Primair onderwijs

Meertalige kinderen schakelen bewust tussen talen, ook in de klas

Meertalige kinderen die in de klas verschillende talen door elkaar gebruiken, laten daarmee geen verwarring zien, maar juist een verfijnd vermogen om zich aan te passen aan hun sociale en educatieve omgeving.

Dat blijkt uit een grootschalige systematische literatuurstudie van onderzoekers van de Universiteit Utrecht, waarin tachtig internationale onderzoeken naar taalmixen bij jonge kinderen zijn samengebracht. De studie laat zien dat taalafwisseling een normaal onderdeel is van meertalige ontwikkeling en sterk samenhangt met onderwijscontexten, gesprekspartners en taalaanbod op school.

In onderwijs- en zorgsettings wordt taalmixen nog vaak gezien als een signaal van taalachterstand of mogelijke taalstoornissen. Vooral bij jonge kinderen kan het wisselen tussen talen vragen oproepen bij leraren, intern begeleiders en logopedisten. Het Utrechtse overzichtsartikel maakt duidelijk dat die zorgen meestal ongegrond zijn. Kinderen blijken hun talen doelgericht en systematisch te gebruiken, afhankelijk van wie hen aanspreekt, in welke setting zij zich bevinden en welke taal daar dominant is.

Wat gebeurt er precies in meertalige onderwijscontexten

Taalmixen verwijst naar het afwisselen van talen binnen een gesprek. In onderwijssituaties kan dat verschillende vormen aannemen. Kinderen kunnen bijvoorbeeld in het Nederlands antwoorden op een vraag die in het Engels is gesteld, of een verhaal beginnen in de ene taal en vervolgen in een andere. Ook komt het voor dat woorden uit verschillende talen binnen één zin worden gecombineerd. Volgens de onderzoekers zijn dit geen willekeurige keuzes, maar reacties op de sociale en taalkundige eisen van de situatie.

Voor het onderwijs is vooral relevant dat taalmixen vaker voorkomt in informele settings, zoals vrij spel, groepswerk of gesprekken met leeftijdsgenoten, en minder in formele situaties zoals klassikale instructie of toetsmomenten. Dat betekent dat de onderwijscontext zelf mede bepaalt hoe zichtbaar taalmixen is. In sterk gestructureerde lessen houden kinderen zich vaker aan één taal, terwijl zij in open leersituaties meer ruimte ervaren om hun volledige taalkundige repertoire te benutten.

De rol van schooltaal en minderheidstalen

Een centrale bevinding is dat kinderen vaker talen mengen wanneer zij spreken in een minderheidstaal of in de taal waarin zij minder onderwijsinput krijgen. In veel onderwijssystemen is één taal dominant, vaak de instructietaal op school. Naarmate kinderen langer onderwijs volgen, worden zij doorgaans vaardiger in die meerderheidstaal. Tegelijk blijven zij hun andere taal of talen gebruiken, vooral in situaties waarin die taal sociaal betekenisvol is, bijvoorbeeld in gesprekken met klasgenoten met dezelfde thuistaal.

Voor leraren betekent dit dat taalmixen niet los kan worden gezien van taalstatus binnen de school. Het onderzoek laat zien dat kinderen gevoeliger zijn voor de hogere status van de schooltaal en zich daar consequenter aan aanpassen dan aan minderheidstalen. Dat maakt taalmixen juist een indicatie van sociaal bewustzijn en niet van taalzwakte.

Taalvaardigheid en leren in de klas

Ook taalvaardigheid speelt een rol, maar minder eenduidig dan vaak wordt aangenomen. Kinderen mengen vaker wanneer zij minder woordenschat hebben in de doeltaal van de les, bijvoorbeeld bij instructie in een taal waarin zij nog niet volledig vaardig zijn. Tegelijk blijkt dat kinderen met een sterkere grammaticale ontwikkeling juist complexer kunnen mixen, vooral in informele onderwijscontexten. Dat wijst erop dat taalmixen zich ontwikkelt met het leren zelf en niet simpelweg verdwijnt naarmate kinderen beter worden in een taal.

