Voortgezet onderwijs

Ruim vier op tien jongeren werden gepest op de middelbare school, online toezicht blijft achter

Ruim veertig procent van de Nederlandse jongeren zegt tijdens de middelbare school te zijn gepest, blijkt uit onderzoek van Ynze van Houten en Remco Spithoven van Saxion Hogeschool.

De helft van deze slachtoffers kreeg zowel offline als online met pesten te maken. Wat vooral opvalt: jongeren herinneren zich dat volwassenen en leeftijdsgenoten veel minder vaak aanwezig waren om online pestgedrag te voorkomen of op te lossen dan bij traditioneel pesten op school.

De onderzoekers vroegen jongeren 821 jongeren tussen de zestien en vijfentwintig jaar in mei en juni 2023 terug te blikken op hun ervaringen met pesten tijdens hun middelbare schooltijd. Zij gebruikten daarvoor een aangepaste versie van de Multidimensional Offline and Online Peer Victimization Scale, waarmee onderscheid wordt gemaakt tussen direct en indirect pesten, en tussen offline en online situaties.

Sterke samenhang tussen online en offline pesten

De ervaringen met online en offline pesten bleken sterk met elkaar samen te hangen. Jongeren die aangaven traditioneel te zijn gepest, rapporteerden vaak ook online pestervaringen. Die samenhang gold zowel voor directe vormen van pesten, zoals uitschelden of beledigen, als voor indirecte vormen, zoals buitensluiten of negeren. De correlaties tussen online en offline pesten waren volgens de onderzoekers hoog en statistisch significant.

Ook binnen de afzonderlijke vormen van pesten was de samenhang groot. Wie indirect werd gepest, rapporteerde vaak ook directe pestervaringen, zowel offline als online. Daarmee bevestigen de resultaten dat online pesten niet losstaat van traditionele vormen, maar daar nauw mee verweven is.

Indirect pesten vaker offline, direct pesten vergelijkbaar

Kijken we naar de aard van het pestgedrag, dan blijkt indirect pesten gemiddeld vaker offline te zijn ervaren dan online. Offline ging het vooral om buitensluiten, niet mee mogen doen of genegeerd worden. Online werd relatief vaker genoemd dat geheimen werden doorverteld. De gemiddelde scores op deze items lagen rond “soms”.

Voor direct pesten, zoals uitschelden, beledigen of fysiek geweld, waren de verschillen tussen offline en online niet significant. Respondenten rapporteerden vergelijkbare niveaus van direct pesten in beide omgevingen.

Er waren ook verschillen naar geslacht en onderwijsniveau. Meisjes rapporteerden significant vaker indirect offline pesten dan jongens. Voor online pesten werd dat verschil niet gevonden. Jongeren die vmbo hadden gevolgd, meldden vaker indirect pestervaringen dan jongeren uit havo en vwo. Voor direct offline pesten rapporteerden jongeren uit het vwo juist minder ervaringen dan leerlingen uit vmbo en havo.

Vier op de tien jongeren slachtoffer

In totaal gaf 40,9 procent van de respondenten aan tijdens de middelbare school zelf te zijn gepest. De helft van deze groep, 20,3 procent van alle respondenten, kreeg zowel online als offline met pesten te maken. Een kleinere groep, 13,6 procent, werd uitsluitend offline gepest, terwijl 6,9 procent alleen online werd gepest. In totaal had 34 procent offline pestervaringen en 27,3 procent online pestervaringen.

Meisjes rapporteerden vaker dan jongens dat zij offline en online waren gepest. Ook onderwijsniveau speelde een rol: jongeren die vmbo hadden gevolgd, rapporteerden vaker slachtoffer te zijn geweest dan jongeren uit havo en vwo. Dat verschil was significant voor offline pesten.

Angst, slaapproblemen en depressie

Van de slachtoffers van traditioneel pesten gaf 74,9 procent aan negatieve gevolgen te hebben ervaren. Bij online pesten lag dat percentage iets lager, op 67,9 procent. De aard van de gevolgen was vergelijkbaar in beide contexten. Angst werd het vaakst genoemd, gevolgd door slaapproblemen en depressieve gevoelens. Daarnaast meldde meer dan twintig procent van de slachtoffers gedachten aan zelfdoding of schoolverzuim als gevolg van het pesten.

