Tegelijk laat de studie zien dat onderzoek waarin ouders, leraren en beleidsmakers gezamenlijk centraal staan schaars is en sterk uiteenloopt in kwaliteit.
De onderzoekers onderzochten welke rol volwassenen spelen bij onderwijsinterventies voor hoogbegaafde leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Aanleiding is de groeiende aandacht voor inclusief onderwijs, waarin het onderwijs moet aansluiten op de behoeften van individuele leerlingen.
Empirisch onderzoek naar de wisselwerking
Hoewel hoogbegaafde leerlingen daar onderdeel van zijn, worden zij binnen inclusieve settings geregeld onvoldoende bediend, met wisselende uitkomsten tot gevolg. In theoretisch werk, onder meer binnen het Actiotope Model van hoogbegaafdheid, wordt al langer verondersteld dat talentontwikkeling voortkomt uit een voortdurende wisselwerking tussen individuele kenmerken en de omgeving, inclusief de betrokken volwassenen. Empirisch onderzoek naar die wisselwerking is echter beperkt.
De review werd uitgevoerd volgens de PRISMA-richtlijnen. De onderzoekers doorzochten de databases ERIC, PsycINFO en Web of Science en selecteerden peer-reviewed artikelen en dissertaties uit de periode 2015 tot en met 2022. Het ging om studies naar onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen in de voor- en vroegschoolse fase, het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs, waarbij ouders, leraren en/of beleidsmakers actief betrokken waren. Na een meerstapsselectie bleven 231 studies over voor analyse van onderzoeksthema’s. Dertien daarvan betrokken alle drie de groepen en zijn afzonderlijk beoordeeld op kwaliteit en inhoud.
Culturele ongelijkheid en ondervertegenwoordiging
Uit de analyse van alle 231 studies blijkt dat bijna zestig procent zich uitsluitend richt op leraren. Studies waarin meerdere actoren zijn betrokken, richten zich meestal op ouders en leraren samen. Er werd geen enkele studie gevonden die specifiek de relatie tussen ouders en beleidsmakers onderzoekt. Het meest voorkomende thema is de houding en het perspectief van betrokkenen, gevolgd door onderzoek naar culturele ongelijkheid en ondervertegenwoordiging van bepaalde groepen leerlingen.
De dertien studies waarin ouders, leraren en beleidsmakers gezamenlijk centraal staan, zijn uitgevoerd in verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, de Verenigde Arabische Emiraten, Australië, Saudi-Arabië, de Filippijnen en Italië. De kwaliteit van deze studies varieert: drie zijn als twijfelachtig beoordeeld, drie als redelijk, drie als acceptabel en vier als goed. Zeven studies zijn kwalitatief, twee kwantitatief en vier maken gebruik van een combinatie van methoden.
In deze dertien studies komen terugkerende thema’s naar voren. Meerdere studies laten zien dat beleid rond hoogbegaafdheid onduidelijk is of onvoldoende bekend bij leraren en ouders. In onderzoek uit de Verenigde Arabische Emiraten blijkt bijvoorbeeld dat ouders en een deel van de leraren de beleidslijnen van het ministerie van Onderwijs niet kennen en daar ook geen toegang toe hebben. In Oman ontbreekt beleid voor de identificatie van hoogbegaafde leerlingen, waardoor identificatie in de praktijk vooral afhankelijk is van voordrachten door leraren en de inzet van ouders.
Ouders onvoldoende geïnformeerd
Daarnaast komt samenwerking tussen school en thuisomgeving naar voren als belangrijk aandachtspunt. Verschillende studies laten zien dat ouders onvoldoende worden geïnformeerd over programma’s en doelstellingen, terwijl hun betrokkenheid in dezelfde studies wordt genoemd als een belangrijke factor voor succes.
In een Australische studie geven leraren aan dat er regelmatig communicatie plaatsvindt via een coördinator voor begaafdheidsonderwijs, terwijl ouders tegelijkertijd aangeven dat zij de informatievoorziening als onvoldoende ervaren.
Verder wijzen meerdere studies op het belang van bewustzijn bij leraren en ouders van hun eigen opvattingen en verwachtingen. Hoewel zij vaak weten dat hoogbegaafde leerlingen specifieke sociaal-emotionele behoeften hebben, blijkt uit de studies dat zij zich minder bewust zijn van de invloed van hun eigen verwachtingen op het welbevinden van deze leerlingen. De aanname dat hoogbegaafde leerlingen zonder extra ondersteuning goed functioneren, komt in meerdere studies terug en hangt samen met onvervulde ondersteuningsbehoeften.
Gerichte ondersteuning voor ouders
Professionalisering van leraren wordt in vrijwel alle dertien studies genoemd als noodzakelijk. Leraren geven aan dat zij onvoldoende kennis hebben van hoogbegaafdheid en van de bijbehorende beleidskaders. Tegelijkertijd vormt tijdgebrek een belemmering om deel te nemen aan nascholing. Tot slot benadrukken verschillende studies het belang van gerichte ondersteuning voor ouders, bijvoorbeeld door hen beter te informeren, te betrekken bij besluitvorming en mogelijkheden te bieden om ervaringen uit te wisselen.
De onderzoekers concluderen dat empirisch onderzoek naar de gezamenlijke rol van ouders, leraren en beleidsmakers in het onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen beperkt is. Zij wijzen erop dat toekomstig onderzoek zich kan richten op de mechanismen die samenwerking en communicatie tussen deze groepen vormgeven, en dat daarvoor verschillende onderzoeksmethoden nodig zijn om de wisselwerking tussen leerling en omgeving beter in beeld te brengen.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor scholen en besturen laat dit onderzoek zien dat beleid rond hoogbegaafdheid alleen effectief kan zijn als het duidelijk is en daadwerkelijk bekend bij leraren en ouders. Onduidelijke of slecht toegankelijke beleidslijnen hangen samen met verschillen in uitvoering en afhankelijkheid van individuele inzet.
Voor leraren maken de resultaten duidelijk dat kennis over hoogbegaafdheid en inzicht in eigen verwachtingen samenhangen met hoe leerlingen worden ondersteund. Tegelijkertijd wijzen de studies op praktische belemmeringen, zoals tijdgebrek, bij het volgen van nascholing.
Voor ouders en beleidsmakers onderstrepen de bevindingen het belang van structurele communicatie en betrokkenheid. Ouders worden in de onderzochte studies niet altijd goed geïnformeerd of betrokken, terwijl hun rol in het functioneren van interventies wel als belangrijk wordt beschreven.
Bron: Vergeer, J., van Weerdenburg, M., Schils, T., & Bakx, A. (2026). Parents, teachers, and policy makers in educational interventions for gifted students: Systematic review study, Acta Psychologica. DOI: https://doi.org/10.1016/j.actpsy.2026.106784