Primair onderwijs

Nu Friesland inzet op verplicht Fries laat nieuw onderzoek zien wat goed werkt in de klas

De Provinciale Staten van Fryslân hebben besloten dat het Fries vanaf komend schooljaar weer verplicht en actief gebruikt moet worden op alle basisscholen en in het voortgezet onderwijs. Die politieke keuze valt samen met onderzoek dat deze week verscheen van Eabele Tjepkema van NHL Stenden Hogeschool, waaruit blijkt dat vooral de manier waarop Fries in de klas wordt ingezet bepaalt wat leerlingen ervan leren.

De Statenbeslissing houdt in dat scholen hun onderwijsprogramma zo moeten inrichten dat leerlingen Fries daadwerkelijk gebruiken. Scholen krijgen tot het schooljaar 2030–2031 de tijd om de nieuwe kerndoelen volledig te integreren. Daarmee wordt het Fries opnieuw nadrukkelijk gepositioneerd als onderwijstaal in een provincie waar volgens de Taalatlas 2020 57,3 procent van de bevolking het West-Fries als een van de thuistalen beschouwt, terwijl ongeveer 75 procent van de inwoners de taal spreekt.

Ongeveer 20 procent van de lestijd in het Fries

Tegen deze achtergrond onderzocht Eabele Tjepkema van NHL Stenden Hogeschool hoe Fries, Nederlands en Engels in de praktijk worden gebruikt in het zogeheten drietalig onderwijs. Zijn studie richt zich op de bovenbouw van het basisonderwijs, groepen 7 en 8, waar scholen doorgaans ongeveer 20 procent van de lestijd in het Fries en 10 procent in het Engels verzorgen, naast het Nederlands

Het onderzoek werd uitgevoerd op zes Friese basisscholen, verspreid over zeven klassen, met in totaal 148 leerlingen van tien tot twaalf jaar. In twee meetmomenten, in 2012 en 2014, filmde Tjepkema 42 lessen: per taal zeven lessen bij de eerste meting en zeven bij de tweede. De observaties waren systematisch opgezet. Voor elke les werd gecodeerd in welke taal de docent sprak tijdens de introductie, het uitleggen van nieuwe inhoud, de begeleiding tijdens zelfstandig of groepswerk en de afsluitende presentaties. Ook werd vastgelegd welke taal leerlingen gebruikten voor input, voor interactie met de leraar, voor onderlinge interactie en voor hun presentaties.

Gestandaardiseerde toetsen voor woordenschat en begrijpend lezen

Parallel daaraan werd de taalontwikkeling van de leerlingen gemeten met gestandaardiseerde toetsen voor woordenschat en begrijpend lezen in het Nederlands, Fries en Engels. Door de resultaten van de tweede meting te vergelijken met de eerste, en daarbij rekening te houden met factoren als geslacht en sociaal-economische achtergrond, kon worden onderzocht welke patronen van taalgebruik samenhingen met sterkere vooruitgang.

De lessen lieten duidelijke verschillen zien tussen de drie talen. In de Nederlandse lessen gebruikten leraren vrijwel altijd uitsluitend of overwegend Nederlands. In de Friese lessen lag het gebruik van de doeltaal iets lager, maar nam het tussen de eerste en tweede meting toe. In de Engelse lessen werd het minst consequent Engels gesproken; geen enkele docent gebruikte daar uitsluitend Engels gedurende de hele les.

Uitwijken naar het Nederlands

Vooral in de werkfase, wanneer leerlingen zelfstandig of in groepjes werkten, weken leraren geregeld uit naar een andere taal om uitleg te geven of te ondersteunen. In Friese lessen gebeurde dat met name via het Nederlands. In Engelse lessen werd eveneens vaak teruggevallen op de thuistaal van de leerlingen voor begeleiding.

Ook bij leerlingen verschilden de patronen per taal. In Nederlandse lessen gebruikten leerlingen voor input en presentaties vrijwel altijd Nederlands. Tijdens onderlinge interactie kwam daarnaast soms Fries voor. In Friese lessen werd het Fries bij input en presentaties vaak gecombineerd met Nederlands in interacties. In Engelse lessen werd Engels geregeld gemengd met andere talen, terwijl presentaties vaker uitsluitend in het Engels plaatsvonden.

Hogere ontwikkelingscores

Daarnaast lieten de analyses zien dat leerlingen het meest vooruitgingen in Nederlandse woordenschat en begrijpend lezen wanneer in de Nederlandse les het Nederlands werd gebruikt voor input, leraar-leerlinginteractie en presentaties, maar leerlingen onderling ook Fries mochten spreken tijdens groepswerk. Die combinatie hing significant samen met hogere ontwikkelingsscores voor zowel woordenschat als leesvaardigheid in het Nederlands.

In klassen waar het Fries consequent de enige taal was voor input, interactie en presentaties, lagen de gemiddelde woordenschatscores hoger dan in klassen waar vaker werd gemengd. Voor begrijpend lezen in het Fries werden geen significante relaties gevonden tussen specifieke taalpatronen en leerwinst.

Voor het Engels vond Tjepkema geen significante verbanden tussen taalgebruik in de klas en ontwikkeling van woordenschat of leesvaardigheid. In het artikel wordt dit in verband gebracht met de bredere blootstelling aan Engels buiten school, bijvoorbeeld via media, games en internet.

Fries exclusief gebruiken

Op basis van deze bevindingen concludeert de studie dat de drie talen binnen het Friese drietalige onderwijs een verschillende didactische benadering vragen. Voor het Nederlands als dominante taal bleek exclusief gebruik door de leraar samen te hangen met sterkere woordenschatontwikkeling, terwijl ruimte voor de thuistaal tijdens onderlinge interactie de lees- en woordenschatontwikkeling kan versterken.

Voor het Fries als minderheidstaal wijzen de resultaten, binnen de beperkingen van het onderzoek in de richting van een mogelijke relatie tussen exclusief gebruik en woordenschatgroei.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor Friese basisscholen laat dit onderzoek zien dat de didactiek per taal moet verschillen. In Nederlandse lessen hangt sterke leerwinst samen met consequent Nederlands door de leraar, gecombineerd met ruimte voor Fries tijdens onderlinge interactie. In Friese lessen wijst het onderzoek juist op betere woordenschatontwikkeling wanneer het Fries exclusief wordt gebruikt.

Voor leraren in het drietalig onderwijs maakt de studie duidelijk dat bewust taalgebruik ertoe doet. De fasering van lessen en de keuze om tijdens groepswerk wel of niet andere talen toe te staan, hangen samen met verschillen in taalontwikkeling.

Voor provinciaal beleid betekent dit dat de verplichting om Fries “actief te gebruiken” niet alleen een kwestie is van lestijd, maar ook van inrichting van de les. Het onderzoek suggereert dat Friese lessen als beschermde taalruimte kunnen functioneren wanneer het Fries daar consequent de voertaal is.

Bron: Tjepkema, E. (2026). Exploring teachers’ and students’ language use in the Frisian trilingual classroom, International Journal of Multilingualism. DOI: https://doi.org/10.1080/14790718.2026.2627375

Ontdek meer onderwerpen