Het onderzoek maakt deel uit van het Europese SEEDS-project, dat gezond gedrag onder jongeren wil bevorderen via een zogeheten extreme citizen science-aanpak. Daarbij worden jongeren niet alleen onderzocht, maar ook actief betrokken bij het benoemen van problemen en het bedenken van interventies.
De onderzoekers wilden beter begrijpen welke belemmeringen en steunfactoren jongeren zelf ervaren bij bewegen en gezond eten, een groep die in onderzoek en preventieprogramma’s vaak ondervertegenwoordigd is. Slechts een minderheid van de Europese jongeren voldoet aan de richtlijn voor voldoende beweging, en veel jongeren eten niet dagelijks groente en fruit. Jongeren uit minder welvarende gezinnen doen het daarin gemiddeld nog slechter dan leeftijdgenoten uit welvarender milieus.
Acht focusgroepen in vier landen
Tussen juli en oktober 2021 hielden de onderzoekers acht semigestructureerde focusgroepen in Griekenland, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk, met in totaal 35 leerlingen. De gesprekken vonden op school plaats in de moedertaal van de deelnemers en werden thematisch geanalyseerd aan de hand van de Theory of Planned Behaviour, een model dat gedrag verklaart vanuit drie invalshoeken: de houding van het individu, de sociale omgeving en de mate waarin iemand ervaart controle te hebben over het eigen gedrag.
De jongeren konden goed uitleggen waarom een gezonde leefstijl belangrijk is, maar die kennis vertaalde zich niet automatisch naar ander gedrag. Dat was het duidelijkst zichtbaar bij energiedrankjes: ook op scholen waar die verboden zijn, bleven leerlingen ze gewoon drinken. Vrienden speelden een wisselende rol. Tijdens pauzes waren ze vooral een rem op beweging, omdat jongeren dan liever samen zaten en praatten. In de gymles werkte dezelfde groepsdynamiek juist omgekeerd: vrienden stimuleerden elkaar om mee te doen en moedigden elkaar aan. Op eetgedrag hadden vrienden nauwelijks invloed.
Thuis en op school: gezin en leraren tellen mee
Het gezin thuis bepaalde vooral wat er beschikbaar was om te eten, en sommige jongeren gaven aan graag betrokken te worden bij de boodschappen. Leraren kwamen naar voren als steunfactor, maar dan via de relatie die zij met leerlingen hebben: advies over gezond gedrag komt eerder aan wanneer er een goede band bestaat. Omgekeerd geldt dat leerlingen minder geneigd zijn te luisteren naar leraren met wie zij geen positieve relatie hebben. Dat maakt de kwaliteit van die band een voorwaarde voor effectieve gezondheidsbevordering op school.
De grootste belemmeringen lagen in de schoolstructuur zelf. Leerlingen brachten het grootste deel van de dag zittend door. Tijdens pauzes was er vaak te weinig ruimte om te bewegen, het aanbod in de kantine was beperkt en weinig gezond, en tijdgebrek maakte ontbijten of sporten tussen de lessen door lastig. Gymles en naschoolse clubs werden wel als kansen gezien, maar praktische bezwaren zoals reistijd of hygiënezorgen zorgden ervoor dat niet iedereen eraan deelnam. Sommige leerlingen wilden ook liever geen energie verspillen aan bewegen, omdat zij daarna minder goed konden opletten in de les.
Corona beperkte gezonde keuzes
De coronapandemie, die liep tijdens het onderzoek, beperkte de mogelijkheden extra. Maatregelen die klassenmenging verboden maakten sportieve pauzeactiviteiten onmogelijk, en kantinesluitingen verminderden de toegang tot vers voedsel. Een klein aantal leerlingen zag ook een positief effect: de eigen buitenruimte per klas gaf soms juist meer bewegingsruimte.
De onderzoekers concluderen dat de schoolstructuur nu te vaak een belemmering vormt en dat toekomstige interventies zich zouden moeten richten op meer ruimte en tijd voor beweging, gezondere kantines en sterkere relaties tussen leerlingen en leraren. Scholen worden daarin gezien als een kansrijke omgeving, omdat zij grote groepen jongeren bereiken, ook uit minder welvarende milieus. De onderzoekers benadrukken dat bestaande mogelijkheden zoals gymles en naschoolse clubs verder uitgebouwd kunnen worden met nieuwe initiatieven.
Welke rol speelt de thuissituatie naast de schoolomgeving
Ook bevelen zij aan om in vervolgonderzoek gezinsleden te betrekken, zodat duidelijker wordt welke rol de thuissituatie speelt naast de schoolomgeving. Toekomstige studies zouden bovendien aparte focusgroepen voor jongens en meisjes kunnen organiseren, omdat bekend is dat zij van elkaar kunnen verschillen in gezondheidsgedrag, maar daarvoor in dit onderzoek geen aparte analyse werd uitgevoerd.
Het onderzoek werd gepubliceerd in BMJ Open en gefinancierd door het Europese Horizon 2020-programma. Beperkingen zijn het relatief kleine aantal focusgroepen en de ongelijke verdeling naar land en geslacht.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor scholen laat dit onderzoek zien dat kennis over gezond gedrag niet genoeg is. Jongeren weten vaak wel waarom bewegen en gezond eten belangrijk zijn, maar de schooldag biedt daar niet altijd de tijd, ruimte en mogelijkheden voor.
Voor schoolleiders en roostermakers is vooral de inrichting van de dag relevant. Lange zittende lesdagen, korte pauzes, beperkte buitenruimte en volle gymfaciliteiten maken het voor jongeren moeilijker om actief te zijn, ook wanneer zij dat in principe wel belangrijk vinden.
Voor kantines en gezondheidsprogramma’s onderstrepen de resultaten dat het aanbod ertoe doet. Als gezonde opties beperkt beschikbaar zijn, blijft gezond kiezen voor leerlingen moeilijk. De onderzoekers wijzen er daarom op dat interventies ook de omgeving moeten veranderen, niet alleen het bewustzijn van jongeren.
Voor leraren en mentoren maakt het onderzoek duidelijk dat de relatie met leerlingen belangrijk is. Jongeren staan eerder open voor advies over gezond gedrag wanneer dat komt van volwassenen op school met wie zij een goede band hebben.
Bron: Wargers, A., Senequier, A., Elphick, C. M., Mölenberg, F. J. M., Williams, C. A., Llauradó, E., Solà, R., Manios, Y., Mavrogianni, C., Murray, C., Jansen, W. & Vlachopoulos, D. (2026). Adolescent perspectives on the barriers and facilitators of engagement in healthy lifestyle behaviours: a focus group study from the European SEEDS project, BMJ Open, 16:e115125. DOI: https://doi.org/10.1136/bmjopen-2025-115125