Voor het onderwijs onderstreept dit dat taalmixen niet automatisch gelijkstaat aan een leerprobleem. In sommige gevallen weerspiegelt het juist groeiende taalvaardigheid en toenemende controle over meerdere talen.

Cognitieve flexibiliteit en klaspraktijk

Hoewel minder uitgebreid onderzocht, suggereren enkele studies dat taalmixen samenhangt met cognitieve vaardigheden zoals aandacht en flexibiliteit. In onderwijscontexten waar strikt één taal wordt verwacht, blijken kinderen met sterkere cognitieve controle minder te mixen. In omgevingen waar taalafwisseling is toegestaan, laten juist cognitief vaardige kinderen meer taalmixen zien. Dat benadrukt opnieuw het belang van de onderwijssetting: wat in de ene klas als storend kan worden gezien, kan in een andere context een teken zijn van actief taalgebruik.

Betekenis voor onderwijsbeleid en didactiek

De onderzoekers benadrukken dat hun bevindingen relevant zijn voor actuele discussies over meertaligheid in het onderwijs, waaronder translanguaging. Deze onderwijsbenadering erkent dat leerlingen meerdere talen inzetten om te leren en betekenis te geven aan lesstof. Het overzicht laat zien dat taalmixen geen obstakel hoeft te zijn voor leren, maar juist kan aansluiten bij hoe meertalige kinderen taal gebruiken om kennis op te bouwen.

Voor scholen betekent dit dat het interpreteren van taalmixen vraagt om contextgevoeligheid. Niet de aanwezigheid van taalafwisseling, maar de manier waarop en de omstandigheden waarin deze voorkomt, zijn bepalend. Een kind dat tijdens groepswerk verschillende talen gebruikt, laat iets anders zien dan een kind dat structureel moeite heeft met begrijpen of produceren van de instructietaal.

Het onderzoek maakt duidelijk dat taalmixen in het onderwijs vooral begrepen moet worden als onderdeel van normale meertalige ontwikkeling. Door dit perspectief kunnen leraren en onderwijsprofessionals beter onderscheid maken tussen taalvariatie en daadwerkelijke ondersteuningsbehoeften, en ontstaat er meer ruimte voor didactische benaderingen die aansluiten bij de realiteit van meertalige klassen.

Wat betekent dit in de praktijk?

Voor leraren en intern begeleiders laat dit onderzoek zien dat taalmixen in de klas doorgaans geen teken is van verwarring of een taalstoornis. Het taalgebruik van meertalige kinderen hangt samen met gesprekspartner, context en taalaanbod. Wanneer leerlingen tijdens spel, groepswerk of informele momenten talen afwisselen, doen zij dat meestal doelgericht.

Voor scholen met meertalige leerlingen maakt de review duidelijk dat taalmixen vaker voorkomt in minderheidstalen en in situaties waarin kinderen minder onderwijsinput krijgen in een taal. Bij observaties van taalgedrag is het daarom relevant om steeds mee te wegen welke taal op school dominant is en in welke onderwijssetting het gedrag optreedt.

Voor taalbeleid en didactiek onderstreept het overzicht dat onderwijscontexten mede bepalen hoeveel taalmixen zichtbaar is. De bevindingen sluiten aan bij meertalige pedagogische benaderingen, zoals translanguaging, waarin leerlingen middelen uit meerdere talen mogen gebruiken om betekenis te geven aan leerstof.

Bron: Snijders, V., Oudgenoeg-Paz, O., Van Witteloostuijn, M. & Blom, E. (2026). Language mixing in young multilingual children and its correlates: A systematic review, Developmental Review, 79, 101248. https://doi.org/10.1016/j.dr.2026.101248

Ontdek meer onderwerpen