Voortgezet onderwijs

Scholieren willen minder op hun telefoon, maar hun hele sociale leven zit erin

Scholieren vinden het lastig om hun telefoongebruik te beperken, ook als ze dat zelf willen. Hun telefoon is niet alleen een bron van afleiding, maar ook de plek waar vriendschappen, groepsapps, schoolwerk, ontspanning en sociale status samenkomen. Regels op school helpen daarom alleen als ze consequent worden toegepast. Dat blijkt uit focusgroepgesprekken met 78 Nederlandse scholieren van twee middelbare scholen, uitgevoerd door Luka Todorovic, Annabel Bogaerts en Helle Larsen van de Universiteit van Amsterdam.

Aanleiding voor het onderzoek is dat er al concrete maatregelen worden genomen rond het schermgebruik van jongeren, zoals leeftijdsgrenzen voor sociale media en smartphoneverboden op scholen. Tegelijkertijd levert wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van digitale media op jongeren nog geen eenduidige conclusies op. Volgens de onderzoekers is het daarom belangrijk om ook het perspectief van jongeren zelf mee te nemen. Zij zijn degenen die rechtstreeks met zulke maatregelen te maken krijgen, en hun ervaringen geven inzicht dat met kwantitatief onderzoek minder goed zichtbaar wordt.

Voor het onderzoek hielden de onderzoekers tien focusgroepgesprekken met leerlingen van 12 tot 16 jaar. In totaal deden 78 jongeren mee: 44 meisjes en 34 jongens. De groepen werden naar geslacht ingedeeld, omdat dat open gesprekken over mogelijk gevoelige onderwerpen kan vergemakkelijken. De leerlingen zaten op havo of vmbo-tl. De gesprekken vonden plaats op school, duurden 45 tot 60 minuten en gingen over de ervaren effecten van digitale media, de denkprocessen achter zelfregulatie en de vraag of jongeren hun schermgebruik zouden willen veranderen.

Altijd bereikbaar, maar niet altijd gelukkig

Uit de gesprekken komt naar voren dat jongeren digitale media niet alleen als probleem zien. Ze gebruiken hun telefoon om contact te houden met vrienden en familie, afspraken te maken, schoolwerk te delen en snel informatie op te zoeken. Ook noemen ze digitale media als plek voor zelfexpressie, ontspanning en het delen van interesses.

Tegelijkertijd benoemen ze duidelijke nadelen. Jongeren spreken over misverstanden, ruzies, vervelende berichten en het gevoel altijd bereikbaar te moeten zijn. Ze keuren het af wanneer leeftijdgenoten, broers of zussen veel tijd online doorbrengen, en wijzen er ook op dat ouders daarin niet altijd het goede voorbeeld geven.

Vooral meisjes vertelden over druk rond uiterlijk en schoonheidsidealen op sociale media. Zij beschreven hoe beelden van ‘mooie meisjes’ kunnen bijdragen aan het idee dat zij er zelf ook zo uit zouden moeten zien. Digitale media raken daarmee niet alleen aan contact met anderen, maar ook aan zelfbeeld en identiteit.

TikTok wint het van bedtijd

Jongeren noemden ook lichamelijke en mentale gevolgen van hun schermgebruik. Ze spraken over gespannen spieren, vermoeide ogen, hoofdpijn, stress en slaapgebrek. Vooral slaap kwam vaak terug. Sommige leerlingen vertelden dat ze veel later gingen slapen dan zij van plan waren, bijvoorbeeld doordat ze op TikTok bleven kijken.

Tegelijkertijd gebruiken jongeren digitale media ook om zich beter te voelen. Sommigen zetten filmpjes aan terwijl ze huiswerk maken, omdat het anders stil is en ze zich alleen voelen. Anderen gebruiken hun telefoon tegen verveling of om tot rust te komen. Het onderzoek laat daarmee zien dat hetzelfde gebruik op korte termijn prettig of nuttig kan zijn, maar op langere termijn ook tot vermoeidheid, schuldgevoel of lichamelijke klachten kan leiden.

Het huiswerk begint, het scrollen neemt het over

Ook bij schoolwerk ervaren jongeren digitale media dubbel. Ze vinden het handig dat ze snel informatie kunnen opzoeken, afspraken kunnen coördineren en schoolwerk kunnen delen. Tegelijkertijd leidt dezelfde telefoon hen gemakkelijk af. Eén leerling beschreef hoe zij aan haar huiswerk begint, dan haar telefoon pakt, en uiteindelijk vooral op haar telefoon zit in plaats van aan school te werken.

Jongeren ergeren zich bovendien aan meldingen, advertenties, laadtijden en apps die hen steeds opnieuw proberen vast te houden. Ze herkennen dat veel digitale media zo zijn ontworpen dat stoppen moeilijk wordt. Een meisje vatte dat samen door te zeggen dat eigenlijk elke app wel iets verslavends heeft.

‘Nog twee filmpjes’ worden er twintig

Volgens de jongeren houden digitale media hun aandacht sterk vast. Daardoor gaat de tijd ongemerkt voorbij. Gamesessies duren langer dan gepland, en ook sociale media maken het lastig om te stoppen. Een jongen vertelde dat hij denkt een uur te gaan gamen, maar na een paar potjes merkt dat hij al drie uur bezig is.

Leerlingen vertelden dat ze zichzelf soms wel kunnen stoppen, vooral als er iets anders moet gebeuren, zoals eten of ergens naartoe gaan. Vaker lukt dat niet. Ze stellen zichzelf regels, zoals telefoonvrije periodes of grenzen aan schermgebruik op school, maar geven toe dat ze die grenzen vaak negeren. Sommigen plannen het niet eens meer, omdat ze al weten dat ze er toch overheen gaan.