De onderzoekers merken op dat slachtoffers van online pesten relatief vaker kozen voor het antwoord “zeg ik liever niet” wanneer gevraagd werd naar negatieve gevolgen. Toch laten de resultaten zien dat de impact van online en offline pesten in grote lijnen vergelijkbaar is.

Rollen in pestituaties

Respondenten werd ook gevraagd welke rollen zij zelf aannamen in pestituaties. De meest gerapporteerde rol was die van toeschouwer. Daarna volgden de rol van verdediger van het slachtoffer en die van slachtoffer zelf. Negatieve rollen, zoals dader, helper van de dader of meeloper, werden minder vaak gerapporteerd.

Jongens gaven vaker dan meisjes aan dat zij dader, helper of meeloper waren, zowel offline als online. Meisjes rapporteerden juist vaker dat zij optraden als verdediger van slachtoffers. Jongeren uit het vmbo rapporteerden vaker dat zij slachtoffer waren dan jongeren uit havo en vwo.

De rollen die jongeren offline aannamen, bleken sterk samen te hangen met de rollen die zij online rapporteerden. Wie bijvoorbeeld offline een bepaalde rol had, gaf vaak aan online een vergelijkbare rol te hebben gehad.

Minder toezicht online

Een van de meest uitgesproken bevindingen betreft het ervaren toezicht. Respondenten gaven aan dat leraren, ouders, andere volwassenen en medescholieren vaker aanwezig waren om pesten te voorkomen of op te lossen in offline situaties dan in online omgevingen. De verschillen tussen offline en online toezicht waren voor alle groepen significant.

Slachtoffers rapporteerden bovendien minder toezicht dan anderen, vooral in online situaties. Ook jongeren die aangaven dader, meeloper of helper te zijn geweest bij online pesten, rapporteerden minder ervaren toezicht. Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat online omgevingen minder sociale controle kennen, waardoor zowel slachtoffers minder bescherming ervaren als daders meer ruimte krijgen.

Beperkingen van het onderzoek

De auteurs benadrukken dat het onderzoek een retrospectief karakter heeft. Jongeren keken terug op hun middelbare schooltijd, wat kan leiden tot geheugenvervorming. Ook was de steekproef niet representatief voor heel Nederland; relatief veel respondenten kwamen uit het oosten en midden van het land en hadden een havo-achtergrond.

Ondanks deze beperkingen concluderen de onderzoekers dat online pesten moet worden gezien als een belangrijke uitbreiding van traditioneel pesten. Zij wijzen erop dat leeftijdsgenoten en volwassenen online minder actief lijken in toezicht en interventie, terwijl daders daar even actief zijn als offline.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor scholen en leraren laat dit onderzoek zien dat toezicht en ingrijpen bij pesten online achterblijft bij de offline schoolomgeving. Volgens de herinneringen van jongeren zijn volwassenen minder aanwezig bij online pestgedrag. Dat betekent dat aandacht voor cyberpesten niet los kan worden gezien van het reguliere antipestbeleid op school.

Voor ouders en andere opvoeders maken de resultaten duidelijk dat jongeren online minder toezicht ervaren, terwijl de impact van pesten vergelijkbaar is met die van traditioneel pesten. Bewustzijn van wat er online speelt en het bespreekbaar maken van ervaringen met pesten zijn volgens de onderzoekers essentieel.

Voor jongeren zelf wijzen de onderzoekers op de rol van verdedigers. Omdat toeschouwers en verdedigers online minder actief zijn dan offline, ligt daar volgens het onderzoek een belangrijke mogelijkheid om slachtoffers beter te ondersteunen. Dat vraagt om begeleiding en ondersteuning door volwassenen.

Bron: Van Houten, Y. & Spithoven, R. (2026). Results of a Questionnaire on Prevalence, Impact, Roles and Experienced Supervision in Traditional and Online Bullying Situations during Secondary Education among Adolescents in the Netherlands, IntechOpen. Bekijk het hoofdstuk bij IntechOpen

Ontdek meer onderwerpen