Voortgezet onderwijs

Scholen veel positiever over eigen bijles dan over commerciële aanbieders

Leraren en schoolleiders beoordelen intern georganiseerd aanvullend onderwijs veel positiever dan commercieel schaduwonderwijs. Zij zien eigen bijles en huiswerkbegeleiding als een manier om leerlingen beter te ondersteunen en kansengelijkheid te bevorderen, terwijl bij commerciële aanbieders juist zorgen overheersen over kwaliteit, toegankelijkheid en de invloed van ouders met een volle portemonnee. Dat blijkt uit onderzoek van Nynke Douma en Matthijs Warrens van de Rijksuniversiteit Groningen en Anouk Zuurmond van de Vrije Universiteit.

Zij onderzochten hoe onderwijsprofessionals aankijken tegen de invloed van aanvullend onderwijs op het publieke karakter van het Nederlandse voortgezet onderwijs. Daaruit komt een duidelijk onderscheid naar voren tussen intern georganiseerd aanvullend onderwijs en extern schaduwonderwijs. 

Steeds meer aanvullend onderwijs

De onderzoekers plaatsen hun studie tegen de achtergrond van de sterke groei van aanvullend onderwijs in de afgelopen vijftien jaar. Ongeveer dertig procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs maakt gebruik van een vorm van aanvullend onderwijs en ruim tachtig procent van de scholen biedt zelf aanvullende activiteiten aan. Tegelijk werken scholen steeds vaker samen met commerciële aanbieders van schaduwonderwijs.

Volgens de onderzoekers is daardoor de vraag urgenter geworden hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot het publieke karakter van het onderwijs. De Onderwijsraad waarschuwde eerder al dat dit publieke karakter beter beschermd moet worden.

Interviews op veertien scholen

Voor het onderzoek werden 29 onderwijsprofessionals van veertien middelbare scholen verspreid over Nederland geïnterviewd. Het ging om leraren, school- en afdelingsleiders, zorgcoördinatoren en onderwijsassistenten. De interviews vonden plaats tussen maart 2023 en juli 2024 en werden geanalyseerd aan de hand van het beoordelingskader van de Onderwijsraad voor het publieke karakter van onderwijs. 

Tijdens de gesprekken werd eerst in kaart gebracht welke vormen van aanvullend onderwijs scholen aanbieden. Daarna bespraken de onderzoekers hoe deelnemers de invloed daarvan beoordelden op onder meer kwaliteit, toegankelijkheid, kansengelijkheid en de betrokkenheid van onderwijsprofessionals. 

Coronageld zorgde voor experimenten

Een belangrijk deel van de interviews vond plaats nadat scholen extra overheidsgeld hadden gekregen om leervertragingen door de coronapandemie weg te werken. Veel scholen gebruikten dat geld om commerciële aanbieders van schaduwonderwijs in te schakelen of hun bestaande samenwerking uit te breiden.

Tijdens de interviews bleek echter dat veel scholen inmiddels weer van die samenwerking waren afgestapt. Volgens deelnemers voldeden externe aanbieders regelmatig niet aan de verwachtingen, bijvoorbeeld doordat docenten minder betrokken waren bij de school of doordat de resultaten tegenvielen. Veel scholen kozen er daarom voor aanvullende activiteiten voortaan zelf te organiseren. Op het moment van de interviews werd het grootste deel van het aanvullende onderwijs dan ook intern georganiseerd.

Positief over resultaten en een breder aanbod

Wanneer deelnemers spraken over de doelen van aanvullend onderwijs, waren zij vooral positief over de bijdrage aan schoolprestaties. Zij vonden dat aanvullend onderwijs leerlingen kan helpen betere cijfers te halen, examens af te ronden en zich voor te bereiden op een vervolgopleiding.

Tegelijk plaatsten veel deelnemers daarbij een kanttekening. Zij benadrukten dat het reguliere onderwijs in principe voldoende zou moeten zijn om een diploma te behalen en dat de meerwaarde van commercieel schaduwonderwijs niet altijd duidelijk is. Sommigen merkten bovendien op dat leerlingen die externe bijles volgen zich soms minder actief inzetten tijdens de gewone lessen. 

Ook over de aantrekkelijkheid van de school waren deelnemers overwegend positief. Een breder aanbod van activiteiten, meer mogelijkheden om onderwijs aan te passen aan de behoeften van leerlingen en meer ruimte voor eigen keuzes werden gezien als voordelen van aanvullend onderwijs. 

