Voortgezet onderwijs

Scholen moeten dankbaarheid onderwijzen, maar niet kritiekloos

Op steeds meer scholen worden oefeningen gebruikt waarbij leerlingen opschrijven waarvoor zij dankbaar zijn. Maar scholen zouden leerlingen niet alleen dankbaarheid moeten laten oefenen; zij moeten hen ook helpen het waardevolle in hun leven te herkennen en te koesteren. Dat betogen onderwijsfilosofen Nick Hebbink en Doret de Ruyter van de Universiteit voor Humanistiek en Anders Schinkel van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Het artikel bouwt voort op eerder werk van de auteurs over de onderwijskundige betekenis van dankbaarheid. Zij verdedigen de stelling dat scholen niet simpelweg dankbaarheid zouden moeten bevorderen, maar een deugdzame vorm ervan: een houding waarin mensen het waardevolle en onverdiende goede in hun leven leren herkennen, er kritisch over nadenken en er op een passende manier naar handelen.

Niet zomaar dankbaarheid

Dankbaarheid heeft een positieve reputatie. In de positieve psychologie wordt zij vaak verbonden met welzijn en op steeds meer scholen worden oefeningen gebruikt waarbij leerlingen opschrijven waarvoor zij dankbaar zijn. Volgens de auteurs is zo’n aanpak echter onvoldoende. In de wetenschappelijke literatuur groeit de aandacht voor mogelijke schaduwkanten van dankbaarheid. Daarom vinden zij dat onderwijs niet moet streven naar meer dankbaarheid op zichzelf, maar naar een vorm die gepaard gaat met waarheidsbesef, aandacht voor rechtvaardigheid en oog voor welzijn.

Dankbaarheid kan volgens hen immers ook misplaatst zijn. Zo kunnen toeristen zich dankbaar voelen tegenover een behulpzame lokale gids zonder te beseffen dat die hen naar dure toeristenvallen leidt. Ook kunnen mensen dankbaar zijn voor de voordelen van een politiek of economisch systeem zonder aandacht te hebben voor de nadelige gevolgen ervan voor anderen. In zulke gevallen kan dankbaarheid volgens de auteurs belangrijke morele of feitelijke vragen aan het zicht onttrekken.

Het doel van onderwijs zou daarom niet zomaar dankbaarheid moeten zijn, maar een deugdzame variant ervan. Die omschrijven de auteurs als de neiging om het waardevolle en onverdiende goede in het leven op een passende manier waar te nemen, te doordenken, te voelen en te koesteren. Centraal staat een gewetensvolle inzet voor dat ideaal, gecombineerd met aandacht voor waarheid, rechtvaardigheid en welzijn. Daarnaast vraagt deze deugd om wijsheid, reflectief bewustzijn en verbeeldingskracht.

Het leven als geschenk

De auteurs kiezen bewust voor een brede opvatting van dankbaarheid. Veel filosofen beschrijven dankbaarheid als een relatie tussen een gever, een ontvanger en een weldaad. Maar mensen kunnen ook dankbaar zijn zonder een concrete gever aan te wijzen, bijvoorbeeld voor hun gezondheid, een bijzondere ontmoeting of het leven zelf.

In zulke gevallen verschijnt het goede volgens de auteurs als een soort geschenk: iets dat niet volledig door onszelf is verdiend of gecontroleerd en juist daarom waardevol is. Het sleutelbegrip is daarbij niet zozeer teruggeven, maar koesteren. Dankbaarheid motiveert mensen om het goede te onderhouden, te eren of te bevorderen. Tegelijk maakt zij zichtbaar dat veel waardevolle zaken kwetsbaar en vergankelijk zijn en daarom niet vanzelfsprekend mogen worden gevonden.

Drie vormen van misplaatste dankbaarheid

Om duidelijk te maken wat er fout kan gaan onderscheiden de auteurs drie hoofdvormen van misplaatste dankbaarheid. De eerste is onnadenkende dankbaarheid. Daarbij ontbreekt voldoende aandacht voor de vraag of iets werkelijk een waardevol geschenk is. De tweede is moreel ongevoelige dankbaarheid. Daarbij ontbreekt aandacht voor rechtvaardigheid of welzijn. De derde is onbeholpen dankbaarheid. Dan zijn de bedoelingen op zichzelf juist, maar ontbreekt de kennis, wijsheid of praktische vaardigheid om passend te handelen.