De aantrekkingskracht zit volgens de jongeren onder meer in scores, likes, meldingen, nieuwe filmpjes en eindeloos scrollen. Ze weten vaak dat ze wilden stoppen, maar raken toch verder verstrikt in wat daarna nog komt. Ook digitale hulpmiddelen zoals schermtijdmeldingen werken niet altijd. Sommige jongeren gebruiken juist de resterende schermtijd alsnog op zodra ze zien dat ze nog tijd over hebben.

Offline zijn kan sociaal riskant voelen

Veel jongeren willen hun schermgebruik verminderen. Ze noemen vooral de wens om beter te slapen en minder moe te zijn. Sommigen hebben achteraf spijt van de tijd die ze online hebben doorgebracht, omdat ze die liever aan sport, hobby’s of andere activiteiten hadden besteed.

Toch ervaren jongeren minder schermgebruik niet als een eenvoudige individuele keuze. Ze willen sociaal verbonden blijven en zijn bang om iets te missen. Offline zijn kan betekenen dat je grapjes in groepsapps mist, buiten gesprekken valt of anders bent dan de rest. Een leerling zei zelfs dat je zonder digitale media eerder gepest kunt worden, omdat je dan afwijkt.

Ook groepsdruk speelt een rol. Sommige jongeren doen mee met bepaald online gedrag omdat anderen dat ook doen. Niet omdat ze het zelf zo belangrijk vinden, maar omdat erbij horen belangrijk is. Daardoor voelt minderen makkelijker wanneer anderen meedoen.

Regels helpen pas als volwassenen ze zelf serieus nemen

Ook de rol van ouders en docenten kwam in de gesprekken terug. Jongeren ervaren grenzen van buitenaf soms als vervelend, maar ook als behulpzaam. Ze waarderen het wanneer ouders offline activiteiten stimuleren op een samenwerkende manier, in plaats van schermgebruik alleen te bestraffen.

Tegelijkertijd worden regels minder serieus genomen wanneer volwassenen zich er zelf niet naar gedragen. Leerlingen vonden het hypocriet wanneer ouders zeggen dat de telefoon weg moet, maar zelf steeds op hun telefoon zitten. Datzelfde geldt op school: regels werken minder goed wanneer de ene docent streng is en de andere niet.

Schoolregels werden door leerlingen vaak als inconsistent beschreven. Als telefoons eigenlijk niet mogen, maar iedereen ze toch gebruikt, verliezen regels hun betekenis. Volgens de jongeren zouden duidelijkere en consequenter toegepaste verwachtingen van leeftijdgenoten, ouders en docenten het makkelijker maken om schermgebruik te verminderen zonder zich buitengesloten te voelen.

Niet verbieden, maar samen begrenzen

De onderzoekers concluderen dat jongeren digitale media in hun dagelijks leven tegelijk onmisbaar en frustrerend vinden. Ze gebruiken digitale media voor contact, zelfexpressie, ontspanning, schoolwerk en praktische zaken, maar ervaren ook sociale druk, afleiding, veiligheidsrisico’s en patronen van dwangmatig gebruik.

Volgens de onderzoekers laten de gesprekken zien dat jongeren wel degelijk gemotiveerd zijn om hun schermgebruik te veranderen. Die verandering zien zij echter niet vooral als individuele verantwoordelijkheid. Jongeren wijzen juist op het belang van gezamenlijke afspraken met leeftijdgenoten, consistente regels van ouders en school, steun van anderen en mogelijk ook aanpassingen in het ontwerp van platforms.

Vervolgonderzoek moet volgens de onderzoekers uitwijzen hoe gezamenlijke of structurele aanpakken jongeren het beste kunnen ondersteunen. Daarbij noemen zij afspraken tussen leeftijdgenoten, schoolbeleid, consequente handhaving en ontwerpveranderingen die de druk van algoritmes en verleidelijke platformfuncties kunnen verminderen. De kern is volgens het onderzoek dat jongeren niet zonder digitale media willen of kunnen, maar zoeken naar een betere balans waarin sociale verbondenheid behouden blijft en negatieve effecten afnemen.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor scholen laat dit onderzoek zien dat schermregels vooral betekenis krijgen wanneer ze duidelijk en consequent worden toegepast. Wanneer docenten verschillend omgaan met telefoongebruik, ervaren leerlingen de regels als onderhandelbaar en leggen zij die gemakkelijker naast zich neer.

Voor docenten en mentoren is relevant dat jongeren hun schermgebruik niet alleen beschrijven als gebrek aan discipline. Zij willen vaak wel minderen, maar lopen aan tegen sociale druk, angst om iets te missen en platformfuncties die hen steeds opnieuw laten doorklikken, scrollen of spelen.

Voor ouders en beleidsmakers maken de gesprekken duidelijk dat beperkingen beter aansluiten bij de ervaring van jongeren wanneer ze niet alleen individueel worden opgelegd. Afspraken die voor een hele groep gelden, en die door volwassenen zelf serieus worden genomen, kunnen jongeren helpen om minder schermgebruik niet als sociale uitzondering te ervaren.

Bron: Todorovic, L., Bogaerts, A. & Larsen, H. (2026). Adolescents’ Perspectives on Self-Regulation and Need for Change in Digital Media Use: A Focus Group Study, Journal of Adolescence. DOI: https://doi.org/10.1002/jad.70220

Ontdek meer onderwerpen