Grote verschillen bij toegankelijkheid en kansengelijkheid

De grootste verschillen tussen intern aanvullend onderwijs en schaduwonderwijs kwamen naar voren bij toegankelijkheid en kansengelijkheid.

Vrijwel alle deelnemers vonden dat commercieel schaduwonderwijs financiële drempels opwerpt en daardoor bestaande verschillen tussen leerlingen kan vergroten. Zij maakten zich zorgen dat het inkomen van ouders daardoor steeds meer invloed krijgt op onderwijskansen.

Intern georganiseerd aanvullend onderwijs werd juist vaak genoemd als manier om leerlingen extra ondersteuning te bieden. Deelnemers zagen mogelijkheden om leerlingen met complexe ondersteuningsbehoeften op school te houden, gemiste leerstof in te halen of leerlingen te helpen door te stromen naar een hoger onderwijsniveau. Ook verwachtten sommigen dat een goed intern aanbod de behoefte aan commerciële bijles kan verminderen. 

Kritiek op kwaliteit van commerciële aanbieders

Ook over de kwaliteit maakten deelnemers onderscheid tussen interne en externe aanbieders. Hoewel sommige commerciële aanbieders volgens hen goed werk leveren, waren veel onderwijsprofessionals kritisch. Zij wezen op het gebruik van onbevoegde docenten, begeleiders die de school en haar leerlingen onvoldoende kennen en een sterke nadruk op het oefenen voor toetsen in plaats van breed onderwijs. Daarnaast vonden deelnemers dat er weinig zicht is op de inhoud en kwaliteit van het externe aanbod.

Over intern aanvullend onderwijs waren zij positiever, al merkten zij ook op dat de kwaliteit kan verschillen tussen activiteiten en docenten. 

Weinig invloed op extern aanbod

Een ander terugkerend punt was de beperkte invloed van leraren en schoolleiders op schaduwonderwijs. Deelnemers gaven aan dat zij vaak weinig inzicht hebben in wat externe aanbieders precies doen en nauwelijks zeggenschap hebben over de inhoud van die activiteiten. Juist dat gebrek aan betrokkenheid werd door veel deelnemers als een belangrijk nadeel van schaduwonderwijs gezien. 

Vervolgonderzoek naar regulering

De onderzoekers concluderen dat onderwijsprofessionals zien dat aanvullend onderwijs vrijwel alle onderdelen van het publieke karakter van het onderwijs raakt. Daarbij worden economische doelen en de herkenbaarheid van de school overwegend positief beoordeeld, terwijl schaduwonderwijs volgens de geïnterviewden vooral negatieve gevolgen heeft voor toegankelijkheid, kansengelijkheid, kwaliteit en de betrokkenheid van onderwijsprofessionals. Intern georganiseerd aanvullend onderwijs wordt op die laatste punten juist vaker positief beoordeeld. 

Volgens de auteurs is vervolgonderzoek nodig naar de manier waarop eventuele negatieve gevolgen van schaduwonderwijs kunnen worden beperkt. Ook pleiten zij voor onderzoek naar de langetermijneffecten van intern aanvullend onderwijs en naar de vraag hoe aanvullend onderwijs de maatschappelijke beeldvorming over het publieke onderwijs beïnvloedt. Zij stellen dat deze kennis kan worden gebruikt bij toekomstig beleid rond de regulering van aanvullend onderwijs. 

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor schoolbesturen laten de interviews zien dat onderwijsprofessionals intern georganiseerd aanvullend onderwijs duidelijk positiever beoordelen dan commercieel schaduwonderwijs. Vooral op het gebied van toegankelijkheid, kansengelijkheid en kwaliteit zien zij voordelen van een eigen aanbod.

Voor leraren en schoolleiders is vooral de beperkte invloed op externe aanbieders een terugkerend aandachtspunt. Deelnemers geven aan dat zij bij schaduwonderwijs vaak weinig inzicht hebben in de inhoud en uitvoering van de begeleiding.

Voor beleidsmakers wijzen de onderzoekers op de behoefte aan vervolgonderzoek naar de gevolgen van schaduwonderwijs voor kwaliteit, toegankelijkheid, kansengelijkheid en de positie van onderwijsprofessionals. Ook vragen zij om onderzoek naar de langetermijneffecten van intern aanvullend onderwijs als basis voor toekomstige regulering.

Bron: Douma, N., Zuurmond, A. & Warrens, M. The Impact of Supplementary Education on the Publicness of Dutch Secondary Education from the Perspective of Educational Professionals. In: Public-Private Entanglement in Education. isbn:9789086599s219

Ontdek meer onderwerpen