens een latere meting ook meer geaccepteerd voelde.

Meer plezier gaat samen met meer acceptatie

Kinderen die gedurende het schooljaar over het algemeen meer plezier ervoeren dan hun klasgenoten, werden gemiddeld vaker als aardig genoemd en voelden zich ook meer geaccepteerd. Kinderen die in het algemeen meer angst ervoeren, werden gemiddeld minder vaak genoemd en voelden zich minder geaccepteerd.

De samenhang was sterker met de eigen beleving van acceptatie dan met de stemmen van klasgenoten. Plezier en angst waren bovendien, net als beide vormen van acceptatie, gedurende het schooljaar redelijk stabiel.

Deze resultaten gaan over verschillen tussen kinderen. Ze betekenen niet dat een verandering in plezier bij een individueel kind automatisch wordt gevolgd door een verandering in acceptatie.

Wederzijds verband in de tweede helft van het jaar

Bij veranderingen binnen kinderen vonden de onderzoekers een wederzijds verband tussen plezier en zelf ervaren acceptatie. Een kind dat tijdens de wintermeting meer plezier had dan voor hem of haar gebruikelijk was, voelde zich bij de voorjaarsmeting meer geaccepteerd. Andersom hing een sterker gevoel van acceptatie in de winter samen met meer plezier in het voorjaar.

De gevonden verbanden waren klein tot middelgroot. Tussen de eerste en tweede meting trad deze wisselwerking niet op. Ook vonden de onderzoekers geen wederzijdse samenhang tussen plezier en sociometrische acceptatie.

De auteurs noemen als mogelijke verklaring dat basisschoolklassen in Nederland ieder jaar een nieuwe leraar krijgen. De komst van een nieuwe leraar kan de sociaal-emotionele verhoudingen in een bestaande klas tijdelijk veranderen. Mogelijk kost het tijd voordat de samenhang tussen plezier en ervaren acceptatie weer zichtbaar wordt. De onderzoekers kunnen deze verklaring op basis van hun gegevens echter niet aantonen.

Onverwachte uitkomst voor angst

Voor angst werd geen consistent wederzijds verband met acceptatie gevonden. Alleen tussen de eerste en tweede meting was sprake van een statistisch significant resultaat. Kinderen die tijdens de eerste meting meer angst ervoeren dan zij gewoonlijk deden, kregen bij de tweede meting iets meer positieve stemmen van klasgenoten.

Dit was tegengesteld aan de verwachting dat meer angst zou worden gevolgd door minder acceptatie. De onderzoekers benadrukken dat herhaling van het onderzoek nodig is. Zij kunnen niet uitsluiten dat de uitkomst mede samenhangt met kenmerken van het gebruikte statistische model.

Geen bewijs voor oorzaak en gevolg

Hoewel de gegevens op drie momenten zijn verzameld, kunnen de onderzoekers geen oorzakelijke conclusies trekken. Veranderende omstandigheden die niet zijn gemeten, kunnen de uitkomsten hebben beïnvloed.

Ook verschilden de perioden tussen de metingen. Tussen de eerste en tweede meting zaten gemiddeld 120 dagen, tegenover 83 dagen tussen de tweede en derde meting. Dit verschil kan mede verklaren waarom de wederzijdse samenhang tussen plezier en ervaren acceptatie alleen in de tweede periode werd gevonden.

Verder gingen de vragen over emoties tijdens lessen in het algemeen en niet specifiek over gevoelens tijdens contacten met klasgenoten. Sociometrische acceptatie werd met één vraag gemeten en weerspiegelt daardoor maar een beperkt deel van de relaties tussen kinderen.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor leraren wijzen de resultaten erop dat aandacht voor plezier en de ervaren positie van kinderen in de klas samen kan gaan. De auteurs noemen het organiseren van positieve contacten tussen klasgenoten, het expliciet maken van normen rond inclusie en het bevorderen van emotionele veiligheid als mogelijke aanpakken.

Voor schoolteams kan onderwijs in emotieregulatie leerlingen helpen hun gevoelens te herkennen en ermee om te gaan. Leraren kunnen dit ondersteunen door emoties te benoemen en te laten zien hoe zij gevoelens anders leren bekijken. Ook sociaal-emotionele leerprogramma’s kunnen hiervoor worden ingezet.

Voor lerarenopleidingen is vooral de eigen beleving van leerlingen relevant. De onderzoekers stellen voor leraren te leren hoe zij kinderen kunnen helpen positieve sociale signalen te herkennen als aanwijzingen dat zij bij de groep horen.

Bron: Mainhard, T., Graf, E., Krijnen, M. A., Van Vemde, L., Wansink, B. G. J. & Goetz, T. (2026). Fitting in and feeling good: Reciprocal associations between peer acceptance and emotions in the classroom, British Journal of Educational Psychology. DOI: https://doi.org/10.1111/bjep.70114

Ontdek meer onderwerpen