Dat onderscheid geldt zowel voor hoe mensen situaties waarnemen als voor hoe zij hun dankbaarheid uiten. Iemand kan bijvoorbeeld terecht dankbaar zijn voor zijn gezondheid, maar die vervolgens op een onverstandige manier proberen te koesteren door ongezonde diëten te volgen of anderen moreel te veroordelen vanwege hun leefstijl.

Waarom dit op school thuishoort

Het meest principiële deel van het artikel gaat over de plaats van deugdzame dankbaarheid in het onderwijs. De auteurs bouwen daarbij voort op het werk van onderwijsfilosoof Richard Stanley Peters. Onderwijs is volgens die traditie meer dan het overdragen van feitenkennis. Het gaat ook om het ontwikkelen van manieren van denken en vormen van bewustzijn die invloed hebben op iemands levenshouding.

Deugdzame dankbaarheid past volgens de auteurs binnen zo’n morele denkwijze. Zij kan bijdragen aan menselijk floreren, of flourishing, doordat mensen zich bewuster worden van de waarde, kwetsbaarheid en onderlinge afhankelijkheid van veel goede dingen in hun leven. Daarnaast kan deze vorm van dankbaarheid volgens de auteurs empathie bevorderen voor mensen die minder geluk hebben gehad en mensen aansporen waardevolle maatschappelijke verworvenheden niet als vanzelfsprekend te beschouwen.

Kinderboek dat daarvoor gebruikt kan worden

Hoe deze deugd precies moet worden onderwezen, laten de auteurs nadrukkelijk open. Dat roept volgens hen zowel didactische als morele vragen op, bijvoorbeeld over de grenzen van beïnvloeding door leraren. Wel wijzen zij op verhalen, fictief en non-fictief, als mogelijke aanleiding voor gesprekken met kinderen over wanneer dankbaarheid wel en niet passend is.

Als mogelijke ingang voor het onderwijs verwijzen de auteurs naar verhalen en kinderboeken waarin dankbaarheid ter discussie wordt gesteld. Een voorbeeld is Can I Tell You About Gratitude? van de Britse onderzoeker Liz Gulliford, waarin kinderen juist leren nadenken over situaties waarin dankbaarheid wel of niet op haar plaats is.

De conclusie van het artikel is ambitieus. Volgens de auteurs is deugdzame dankbaarheid niet alleen een legitiem doel van formeel onderwijs, maar een doel dat scholen volgens hen actief zouden moeten nastreven omdat het raakt aan fundamentele vragen over hoe mensen leren omgaan met wat waardevol is in hun leven.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor scholen betekent dit artikel dat dankbaarheid niet als losse welzijnsoefening moet worden aangeboden. Leerlingen laten opschrijven waarvoor zij dankbaar zijn, is volgens de auteurs onvoldoende als daarbij geen aandacht is voor reflectie, waarheid en rechtvaardigheid.

Voor leraren ligt de nadruk op gesprek en oordeelsvorming. Dankbaarheid wordt pas educatief wanneer leerlingen leren onderzoeken of dankbaarheid in een bepaalde situatie passend is, wie of wat daarbij wordt erkend, en of er geen onrecht of afhankelijkheid wordt verhuld.

Voor burgerschapsonderwijs en karaktervorming biedt deugdzame dankbaarheid een manier om met leerlingen te spreken over kwetsbaarheid, geluk, onderlinge afhankelijkheid en verantwoordelijkheid. De auteurs zien vooral verhalen, fictief en non-fictief, als mogelijke ingang om zulke vragen bespreekbaar te maken.

Bron: Hebbink, N., Schinkel, A. & De Ruyter, D. (2026). Virtuous gratitude as an aim of education, Journal of Moral Education. DOI: https://doi.org/10.1080/03057240.2026.2675412

Ontdek meer onderwerpen