TSE verwijst naar de overtuiging van een docent dat hij of zij in staat is belangrijke onderwijstaken succesvol uit te voeren. Hoewel eerder onderzoek vooral keek naar verschillen tussen docenten, richtte deze studie zich juist op verschillen binnen dezelfde docent. Dat is relevant omdat docenten in het voortgezet onderwijs doorgaans meerdere klassen lesgeven die sterk kunnen verschillen in gedrag, prestaties en samenstelling.
De onderzoekers wilden een theoretische aanname toetsen die tot nu toe weinig empirische aandacht heeft gekregen: het idee dat teacher self-efficacy contextafhankelijk is en kan verschillen per klas. Eerdere studies uit de Verenigde Staten en Canada vonden hiervoor aanwijzingen, maar vergelijkbaar onderzoek was nog niet uitgevoerd in een Europese context.
Verschillen binnen en tussen docenten
Voor het onderzoek werden tussen maart en juni 2022 gegevens verzameld bij 26 docenten uit stedelijke gebieden in Nederland. Elke docent vulde vragenlijsten in voor drie verschillende klassen. Daarnaast deden 1.326 leerlingen uit 74 klassen mee. De onderzoekers maten het zelfvertrouwen van docenten op drie terreinen: instructiestrategieën, het stimuleren van leerlingbetrokkenheid en klassenmanagement. Leerlingen rapporteerden over hun betrokkenheid en prestaties, terwijl docenten aangaven hoeveel wangedrag zij in hun klassen ervoeren. Om verschillen binnen en tussen docenten te analyseren maakten de onderzoekers gebruik van meerniveauanalyses. Vanwege de beperkte steekproefomvang beschouwen de auteurs de studie nadrukkelijk als verkennend.
De resultaten laten zien dat een aanzienlijk deel van de verschillen in teacher self-efficacy zich binnen docenten bevindt. Voor klassenmanagement lag ongeveer 63 procent van de variatie tussen de verschillende klassen van dezelfde docent. Voor het stimuleren van leerlingbetrokkenheid was dat ongeveer 60 procent. Bij instructiestrategieën was het beeld anders: daar hing het zelfvertrouwen sterker samen met verschillen tussen docenten dan met verschillen tussen hun klassen.
Van alle onderzochte klaskenmerken bleek ervaren wangedrag het meest consistent samen te hangen met teacher self-efficacy. In klassen waarin docenten meer wangedrag rapporteerden dan in hun andere klassen, beoordeelden zij hun eigen effectiviteit lager. Dat verband werd gevonden voor alle drie de onderzochte domeinen van teacher self-efficacy.
Meer emtionele betrokkenheid betekent meer vertrouwen
Daarnaast hing een hogere emotionele betrokkenheid van leerlingen samen met meer vertrouwen van docenten in hun vermogen om leerlingen te motiveren. Ook klassen met hogere gemiddelde cijfers gingen samen met een hoger gevoel van effectiviteit op dit terrein. Andere kenmerken, zoals het aandeel jongens in de klas of gedragsmatige betrokkenheid van leerlingen, lieten geen consistente verbanden zien.
De onderzoekers wijzen op belangrijke beperkingen. De steekproef van 26 docenten is klein, waardoor effecten mogelijk worden overschat. Bovendien gaat het om een dwarsdoorsnedeonderzoek, waardoor niet kan worden vastgesteld of wangedrag leidt tot een lager gevoel van effectiviteit, of dat docenten met minder vertrouwen juist vaker problemen ervaren in de klas. Ook waren alle deelnemende scholen afkomstig uit stedelijke gebieden in Nederland.
De auteurs concluderen dat teacher self-efficacy voor klassenmanagement en leerlingbetrokkenheid mogelijk sterker afhankelijk is van de specifieke klascontext dan van stabiele kenmerken van de docent zelf. Zij pleiten ervoor om in toekomstig onderzoek steeds een concrete klas als referentiepunt te gebruiken bij het meten van teacher self-efficacy. Daarnaast wijzen zij op het belang van blijvende ondersteuning van docenten op het gebied van klassenmanagement en op aandacht voor de onderliggende oorzaken van wangedrag in de klas.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor scholen en schoolleiders suggereren de resultaten dat het professionele zelfvertrouwen van docenten niet uitsluitend afhangt van persoonlijke kwaliteiten of ervaring, maar mogelijk ook van de kenmerken van de specifieke klassen waarin zij lesgeven. Klassen met veel verstorend gedrag lijken daarbij een bijzondere uitdaging te vormen.
Voor docenten en begeleiders maken de bevindingen duidelijk dat verschillen in ervaren effectiviteit tussen klassen niet ongebruikelijk hoeven te zijn. Vooral bij klassenmanagement en het stimuleren van betrokkenheid lijkt de klascontext een belangrijke rol te spelen.
Voor professionalisering en beleid wijzen de onderzoekers erop dat ondersteuning van docenten mogelijk meer effect heeft wanneer die aansluit bij de specifieke uitdagingen van afzonderlijke klassen. Tegelijkertijd benadrukken zij het belang van blijvende aandacht voor klassenmanagement en voor het aanpakken van de oorzaken van wangedrag in de klas.
Bron: Täschner, J., Holzberger, D., Jorgensen, T.D. & Zee, M. (2026). Exploring the context-specificity of teacher self-efficacy: a multilevel analysis of class characteristics in secondary schools. Social Psychology of Education. DOI: 10.1007/s11218-026-10239-5