Voortgezet onderwijs

Vrijwel alle ouders volgen hun kind digitaal, vooral via schoolportalen en bankapps

Vrijwel alle Nederlandse ouders volgen hun kind digitaal op ten minste één terrein. Vooral schoolprestaties en financiën worden gecontroleerd. Locatietracking komt minder vaak voor en wordt door adolescenten ook minder vanzelfsprekend gevonden. Dat blijkt uit onderzoek van Savannah Boele, Anne Bülow en Loes Keijsers van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Onderzoekers van de Erasmus School of Social and Behavioral Sciences onderzochten hoe vaak ouders hun kind digitaal volgen op drie terreinen: schoolprestaties, locatie en financiën. Daarvoor kunnen zij gebruikmaken van online schoolportalen, GPS-trackers en bankapps. Met zulke hulpmiddelen kunnen ouders informatie bekijken zonder daarover eerst met hun kind te praten. Afhankelijk van de gebruikte toepassing kan dit bovendien gebeuren zonder actieve medewerking of toestemming van de adolescent.

Toestemming van de adolescent is afhankelijk van de instellingen van het portaal

Bij het digitaal volgen van schoolprestaties gaat het niet alleen om cijfers. Via online schoolportalen kunnen ouders ook informatie bekijken over bijvoorbeeld huiswerk en aanwezigheid. Volgens de onderzoekers geven zulke digitale systemen ouders direct toegang tot actuele en eerder verzamelde schoolinformatie, waarbij de actieve betrokkenheid of toestemming van de adolescent afhankelijk is van de instellingen van het gebruikte portaal.

Aanleiding voor het onderzoek was dat digitale hulpmiddelen voor ouders steeds toegankelijker zijn geworden, terwijl er zorgen bestaan over mogelijke gevolgen voor de autonomie, privacy en het welzijn van adolescenten. Eerder onderzoek ging vooral over locatietracking. Over het digitaal volgen van schoolprestaties en financiële activiteiten was nog weinig bekend.

Voor de studie vulden in 2024 in totaal 525 Nederlandse ouder-adolescentduo’s vragenlijsten in. De adolescenten waren gemiddeld 14,1 jaar oud en varieerden in leeftijd van 11 tot 18 jaar. Van de deelnemende ouders was 81 procent moeder. Daarnaast gebruikten de onderzoekers een tweede steekproef van 175 duo’s uit 2019 om de resultaten te repliceren en mogelijke veranderingen in de tijd te onderzoeken.

Ouders gaven aan hoe vaak zij digitaal informatie bekeken over de schoolprestaties, locatie en bankrekening van hun kind. Adolescenten rapporteerden in hoeverre zij dit aanvaardbaar vonden. Ook werden onder meer overbeschermend opvoeden, emotionele en autonomieondersteuning, algemene angstklachten en neuroticisme bij ouders gemeten. Bij adolescenten keken de onderzoekers naar autonomiefrustratie, depressieve klachten, angstsymptomen en ervaren schooldruk.

Digitale tracking geen eenduidig gedrag

Van de onderzochte ouders volgde 99,6 procent hun kind in ten minste één van de drie domeinen. Schoolprestaties werden het vaakst gevolgd: 96,4 procent van de ouders deed dit. Voor financiële activiteiten was dat 90,1 procent en voor locatie 65,7 procent. Slechts 7,8 procent volgde het kind in alle drie de domeinen even vaak. Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat digitale tracking geen eenduidig gedrag is, maar per domein verschilt.

Jongere ouders controleerden schoolprestaties en financiële activiteiten vaker dan oudere ouders. Moeders volgden schoolprestaties vaker dan vaders. Ouders met een lager of middelbaar opleidingsniveau deden dat eveneens vaker dan hoger opgeleide ouders.

Ouders volgden de schoolprestaties van jongens vaker dan die van meisjes

Ook kenmerken van adolescenten hingen samen met de frequentie van tracking. Jongere adolescenten werden vaker gevolgd op schoolprestaties, terwijl de locatie van oudere adolescenten juist vaker werd gecontroleerd. Ouders volgden de schoolprestaties van jongens vaker dan die van meisjes. Adolescenten in lagere onderwijsniveaus werden in alle drie de domeinen vaker gevolgd dan adolescenten in hogere onderwijsniveaus.

Overbeschermend opvoeden hing het meest consistent samen met digitale tracking: overbeschermendere ouders volgden hun kind in alle drie de domeinen vaker. Algemene angstklachten en neuroticisme bij ouders vertoonden geen verband met de frequentie van tracking.

In aanvullende analyses vonden de onderzoekers kleine verbanden met enkele specifiekere kenmerken van ouders. Ouders die minder goed tegen onzekerheid konden en ouders met een sterker beeld van de wereld als een gevaarlijke plaats volgden hun kind vaker in alle drie de domeinen. Separatieangst hing samen met het vaker volgen van schoolprestaties en locatie, maar niet met financiële tracking.

De meeste adolescenten vonden het aanvaardbaar dat hun ouders hun schoolprestaties en financiële activiteiten digitaal volgden. Locatietracking werd kritischer beoordeeld: ongeveer een kwart vond dit niet aanvaardbaar. Van alle adolescenten vond 28,2 procent tracking in alle drie de domeinen volledig aanvaardbaar.

Overbescherming die verband houdt met onzekerheid

De onderzoekers concluderen dat digitale tracking in de onderzochte Nederlandse gezinnen een gangbare en meestal geaccepteerde praktijk is. De frequentie hangt vooral samen met kenmerken van de ouder. Volgens de auteurs kan frequent digitaal volgen een vorm van overbescherming zijn die verband houdt met onzekerheid, angst en behoefte aan controle. Omdat het onderzoek hoofdzakelijk cross-sectioneel is, kan niet worden vastgesteld of digitale tracking ouders geruststelt of hun onzekerheid juist versterkt. Daarvoor is longitudinaal onderzoek nodig.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor ouders laat het onderzoek zien dat adolescenten niet iedere vorm van digitale tracking hetzelfde beoordelen. Het volgen van schoolprestaties en financiën wordt meestal geaccepteerd, terwijl ongeveer een kwart locatietracking niet aanvaardbaar vindt.

Voor jeugdprofessionals is relevant dat frequent digitaal volgen samenhangt met overbeschermend opvoeden en met specifieke onzekerheden van ouders. Algemene angstklachten en neuroticisme vertoonden daarentegen geen verband met de trackingfrequentie.

Bij het beoordelen van mogelijke gevolgen is terughoudendheid nodig. In dit onderzoek hing vaker digitaal volgen niet robuust samen met autonomiefrustratie, depressieve klachten, angstsymptomen of schooldruk. Door de onderzoeksopzet kan niet worden vastgesteld of tracking op langere termijn schadelijk, gunstig of zonder gevolgen is.

Bron: Boele, S., Bülow, A. & Keijsers, L. (2026). Parental Digital Tracking of Adolescents’ School Performance, Location, and Finances: Widespread, Often Accepted, and Linked to Overprotection, Journal of Adolescence. DOI: https://doi.org/10.1002/jad.70229

Ontdek meer onderwerpen